Digibron.nl

Jezus' zalving door Maria

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 21 maart 1952
Auteur: Ds A. VERHAGEN.
Pagina: 4

Voorwaar zeg ik U, alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot hare gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft. (Matth. 26 : 13.)

Wat dreigen er voor Gods kinderen en knechten te allen tijde grote gevaren. Dat wordt zeer duidelijk bewezen in de geschiedenis die U leest in Mattheus 26 van vers 6 tot 13. In dat hoofdstuk w y orden wij eerst bepaald bij de vergadering te Jeruzalem van de Overpriesters en Schriftgeleerden en de ouderlingen des volks. Zij waren saam gekomen om te overleggen hoe zij Jezus vangen en doden zouden. Terwijl gelijktijdig in een nederig dorpje een nederige vrouw zich beijvert, om Jezus een erebegrafenis te verzekeren. Leest eens hoe deze vrouw handelt door de drang des harten, zonder te vragen naar de uitkomst. Zij moest de innige liefde, die zij voor Jezus koesterde van wege grote genade aan haar bewezen, over Hem uitstorten. Het was een daad des geloofs, onder de leiding des Heiligen Geestes als door een geheiligd voorgevoel, en al kon zij nog niet heel de rijkdom ervan omvatten, waren dit blijken, dat dit lijden en die dood haar dierbaarder waren dan enig sterven op aarde. Maar leest nu eens hoe haar daad beoordeeld werd. Judas Iskarioth was de woordvoerder, ook van de andere discipelen. Hij was er de rechte man voor, daar hij de beurs droeg voor het onderhoud des Heeren en Zijner jongeren en van hetgeen bestemd was voor uitdeling onder 's Heeren arme volk.

Het lag voor de hand, dat hij bij de overige discipelen bijval zou vinden, indien hij tegen deze geldverspilling opkwam. Maria's werk was in hun oog geldverspilling en doelloos. Maar Judas zelf werd echter door een geheel andere drijfveer daar toe geleid. Zijn gehele karakter kenmerkte zich als dat van een gierigaard, die slechts de kas wilde stijven, om zich zelf te verrijken. Johannes zegt uitdrukkelijk, dat hij dat niet zeide uit bezorgdheid voor de armen, maar omdat hij een dief was.

was. Uit dit voordbeeld van de discipelen zien we, dat er ook voor Gods kinderen veel aan gelegen is met wie zij omgaan en in welke omgeving dat zij verkeren. Onder de invloed van Judas kwamen de discipelen tot het vellen van een geheel verkeerd oordeel over de daad van Maria. In verkeerd gezelschap en onder een verdorven omgeving lijdt het geestelijk leven der kinderen Gods dikwijls aan zo zware geestelijke krankheden. Het meest gevaarlijk is de huichelaar, die onder de schijn van waarheid en gerechtigheid, heilloze oogmerken zoekt te bereiken. Zij meenden met Judas te moeten instemmen, toen zij het verlies voor de armen van meer dan honderd en twintig gulden ongeoorloofd noemden. Ja, ook zij achtten het een verlies, wat zij, zonder misleiding, de grootste winst zouden gerekend hebben. Welk offer zou er te groot en te zwaar zijn voor een zondaar, die door Gods genade ondervinden mocht, dat deze dierbare Borg en Middelaar zich voor hem, doodschuldige en verdoemelijke voor God, in de dood heeft overgegeven, de vloek heeft gedragen, en Die nog dagelijks de gezegende vruchten van Zijn zoendood genieten doet?

Uit deze tegenstand Zijner jongeren blijkt echter opnieuw de onbezweken trouw van de dierbare Zaligmaker, en dat hun ontrouw Zijn trouw niet teniet doet. Hoe groot was het voor Maria dat Jezus het voor haar opnam! Leest, hoe Hij zijn discipelen, berispte, maar Maria belooft, dat hetgeen zij gedaan heeft, door de gehele wereld met roem zal worden herdacht. Voorwaar zeg Ik u, al waar dit evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, zal ook tot hare gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft. Laat zulks ook tot onze lering zijn. Welke droeve ondergrond zit er in de zaak van menige rekenaar, wanneer het gaat over des Heeren zaak. Wat hebben wij altijd te onderzoeken wat bedoeld wordt door hen die ons voorgaan. Wat zit eigen voordeel en eer menigmaal voorop, onder het mom van Gods zaak te dienen. Bij Maria ging het ongedwongen, ja het was een werk des geloofs, daar zij het deed ter voorbereiding van Jezus' begrafenis. Moge de Heere ook onze harten bewerken bij aan-of voortgang, om dat werk door Maria verricht ook in onze levenspractijk door genade te mogen leren.