Digibron.nl

VOOR ONZE Militairen

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 8 februari 1952
Auteur: KRIJGSMAN.
Pagina: 9, 10, 11

Ons Handboekje en enkele brieven.

Ik heb verscheidene brieven ontvangen en toch lang niet voldoende en daarom kom ik er op terug. Ik kan de jongens mededelen dat er pogingen in het werk worden gesteld om tot de uitgave van zo'n handboekje te komen. Zullen die pogingen slagen dan dienen we de medewerking te hebben van onze lezers, of beter gezegd, van de leden van de Geref. Gemeenten. Het boekje zal niet verschijnen door „Daniël" of van het Landelijk Verband van Jong. Ver., maar de Syn. Commissie voor de behartiging van de belangen van onze jongens zal de uitgeefster zijn.

Zo moet het ook. Onze jeugd is lid van de kerk, zij het nog dooplid. Doch een dooplid is ook een lid. De uitgave is dus een zaak en een taak der kerk.

Het verblijdt ons dat de Syn. Commissie het plan ernstig neemt. Het is dringend noodzakelijk dat al onze jongens van de kerkeraad der Gemeente waar ze dooplid zijn, vóór hun opkomst in militaire dienst, zo'n handboekje ontvangen. Ik heb verschillende brieven ontvangen op mijn eerste oproep, waarin de schrijvers en schrijfsters hun blijdschap uitspreken over dit plan. En toch lezers heb ik nog veel te weinig contact-adressen.

Alles met alles heb ik 8 contact-adressen. Hoe zullen we een deugdelijk handboekje uitgeven indien wij voor iedere plaats waar militairen liggen geen contact-adres kunnen opgeven. Kom lezers, wacht nu niet langer en geef ons adressen. Is de zaak het niet ten volle waard? Door het weinige contact wat thans is gelegd heb ik de laatste week toch al een drietal jongens kunnen helpen. Nota bene jongens, die alle 3 in dezelfde kazerne liggen, maar ze wisten elkaar niet te vinden. Alle 3 jongens reizen niet op Zondag ert toch liepen ze langs elkaar heen, zonder contact, zonder samenleving. Ik heb hen kunnen helpen, zodat ze elkaar kunnen opzoeken en elkaar kunnen steunen. Is dat niet zeer belangrijk in deze droeve dagen? Kan het niet een middel zijn dat deze jongens de oude Waarheid zoeken ? Zijn we niet allen, hoofd voor hoofd, verplicht hieraan mee te werken ? Waarom wacht U dan zo lang mij uw adres te geven. Denkt niet dat U te ver woont van de kazerne. 'Wat is een uur of twee uur lopen voor een jonge kerel ? Ik kreeg een brief van een jongen en die schreef me: „Krijgsman, daar zal wel geld voor nodig zijn. Welnu, ik wil graag mijn deel bijdragen. Schrijf het mij dan even." Ja jongen, daar is zeker geld voor nodig, maar gelukkig gaat dat buiten mij om. Je hebt het stukje van mijn vriend Hoogendoorn hierover wel ge-

lezen. Ik zou zeggen, voldoe maar aan diens oproep. Je zult er vast geen spijt van hebben. Wat heeft ons volk niet gepresteerd toen onze jongens in Indië waren ? Zouden wij dan geen handboekje kunnen uitgeven ? Dat wil er bij mij niet in. Ik weet zeker, dat er veel mensen zijn, die het plan toejuichen, maar die nog niet hun adres hebben opgegeven. Ik doe een ernstig beroep op U en ik verzoek U vriendelijk mij zo spoedig mogelijk uw adres te doen toekomen. Beter vijf adressen op één plaats dan niet één. Een brief die ik ontvangen mocht over deze kwestie van W.V. te B.o.Z. vermeldde mij vele gegevens en toch Wim, kan ik daar niet op ingaan. De zaken die je in je brief noemt liggen niet op de weg van Krijgsman. Dat zijn zaken voor de betreffende kerkeraad en daar wens ik mij niet in te mengen. Ik kan, mag en wil dat onder geen enkel voorwendsel doen. „Daniël" is niet in het leven geroepen om het doen en laten van een kerkeraad te gaan beoordelen. Ik wil dit ook niet per brief doen Wim. Die weg ligt ergens anders. Ik wil je nog wel helpen. Daar liggen in Bergen op Zoom nog meer jongens van onze Gemeente. Hier is een adres: R. Nijmeijer, R.V.A. „Prins Frederik kazerne", kamer 24, Groot Arsenaal. Vermoedelijk kan deze jongen je nog wel adressen geven. Wim, ik wens je veel succes. Als het handboekje er mag komen, dan heb je mij niet meer nodig, want op zo'n contact-adres kun je elkaar ontmoeten.

