Digibron.nl

Zending in Rhodesia

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 14 november 1958
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 2, 3

Dokter en dierentemmer

Jan van Woerden zit in zijn kliniekje. Het spreekuur begint, 't Zal weer een moeilijke morgen worden. Wat zitten er weer veel te wachten op de grond. Had hij nu maar instrumenten genoeg en zeker een microscoop! Maar die is er niet. Die dingen zijn zo duur. Het zou echter veel gemak geven om de diagnose vast te stellen. En was er maar een echte tandarts aanwezig. Je kan nooit weten voor welke gevallen je komt te staan.

Daar komen ze binnen, een voor een. Een vader met zijn kind is aan de beurt. Als je de man goed bekijkt, dan weet je al wat er aan de hand is. Zijn ogen zien vreselijk rood en zijn zeer pijnlijk. Nou, daar is wel op te vinden. Maar het kind. Dat is er erger aan toe. Al twee weken is het ziek; het kon haast niet slikken, had een akelige hoest en bracht bloedig slijm op. De temperatuur wordt opgenomen. Veel te hoog. Het kind zou hier moeten kunnen blijven onder observatie en dan zou het goed behandeld kunnen worden. Helaas, dat kan niet. Er is geen geld en geen geschikte gelegenheid. Nu moet het kind weer de lange afstand naar huis terug.

Van Woerden denkt: „Morgen zal ik proberen het kind in de hut op te zoeken. Dan ga ik maar op de fiets en een eind te voet, want er is maar één auto en die moet morgen ds. Fraser hebben."

En hoe is het met de rest van de patiënten? Als gewoonlijk: klachten over malaria, wormen, geslachtsziekten en tropische ziekten.

Eindelijk is de laatste vertrokken. Van Woerden gaat naar zijn kamer. Voornamelijk twee dingen wachten op hem: de medische studie en de taal. De rest van de morgen kan hij daar wel mee zoek brengen. Tussen één en twee uur is het lunch. Daarna wacht hem administratief werk van ds. Fraser. Om vijf uur, wanneer het mogelijk is, gaat hij met dominee langs alle gebouwen en landerijen. Dan wordt de veestapel bezocht en worden de zieke dieren behandeld. Ds. Fraser denkt aan het spreekwoord: „Acht is meer dan duizend." En dat brengt hij geregeld in toepassing.

Om zeven uur is het avondeten, waarna de huisgodsdienstoefening wordt gehouden. Dan volgt Bijbelstudie.

Op zo'n manier gaan de vele dagen door, maar het gebeurt ook, dat ze enkele dagen weg moeten, naar afgelegen dorpen om diensten te houden en mensen te bezoeken. Daar wordt dan ook een spreekuur gehouden voor patiënten.

In de plaats Nkai moesten ze overnachten in de school. Het gebouw bestond slechts uit vier muren met twee openingen, één voor licht en één om in en uit te gaan, dus geen vensters en deuren. Een luchtig grasdak kon de ergste regen buiten houden.

Toen Van Woerden 's avonds in het donker even naar buiten moest, trapte hij bijna op een mamba, een zeer vergiftige slang van ongeveer zestig cm lang. Het dier heeft zoveel vergif bij hem, dat wel vijf mensen gedood zouden kunnen worden. De mamba had evenwel geen gelegenheid om een beet naar Van Woerden te doen. Eén slag was voldoende om het dier voorgoed onschadelijk te maken.

Mamba's zijn gevaarlijke dieren. Daarom hebben ds. Fraser en Van Woerden altijd antigif-serum bij zich. Middellijk heeft dat serum al veel levens gered. Jammer genoeg is men er niet altijd direkt bij. Zo gebeurde laatst, dat ds. Fraser bij een man kwam, die een beet van de mamba had gekregen, maar het was te laat. Het middel mocht niet meer baten. Een schooljongen stierf verleden jaar ook ten gevolge van een beet van de mamba.

Toen Van Woerden zich 's avonds laat in die school te slapen ging leggen, hief hij plotseling zijn hoofd op. Wat hoorde liij? Uit één der negerhutten in de buurt klonk psalmgezang. Daar hielden christennegers avondsluiting. Dat dit in de rimboe mogelijk kon zijn!

Betrekkelijk eenvoudige voorvallen kunnen op de negers grote indruk maken. Heeft iemand van de zending met het een of ander geluk, dan kan het gebeuren, dat zijn reputatie voorgoed gevestigd is.

Zoiets overkwam Van Woerden bij het vangen van een stier. Dat beest had een infectie aan zijn oog en om dit te behandelen, moest het dier worden gevangen en vastgehouden. Een man of zes daagde op met een lasso, die om de kop van de stier werd geworpen. Zo gauw het beest dat ding om zijn

Het verzoek aan de lezers van ons blad „Daniël" om gebruikte brillen op te sturen naar G. H. Mijnders Hz., Schoolstraat 17 te Lisse om deze door te kunnen zenden naar het zendingsgebied van de Free Presbyterian Church of Schotland te Rhodesia in Afrika heeft een zeer verrassende uitwerking gehad.

Uit het gehele land kwamen kleine en grote pakjes met brillen binnen en het totaal aantal verzamelde brillen loopt al in de honderden. Het is een bonte verzameling uit twee eeuwen.

We weten werkelijk niet welke aantallen brillen men daar in Afrika gebruiken kan, maar het lijkt ons gewenst om voorlopig even met verdere inzameling te wachten en eerst hetgeen we nu verzameld hebben te verzenden. We hopen onze lezerskring t.z.t. te kunnen berichten wanneer deze zending brillen in Rhodesia aangekomen is en hoe de reacties daarop zijn en of ze er dan nog meer kunnen gebruiken. Indien dit laatste zo is, dan hopen we opnieuw een beroep op onze lezers te kunnen doen.

Uit deze eenvoudige en op zulk een kleine schaal opgezette actie blijken ons twee zeer verblijdende zaken.

De eerste is wel dat in onze gemeenten de noodzaak aangevoeld wordt van het zendingswerk gezien de snelle wijze waarop door zo velen gereageerd werd. En de tweede is speciaal voor de redactie van „Daniël" zo verblijdend n.1. dat ons blad zo goed gelezen wordt en dat onze lezerskring zo spontaan medewerkt aan een verzoek van de redactie, waaruit weer eens opnieuw blijkt dat de „Daniël"-lezers één hechte vriendenkring vormen.

We kunnen ook nog verantwoorden voor de verzending hiervan naar Afrika te hebben ontvangen van L. te D. en Fam. K. te W. elk ƒ 2.50.

Allen zeer hartelijk bedankt voor de medewerking.