Digibron.nl

VRAGENBUS

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 23 december 1955
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 8

( N Correspondentie foor deze rubriek aan: T. MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid

Mej. J. S. v. W. te O. vraagt of de bekering van de inwoners van Ninevé een zaligmakende bekering is geweest.

Antwoord: Dat geloof ik niet. Het is niet genoeg te vasten om cle zonde, maar we moeten ook vasten van de zonde. We moeten niet meer met ons hart naar cle ongerechtigheid omzien. Dit is het enige vasten, clat God verkiest. Het werk van een vastendag is met een dag niet gedaan, maar clan begint het zwaarste en noodzakelijkste deel van het werk pas, hetwelk is van cle zonde zich te bekeren en een nieuw leven leiden en met de hond niet weder te keren tot zijn uit braaksel.

De Heere liet Ninevé cloor Jona boete prediken, niet om deze hoofdstad der heidenwereld dadelijk tot geloof in de levende God te bekeren, en haar bevolking in het verbond Zijner genade, clat Hij met Israël had gesloten, op te nemen, maar alleen om Zijn volk met de daad te tonen, dat Hij ook de God der heidenen was, en onder deze Zich een voik Zijns eigendoms kon bereiden. Overigens toont ook de gewilligheid, waarmede cle Ninevieten op het hun verkondigde woord Gods hoorden en boete deden, dat zij met al hun verzonken zijn in afgodendienst en zonde, toen nog niet rijp waren voor het oordeel der verdelging. Daarom verschoof de Heere de straf, totdat deze grote heidense stad in haar ontwikkeling tot een anti-Goddelijke wereldmacht, de mate harer zonde had vol gemaakt. Die ondergang heeft cle profeet Nahum haar verkondigd en de Medische koning heeft haar bereid.