Vriend A.M. te G. dank ik hartelijk voor zijn brief. U zult geen contact-adres kunnen opgeven, want uw woonplaats ligt te ver weg. Toch kunt U ook daadwerkelijk helpen. Steun het plan met een geldelijke bijdrage. De kleinste gift is zeer zeker welkom.

Of je een ander wel zo critisch mag bekijken, ten H. ? Nu, ik geloof het wel, maar dan altijd zo, dat je een ander uitnemender acht dan je zelf. Dan is er niet veel gevaar bg, want dit zal je voor zelfverheffing bewaren.

We denken zo gauw dat we beter zijn dan een ander en dan wandelen we in onze hoogmoed. Dan krijgen we de gestalte van de Farizeër, dan zijn we niet als die en die. Ik geloof ten H. dat een mens, die zelfkennis bezit, genoeg aan zichzelf heeft. Denk je dat ook niet? Als God een mens bekeert dan schenkt God eerst zelfkennis en dan loopt er geen slechter mens op de wereld dan je zelf bent. Zou zo'n mens denken aan critiek op andere mensen? Ik geloof het niet ten H. Ik wens je van harte deze zelfkennis toe, want ze is noodzakelijk en onmisbaar, zal het wel met ons wezen op reis naar die grote eeuwigheid. Je moet maar voet bij stuk houden jongen. De Heere regeert en Hij neigt de harten der koningen als waterbeken. Dat heb je ondervonden.

Tenslotte zeg ik G.H.M. te O. ook hartelijk dank voor z'n brief. Jij hebt het handboekje dus ook al gemist. Nu jongen, we zullen hopen dat het komt. Uit Utrecht heb ik nog geen enkel contact-adres, terwijl het een zeer belangrijke garnizoensplaats is; bovendien ligt Soesterberg ook niet zo heel ver weg van Utrecht. Evenzo Zeist. Ik kan je daad op Zondag niet goedkeuren. Gelukkig doe je dat zelf ook niet. Ik acht het nog een voorrecht als een mens z'n consciëntie spreekt. Waarom ? Wel de consciëntie van een mens is die kracht van de ziel, welke als Gods onderrichter acht neemt op des mensen daden en hem over goede daden vertroost en over kwade daden beschuldigt. We lezen in Rom. 9:1: Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest." De consciëntie is dat tikkertje m'n jongen in ons binnenste. Luister daar maar naar, het kan je nog voor uitspattende zonden bewaren.

Ik ben aan het eind van mijn correspondentie. Eén brief heb ik nog liggen van een zekere mijnheer Verspoor uit Middelburg. Ik hoop daar later op terug te komen. Voor deze week is het genoeg.

Allen hartelijk gegroet van

In ons vorig nr. schreef ik een klein artikeltje over het inzamelen van giften onder onze „Daniël"-lezers voor het „Handboekje" waaraan nu „Krijgsman" bovenstaand artikel wijdt.

Reeds kwamen enkele giften binnen, maar slechts enkele. nog

En toch is deze hoogst belangrijke zaak het zo ten volle waard. Ik wil één zin aanhalen uit mijn vorig artikel en het daarbij laten: „Laat het een prachtig bedrag zijn, dat wij, als gemeenschappelijke „Daniëllezers en lezeressen straks de Synodale Commissie ter verzorging van de belangen v.d. militairen der Gereformeerde Gemeenten kunnen aanbieden als bijdrage in de kosten die zijn verbonden aan de uitgave van zo'n handboekje. Stel niet uit en stort uw gift direct op postrekening 149473 van Adm. „Daniël" Gouda.