Digibron.nl

GEWIJDE GESCHIEDENIS O.T.

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 2 oktober 1953
Auteur: Ds A. DE
Pagina: 2, 3

DANIeL 2, 5 en 6.

BABELS VAL EX DARIUS DE MEDER (I.)

I. De voorspelling: van Babels val (Dan. 2) II. Babels val. (Dan. 5) III. Darius de Meder (Dan. 6)

De profeten Jesaja en Jeremia hebben al gesproken van de verwoesting van Babel.

De droom was een van de middelen waardoor God in de dagen des Oude Verbonds Zijn wil te kennen gaf, en wat later zou geschieden.

In het verborgen nachtleven spreekt de Heere door dromen zelfs tot Nebucadnezar.

Hij heeft alles echter zo beschikt, dat Nebucadnezar Daniël nodig heeft om de droom en zijn uitlegging bekend te maken.

Hoewel de koning bij het wakker worden ontroerd is, weet hij zich de droom niet meer te herinneren en geen wijze of tovenaar vermag het hem te openbaren. De wijzen moeten hun onmacht erkennen.

Satan is onmachtig als God hem geen macht geeft. AI de wijzen moeten worden omgebracht, waaronder ook Daniël behoort.

De Oosterse despoot heeft reeds een aanvang laten maken met de slachting.

Daniël gaat echter naar de koning en vraagt uitstel van executie.

De koning willigt dit verzoek in.

Daniël en zijn vrienden nemen de toevlucht tot de God des hemels en smeken Hem om licht en wijsheid. Zij mogen ervaren wat de dichter getuigt in Psalm 117; „Hij geeft de wens van allen die Hem vrezen, hun bede heeft Hij nimmer afgewezen."

Daniël gaat naar de koning en laat duideiijk uitkomen, dat wanneer hij de droom en zijn uitlegging hem bekend zal maken, niet hij, maar de God des hemels de eer toekomt.

Nu vertelt .Daniël de droom.

Nebucadnezar zag in de droom een groot beeld, saamgesteld uit verschillende metalen.

Het hoofd was van goud, de borst en de armen van zilver, de buik en de dijen van ijzer, en de voeten deels van leem.

Een steen, door onzichtbare hand afgehouwen rolt naar het beeld toe, slaat het omver en verbrijzelt het geheel, zodat alles stof wordt, dat door de wind wordt weggedreven.

Van het beeld blijft niets over, maar de steen wordt steeds groter, totdat hij een berg is geworden, die de gehele aarde vervulde.

De uitlegging van de droom maakt Daniël bekend. De onderscheiden delen van het beeld zijn wereldrijken.

Het gouden hoofd is het rijk van Nebucadnezar zelf. Hoewel Daniël de rijken niet noemt, worden achter-eenvolgens bedoeld: het Babylonische, Medisch-Perzische, Grieks-Macedonische en Romeinse rijk.

Hot koninkrijk Gods (de steen') zal ze vernietigen. Het koninkrijk van Jezus Christus zal heel de aarde vervullen en eeuwig blijven.

Nebucadnezar is onder de indruk.

Hij geeft de God van Daniël de eer.

Daniël kan niet verhinderen, dat hem op oosterse wijze eerbewijzen worden gebracht.

Daniël denkt aan zijn vrienden die op zijn verzoek tot onderstadhouder worden aangesteld.

Niet aanstonds is Babel gevallen.

Dit is geschied in de dagen van Belsazar, die in de Schrift de zoon van Nebucadnezar wordt genoemd.

De ongewijde geschiedenis kent die naam niet.

Zij houdt een zekeren Nabonedus voor de laatste voi'st van Babel.

In de laatste tijd zijn er opgravingen gedaan, die wel degelijk de naam van Belsazar vermelden. En dan blijkt dat Belsazar een kleinzoon van Nebucadnezar is geweest.

Dit is niet in strijd met de Schrift, waar hij zoon genoemd wordt (Dan. 5 : 22) en Nebucadnezar zijn vader, (Dan. 5 : 18)' omdat het woord vader ook voor grootvader, en zoon voor kleinzoon wordt gebruikt.

Volgens sommige bijbelverklaarders is Belsazar dan een zoon van de ook in de Bijbel genoemde Evil-Merodach. (Jer. 52 : 13), volgens andere van Nabonedus, die met een dochter van Nebucadnezar gehuwd zou zijn. Deze laatste veiitlaring is de meest gangbare.

Belsazar maakte voor de groten van zijn rijk een groot feest.

Al ligt het Perzische leger, onder aanvoering van Cyrus voor Babel, het feest moet doorgaan.

Belsazar is gerust en meent dat Babel onneembaar is.

Men heeft kanalen gegraven in de nabijheid van de Euphraat om het water af te leiden en dan door de droge bedding te stad binnen te rukken.

Belsazar geniet volop van zijn feestvreugde en laat de bekers en schenkkannen, die Nebucadnezar uit de Tempel te Jeruzalem naar Babel had gebracht, voor brengen.

God laat Zich niet bespotten.

Er verschijnen vingeren van een mensenhand, die woorden op de wand schrijven, welke noch dooi* de koning, noch door de wijzen kunnen worden gelezen of ontcijferd.

Door bemiddeling van de koningin wordt Daniël de feestzaal ingeleid.

De dodelijk verschrikte koning deelt hem mede, dat, als hij dit schrijft kan lezen en verklaren, hij met eerbewijzen zal worden overladen en de derde heerser in het koninkrijk zal worden.

Daniël is het evenwel niet om geschenken te doen, maar om cle last die cle Heere hem oplegt, te vervullen. Hij brengt Belsazar zijn verharding onder het oog, want de koning heeft niets geleerd van wat er met Nebucadnezar gebeurd is.

Hij heeft God gehoond door de heilige Tempelvaten voor onheilige doeleinden te gebruiken.

De woorden aan cle wand bevatten een boodschap van de God des hemels.

Die w T oorclen luiden: „Mené, Mené, Tekel Upharsin", welke in onze taal luiden: Geteld, Geteld, Gewogen, gedeeld.

Dat wil zeggen dat aan het rijk van Belsazar spoedig een einde zal komen.

Dat zijn rijk zal worden gedeeld en aan de Meden en Perzen zal worden gegeven.

De tweede keer bij de verklaring gebruikt Daniël het woord Peres.

De U van Upharsin betekent „en". Pharsin is een meervoudsvorm, het grondwoord is peres.

In diezelfde nacht trekken de Perzen door de waterpoorten Babel binnen en de koning der Chaldeën wordt gedood.

De bevelhebber der Perzische troepen ontvangt sleutels der stad uit de hand van Daniël. de

De Heere zorgt er voor dat Zijn trouwe knecht ook bij de nieuwe regering een man van grote invloed blijft. De wereldmachten staan onder Gods bestuur en zullen niets vermogen tegen Gods volk.

Mannen, die net als Daniël, open vensters hebben tegen Jerusalem en daar in hun opperzaal biddend mogen waakzaam zijn, kunnen van grote zegen zijn ook op Staatkundig gebied.

Dit is de troost voor Gods volk te midden van de beroeringen der tijden, dat de God van Daniël gisteren, heden en tot in eeuwigheid Dezelfde blijft.

Vragen:

1. Heeft het gemeenschappelijk gebed waarde?

2. Geeft de Heere de weegschaal wel aan mensen die bijv. geroepen worden om gewichtige beslissingen te nemen, of moeten wij de stemmen tellen?

3. Hebben de ontdekkingen der wetenschap waarde om de H. Schrift beter te verstaan?

4. Wie worden als God weegt, niet te licht bevonden?