Digibron.nl

Van het Zendingsveld

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 2 december 1949
Auteur: M. NIJSSE.
Pagina: 2, 3

(27.)

Hernnhut, brandpunt der zending.

In deze rubriek moet meer gewezen worden op de zendingsijver d£; r Hernnhutters dan dat lang bij de léér zou worden stilgestaan. De leer der Broedergemeente was geenszins van gebreken vrij. De werking des heils werd erkend als uitsluitend van de Zoon uitgaande, daar toch bij de verlossing van • een zondaar de drie Goddelijke Personen werkzaam zijn. Ook werd het Middelaarschap van Christus te eenzijdig aangemerkt, meer de nadruk leggende op de lijdelijke gehoorzaamheid, dan wel op èn de lijdelijke èn de dadelijke. Vandaar dat de rechtvaardigmaking en heiligmaking scheef werden getrokken en de verhoogde Christus in Zijn Drieërlei ambten weinig benodigd werd.

Maar als we moeten spreken over de zènding der Hernnhutters, dan mochten we ons wel schamen. Als We op een landkaart strepen zouden trekken vanuit Hernnhut naar de verschillende landen waarheen zendelingen zijn gegaan, dan was Hernnhut een zon, die naar alle kanten haar stralen zou uitschieten.

't Was wonderlijk gegaan. Graaf Zinzendorf kwam op één Zijner reizen in Kopenhagen. Een paar Eskimo's, die door Egede waren gedoopt, vertellen in welk een nare toestand de zending op Groenland was; dat al het werk nog gestaakt zou worden op de duur. Geen prettig bericht voor de graaf. Verder ontmoet hij een neger van het eiland St. Thomas (West-Indië), die hem verklaart, dat de slaven mishandeld werden en dat zijn zuster zo graag het Evangelie zou horen.

Zinzendorf was te veel gevoelsman om zich deze dingen niet aan te trekken. Bij zijn geloofsgenoten in Hernnhut gekomen, drukt hij de nood der heidenen op het hart. En de broeders in Hernnhut, die na veel gevaren en omzwervingen nu een gelukkig tehuis hadden ontvangen „in 's Heeren hoede", wilden graag hun dankbaarheid tonen door van de Heere te getuigen en Zijn Naam te verkondigen onder de heidenen.

En wie waren het, die zich opgaven om voor de missie te gaan arbeiden? Eenvoudige, arme landwerkslieden of boeren, die aan een moeitevol leven gewoon waren en die gespeend waren van alle mogelijke gemakken. Het kon huri niet schelen hoe lang of hoe kort de zendingsreis duren zou. Het gaf niet of ze over land dan wel over de wateren moesten gaan, of het naar het barre noorden dan wel naar de tropen zou zijn. Hun plannen waren niet groot: hun enigste bedoeling was om zielen voor koning Jezus te winnen, en voor één slechts hadden ze alle ontberingen, ja zelfs hun leven

over. Ze hadden geen bijbedoelingen en hun ijver was niet een opgewondenheid voor een ogenblik, maar 't was een blijvende drang des harten, om alles te doen wat in hun vermogen was. Van niets lieten ze zich afschrikken. De liefde (tot de zendingsarbeid) was sterker dan de dood. Een bewijs? Door het ongezonde klimaat in West-Indië bezweken in korte tijd twintig zendelingen en wat geschiedde ? Vanuit Hernnhut, het brandpunt der zending, werden de opengevallen plaatsen gevuld en er was nog overschot van vrijwilligers. Het volgende jaar, nadat Zinzendorf van zijn Deense reis was teruggekeerd, zond de Broedergemeente, die toen nog maar 600 leden telde, twee zendelingen naar West-Indië uit. Het was de 21ste Augustus 1732, toen Leonard Dober en David Nitschman naar de negers op het eiland St. Thomas gingen. En hoe konden ze de negerslaven bereiken? Door zelf zich als slaven te laten verkopen! Letterlijk werden ze slaven om andere slaven het Evangelie te brengen.

Naar het barre Groenland trokken ook zendelingen om Hans Egede bij te staan. We hebben daarover al gehoord en we weten welke teleurstellingen en moeilijkheden hun deel waren. Onder spot en vijandschap moesten ze hun moeizaam werk doen.

De Indianen in Noord-Amerika werden bezocht. Suriname en Berbice (Zuid-Amerika) werden bewerkt, ja zelfs de Hottentotten in Z.-Afrika werden niet overgeslagen.

En zie nu eens naar welke zijden de stralen vanuit het brandpunt Hernnhut uitschoten!

Naar Jamaica, Antigoa, de kust van Labrador; naar de Lappen in Zweden, naar Guyana, Perzië, Abessynië. Naar Ceylon, de Nicobarische eilanden, naar de Kopten en zelfs naar de Joden in Amsterdam.

Wat een verscheidenheid van landstreken en volken! Hoe wonderlijk werkt de Heere! Als er op dit of dat tijdstip, in deze of die streek, één, al is het maar één, toegebracht moet worden tot de grote kudde van de Opperherder der schapen, dan zal daar het Woord des Heeren worden gebracht, al is het door eenvoudige mensen, die als werktuigen in Gods hand worden gebruikt, daar de Heere heeft gezegd: „deze moet Ik ook toebrengen."

In een tijdsbestek van honderd jaren (1732—1832) heeft de gemeente te Hernnhut 1199 zendelingen uitgezonden. In diezelfde eeuw vonden alleen in Deens West-Indië 190 zendelingen in de vreemde hun graf.

Welk een vurige ijver van de zendelingen, maar ook: wat een arbeid legt de Heere ten koste aan een wereld die in het boze ligt!