Digibron.nl

Alles nieuw

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 12 november 1954
Auteur: B. ROEST.
Pagina: 1

„Want de eerste dingen zijn weggegaan." (Openbaring 21 : 4b.)

Na het stilzwijgen in de hemel, waarvan we lezen in Openbaring 8 : 1, komen de gerichten los.

De wereldgeschiedenis loopt uit op het eindoordeel.

God zelf voltrekt dit oordeel. Dit betekent voor de gelovigen niet clat zij niet de wereld veroordeeld zullen worden. Wel heeft ook Gods volk dat verdiend, maar o eeuwig wonder, de Ileere bewaart Zijn volk en behoudt hen uit dit gericht, enkel en alleen om der wille van Zijn lieve Zoon, om het borglijden dat de Ileere Jezus voor dit zondige volk doordragen heeft.

Welk een diepe, souvereine genade en barmhartigheid. En dat alles omdat Gods recht is verheerlijkt in het volbrachte werk des Middelaars dat hun wordt toegerekend en geschonken door Woord en Geest.

Die Christus toebehoren, mogen en kunnen zich verblijden door het geloof, dat zij de hemelse heerlijkheid zullen beërven.

Johannes zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Dit is de zalige toekomst voor Gods kinderen. ITier zijn de gelovigen nog in een wereld van zonden en wonden, van strijd en vervolging. Wat een tranen worden er al geschreid, wat is het een strijdperk in deze wereld voor Gods Kerk. Vol van rouw en moeite is ons leven.

Maar de Heere heeft Zijn volk in Hem de overwinning doodsvijanden. verzekerd over al de

Die hoop is verankerd in Christus' gerechtigheid en verdienste en ligt door Hem in God vast en die hoop zal dan ook nooit beschamen.

„Waarin God, willende de erfgenamen der belijdenis overvloediger bewijzen dc onveranderlijkheid Zijns raads, met een eed daartussen is gekomen. Opdat wij door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God iiege, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk die de toevlucht genomen hebben om de voorgestelde hoop vast te houden."

Dus die hoop beschaamt niet. Zij gaan uit de woestijn naar dat Kanaan, waarin zij vrijmachtig gebracht worden. Uit dit leven van zonde en strijd worden zij straks eeuwig verlost. Dan zullen zij bij de Heere zijn. Hier zijn zij nog pelgrims en vreemdelingen, maar daar zijn zij echt thuis om te rusten in God.

Zo zijn zij op reis naar het eeuwig Vaderland. Dat is het blij vooruitzicht dat hen streelt.

Het is zeker, want de Koning staat voor Zijn volk in.

Met Hem komen ze nooit beschaamd uit; wat Hij belooft, dat schenkt Hij, zij zullen verlost worden.

Johannes zag, hoe de eerste dingen zijn weggegaan.

De eerste dingen: dat is ook de zonde, de wereld en de duivel. Dat is het leed en de moeite, het kruis en de ellende, al de gevolgen der zonde.

De eerste dingen: dat is het leven waarin God niet aan Zijn eer komt; dit alles is dan weggegaan.

Want hij maakt alle dingen nieuw. Ziet hier dan een algemeen overzicht van de gelukzaligheid der gemeente Gods in haar toekomstige staat.

Gelukkig die inwendig vernieuwd wordt.

Die in Christus is, die is een nieuw schepsel, het oude is voorbijgegaan, ziet: alles is nieuw geworden.

Gods kinderen gaan een volmaakte heerlijkheid tegemoet naar ziel en lichaam beide. Zij worden toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is, om door het bloed des Lams, het bloed des verbonds, gekocht en gereinigd te worden. Dat geeft een eeuwige gemeenschap met God in Christus.

Wat zijn zij echter diep ongelukkig en rampzalig die dat missen.

Wee al degenen die buiten God leven en in hun onbekeerlijkheid doorgaan. Ja er zal een eeuwig onderscheid zijn tussen hen die God niet, of die Hem wel dienen. En wat is nu de gehele wereld buiten God?

IJdelheid der ijdelheden!

Maar die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn.

Straks zal er geen dood of rouw of gekrijt, noch moeite of verdriet meer zijn. En die op de troon zat, zeide: „Ziet, Ik maak alle dingen nieuw."

Welk een gezegende staat. Laat dus Gods oprechte volk in een ondergaande wereld niet vrezen, want hun heil en geluk is eeuwig.

Maar de vreesachtigen en ongelovigen en gruwel ijken en doodslagers en hoereerders en tovenaars en afgodendienaars en leugenaars: hun deel is in de poel, die daar brandt van vuur en sulfer; de tweede dood.