Digibron.nl

De vier beschrijvingen Van het éne evangelie

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 22 februari 1957
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 1, 2

(2.)

Men spreekt nog al eens over de „vier Evangeliën". Toch is deze uitdrukking, strikt genomen, verkeerd. Het is immers één Evangelie, maar naar Gods wijze beschikking hebben wij van dat éne Evangelie vier verschillende beschrijvingen.

Deze vier beschrijvingen vullen elkaar aan. De evangelisten geven ons elk op hun eigen wijze een schildering van de

persoon en het werk van Christus. Ieder van de vier evangelisten had met het schrijven van het Evangelie een aparte bedoeling. In zekere zin streefden allen hetzelfde doel na, namelijk dit, wat Johannes ons zegt in Joh. 20 : 30, 31: Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek; maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam."

Dit was dus het doel, wat zij allen nastreefden, namelijk om de lezers te bewegen tot het geloof. Daarom moeten wij de evangelie-beschrijvingen niet zien als een soort levensbeschrijving van de Heere Jezus, als een nauwkeurig chronologisch geordend verhaal over alles, wat zich in het leven van de Heere Jezus voltrok.

Neen, de evangelisten waren geen geschiedschrijvers, maar Evangeliepredikers.

Het gemeenschappelijk doel, dat alle vier de schrijvers nastreefden, was dus hetzelfde als het beginsel, wat Paulus dreef: „Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof."

Maar daarnaast had ieder van de vier evangelisten toch ook nog een aparte bedoeling bij zijn schrijven. Deze aparte bedoeling die ieder had hangt ten nauwste samen met de lezerskring, voor wie ieder zijn evangeliebeschrijving in het bijzonder bestemd had. Het is nu ons plan, om die aparte bedoeling, die ieder van de evangelisten met het schrijven van het Evangelie op het oog had, nader uiteen te zetten. Dit kan namelijk ten zeerste bijdragen tot een beter verstaan van de Heilige Schrift.

Eerst willen we dan spreken over het Evangelie naar Mattheüs.

De schrijver is Mattheüs of Levi. We lezen van hem in Matth. 9 : 9: En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheüs en zeide tot hem: olg Mij. En hij, opstaande, volgde Hem."

Mattheüs was dus een tollenaar uit Kapernaüm. Kapernaüm lag aan de belangrijke handelsweg tussen Syrië en Egypte. Zodoende was er door de Romeinen in die plaats een douanekantoor gevestigd, waar de langskomende handelsgoederen belast werden. Mattheüs was nu een van de ambtenaren op dit kantoor. Als de Heere echter langs dit tolhuis, dit douanekantoor heenkomt en hem roept, volgt hij terstond. Het is dan echter opmerkelijk, dat Mattheüs aanstonds na zijn roeping een maaltijd aanricht opdat zijn medetollenaren met Jezus aan die tafel zouden aanzitten. We lezen immers in Matth. 10 : 10: En het geschiedde, als Ilij in het huis van Mattheüs aanzat, zie, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan met Jezus en Zijn discipelen", terwijl we ook in Luc. 5 : 29 lezen: En Levi richtte Hem een grote maaltijd aan in zijn huis; en er was een grote schare van tollenaars en zondaars, die met hen aanzaten."

Veel meer dan dit weten we niet van Mattheüs, maar dit ene zegt ons heel veel. Het zegt ons dit, dat Mattheüs een man was, met een „gunnend" hart. Toen de Heere hem in Zijn Goddelijke genade deed delen, was het niet zo, dat hij dacht: „als ik maar zalig word", neen, hij gunde het ook zo van harte aan anderen en daarom richtte hij een maaltijd aan opdat zijn medetollenaren en andere mensen, met wie hij samen in de zonde had geleefd, ook met de Heere Jezus in contact zouden komen.

Als het recht ligt, is het zo met al Gods volk. Plet leven der genade is altijd gunnend. Dan zouden Gods kinderen het ieder wel willen geven.

En deze trek, die we nu hier bij Mattheüs vinden is karakteristiek voor heel zijn Evangelie-beschrijving. Want in zijn Evangelie richt Mattheüs zich in het bijzonder tot zijn landgenoten, de Joden, en dan zien we hem in zijn geschrift alles aanwenden, om de Joden aan de voeten van Jezus te brengen om hen er van te overtuigen dat Jezus de van ouds beloofde Messias is.

De volgende keer hopen we dit D.V. nader te bezien.