Digibron.nl

Nero, de wreedste aller keizers

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 4 november 1960
Auteur: A. E.
Pagina: 6

III.

Zo leefde de waanzinnige Nero verder, Hij beval de moord van al de landvoogden, de dood van al de bannelingen en de plundering van Gaulië en Spanje. Men zegt zelfs, dat hij het plan ontworpen had om al de raadsheren op een gastmaal te vergiftigen, Rome voor de tweede maal aan de vlammen over te leveren en de wilde beesten uit de renbaan in de straten los te laten om het volk te beletten het vuur te blussen. Hij stuurde zijn lijfwacht weg en vormde zich een nieuwe lijfwacht van ontuchtige vrouwen die liij als Amazonen kleedde.

De senaat, de patriciërs, de ridders, het volk, de krijgslieden geraakten in opstand en zwoeren dat monster de dood. Dit werd het einde van de duizendvoudige moordenaar. Nog enige tijd, dan moest hij verschijnen voor een geducht Rechter.

Op zekere nacht lag Nero op zijn bed. Hij bemerkte dat zijn lijfwacht hem verlaten had en dat zijn paleis aan de plundering was overgeleverd. Hij sprong haastig van zijn bed, riep zijn staatsdienaren en gunstelingen, maar.... niemand antwoordde hem. Nero tastte naar de gouden doos die snelwerkend vergif bevatte, maar zijn lijfwacht had deze doos gestolen. Woedend verwijderde hij zich uit het paleis en snelde naar de Tyber om zich te gaan verdrinken. Phaon, een van zijn vrijgemaakte slaven hield hem tegen en bood hem een schuilplaats aan op zijn landverblijf, vier mijlen buiten Rome. Nero aanvaardde dit voorstel en vluchtte in een wijde mantel gewikkeld met Phaon mee.

Tijdens de tocht brak er een hevig onweer los. Nero was radeloos. Hij meende door de goden en de mensen vervolgd te worden. Dicht bij het landgoed gekomen ontmoette het kleine gezelschap enkele reizigers die zeiden; „Ziedaar voorzeker lieden, die de eerloze Nero zoeken, om hen te doden." Nero was ontzet. Hij drong door de struiken en kwam eindelijk achter het voorhof van Phaon aan. Hij was zo vermoeid dat hij zich in het riet liet vallen.

Nero nam het water uit de modderpoel in zijn handen en zei: ziedaar de drank voortaan voor Nero bestemd." Zijn drie slaven die de tocht hadden meegemaakt groeven een gat onder de muur, en de keizer als een verachtelijke slang door het gat kruipend, bereikte de tuin en Phaon verborg hem in een vertrek waar haast nooit iemand kwam. Vier en twintig uur lang bleef hij in deze kamer opgesloten.

Intussen was de keizer door de senaat als een vijand van het volk verklaard. De wreedaard moest de dood sterven. Phaon bracht hem dit besluit over.

Onverschillig antwoordde Nero „Helaas, moet dan zulk een goed toonkunstenaar omkomen!"

De vrees voor de straf maakte hem kloekmoedig. Hij trok een dolk uit zijn gordel en stak de punt tegen zijn hart. Hij durfde echter niet toe te stoten. Hij barstte in tranen uit.

Plotseling hoorde men paardehoeven. Het waren soldaten die Nero zochten. Wanhopig keek Nero om zich heen en ondersteund door Epaphroditus drukte hij de dolk in zijn keel. Hij ademde nog als de hoofdman het vertrek binnentrad. „Gij komt veel te laat" rochelde Nero, „is dit de getrouwheid die gij mij gezworen hebt? " Toen was het gedaan. De wreedste aller keizers stond voor zijn Rechter.

Nero was twee en dertig jaar en had dertien jaar geregeerd. Het woedende volk wierp zijn standbeelden omver en vermoordde enkele van zijn staatsdienaars, men wilde zijn lijk in de Tyber werpen. Twee vrouwen die hem in zijn jeugd hadden verzorgd verzamelden zijn overblijfsels en begroeven die in het graf van Domitius.