Digibron.nl

Rondkijk

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 6 mei 1949
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 5, 6

De verwereldlijking in de kerk trekt meer en meer door. Als ik „kerk" schrijf bedoel ik daarmee niet een bepaalde richting, maar de kerk in ons Vaderland in zijn geheel. Op het gehele terrein van de kerk is afzakking en doorvloeiïng zichtbaar. Hoe weinig wordt er onderscheid tussen de kerk en de wereld meer gezien! Helaas is de wereld de kerk ingedrongen. Neem b.v. de haardracht, de kleding en zoveel andere dingen meer, ook in de levenswandel naar buiten.

Vandaar misschien dikwijls zoveel uitzonderlijke vragen in de vragenrubriek. In „Daniël" kom ik er wel eens tegen, waarvan ik zeggen moet, dat is er weer een die probeert van de heer Molenaar een antwoord te ' krijgen, om het wat „ruimer" te mogen nemen. Dat vragen van: mag dit en mag dat? is al verdacht. Dan wordt er eigenlijk toch gevoeld, dat er iets niet in de haak is. Nu, de heer Molenaar weet zijn klanten wel van antwoord te dienen. De H. Schrift is dan ook het einde van alle tegenspraak. Dat is de norm, voor leer en leven beide.

Zo gaf Ds W. Ruiter, Chr. Geref. Predt. te Sneek in het Chr. Gereformeerde „Kerkblad voor Friesland" een lezeres een bondig antwoord op een vraag of een meisje een zgn. lange broek dragen mocht. Hij verwees naar Deutern. 22 : 5 waar staat: Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken, want al wie zulks doet, is de Heere uw God, een gruwel." De Heere wil, dat de tweeërlei sexen door hun kleding te onderkennen zijn, ter handhaving van de zedelijke normen. Ook het verkleden „voor de aardigheid" van man als vrouw of omgekeerd is de Heere een gruwel!

Nu wil het ene meisje een lange broek aantrekken en anderen zouden het liefst met blote benen naar de kerk gaan. In het Herv. Kerkblad „De Zaaier", deed Ds H. Goedhart, Ned. Herv. predt. te Middelharnis een verzoek aan de ouders, om er op te willen toezien „dat hun kinderen niet zonder kousen in de kerk komen. Velen kwamen slechts met sokjes aan onder de verkondiging van Gods Woord. Hoewel ook op straat deze wijze van kleden ongepast is, geldt dit toch nog in veel groter mate in de kerk. Laat ieder ook in de zomermaanden op de kleding letten, opdat alle ergernis vermeden wordt en opdat de eer des Heeren niet worde aangetast, door de eerbaarheid te vergeten."

Dit is inderdaad een goed vermaan van deze Hervormde predikant, dat ook onder ons ter harte mag worden genomen.

Ik herinner mij, dat ik jaren geleden op een Zondag te Rotterdam met een groep kerkgangers naar De Boezem liep en een voorbijganger hoorde zeggen: „Kijk, die gaan naar de kerk van Kersten, dat zie je aan hun kleding!" Nu voer ik niet het pleit om er excentriek te gaan bij lopen, maar onderscheid mag en moet er meer gezien worden. En dat onderscheid wordt tegenwoordig meer en meer weggewist. We leven in tijden van diep verval en het schijnt of alles op het spel wordt gezet om inzonderheid onze jonge mensen van God en Zijn dienst af te trekken. Stemmigheid en ernst vindt men schier niet meer.

In „Eilanden-nieuws" trof ik een stukje aan, dat daar ook op wees. We laten er hier een gedeelte van volgen.

„De mensen houden geen tijd over om een ogenblik tot zichzelf te komen. Kreeg vroeger de Satan de schuld, dat hij een mens maar bezig hield, nu leveren de christenen dat elkander zelf. Het nieuwste is de radio-wedstrijd, waarbij heel het gezin betrokken wordt en met kinderachtigheden bezig gehouden. Geprezen als het schoonste wat de radio ons geven kan, door onze „christelijke pers." Ik zou de organisatie er van niet gaarne op mijn rekening hebben. Geen tijd meer om eens met een goed boek verstand en hart te verkwikken, om eens te vragen: „is het wèl met U op Uw grote reis? " Wulfert Floor wijst er in een zijner preekjes op, dat de Heere de vrouw Izebel in het Boek der Openbaringen de tijd gegeven had om zich te bekeren, „maar zij heeft zich niet bekeerd."

En nu laat de christelijke radio de mensen geen ogenblik met rust, ja organiseert beuzelarijen en kinderspel, als of er niets beters te bejagen zou zijn. Het zijn maar vreemde vruchten van een zonderlinge gereformeerde leer. Ik zou wel eens willen weten welk vermaak onze tegenwoordige Calvinisten niet geoorloofd is.

Wijlen Dr Abr. Kuyper poneerde de stelling: er is geen enkel levensterrein waarvan de Christen niet zegt: „dat is mijn!"

Dit dan zo zijnde kan men wellicht spoedig christelijke stierengevechten verwachten met radio-rapportage!

UIT EIGEN KRING

Ds J, Fraanje van Barneveld is weer in het ziekenhuis te Ermelo opgenomen. Zijn toestand is van dien aard, dat geen bezoek kan worden toegelaten.