Digibron.nl

Zijn schepping (1)

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 13 juli 1990
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 17, 18, 19

„Marieke, ontleed jij deze zin eens taalkundig.”

Uitnodigend wijst meneer Van Duinen naar het bord. Met een benauwd gezicht komt Marieke naar voren. Ontleden, bah! En dan zo'n onmogelijke zin. Er zitten wel zes werkwoorden in. Hoe krijgt hij 't verzonnen! Eh.... taalkundig, da's toch in zinsdelen of...? Het zweet breekt haar uit.

„U zei toch in zinsdelen hè? ", probeert ze.

De leraar lacht fijntjes. „Ik zei taalkundig, jongedame."

Met de moed der wanhoop begint Marieke. Is: persoonsvorm: een woordvoerder van de milieubeweging: onderwerp. Het wordt wat onrustig achter haar.

„Woordbenoeming", sist Mark van Dam. die 't dichtst bij het bord zit. Stuntelig veegt

Marieke het foute begin weg. De: bepaald lidwoord: woordvoerder: zelfstandig naamwoord; van: hier aarzelt zc. Is dat nou een voorzetsel of een voegwoord? Langzaam schrijft ze de v en de o op.

„Voorzetsel", fluistert Mark. Opgelucht maakt Marieke het woord af.

„Mark", klinkt plots de stem van Van Duinen achter uit de klas, „ik gaf Marieke een beurt, "t Is maar dat je "t weet."

Mark gaat even verzitten. Die vent merkt altijd alles.

Marieke ploetert verder. Als ze alle woorden benoemd heeft, draait ze zich om en kijkt hoopvol de klas in. Zonder kleerscheuren is ze er wel niet vanaf gekomen, daar is ze zich van bewust, maar misschien valt liet mee.

„Dat heb je cr aardig afgebracht", komplimenteert meneer Van Duinen haar, terwijl hij naar het bord loopt. „Ga maar zitten, dan zullen wc de schade eens bepalen. Mark, hoeveel fouten heeft ze gemaakt? '"

Zonder aarzelen geeft Mark antwoord. Hij is een kei in 't ontleden. „Vijf, meneer."

„Er mee eens? ", vraagt de leraar aan de klas. Die zegt eenparig: „Ja meneer."

„Kees, welke fouten zijn het? " „Ik.... eh. ik kan niet alles lezen wat ze heeft opgeschreven, meneer. Mark zal 't wel goed hebben, die zit er bovenop." Een hoongelach breekt los. „Kom maar even naar 't bord joh", zegt Van Duinen als 't gelach bedaard is.

Met een air van "dat zal ik eens haarfijn uitzoeken', gaat Kees de zin woord voor woord na. En warempel, hij haalt ze cr alle vijf uit. Hij krijgt een applausje van de leraar en zijn klasgenoten.

„Zijn er nog vragen? ", wil meneer Van Duinen weten. „Nee? Pak dan even een SOblaadje en doe hetzelfde met deze zinnen." In één beweging draait hij het bord om. Vier enorme zinnen grijnzen de nu wel erg rumoerig geworden leerlingen aan.

„Ik geef je één minuut om aan het werk te gaan", klinkt het streng. Het rumoer ebt direkt weg. „Zin één en twee voor rechts, drie en vier voor links."

Er wordt duidelijk opgelucht adem gehaald. Binnen vijftig tellen kun je een speld horen vallen.

Bijna

Met een zucht klemt Marieke haar tas onder dc snelbinder. Poe, wat een dag! Zeven lange, saaie uren. Enfin, morgen twee uur later beginnen, da's tenminste een fijn vooruitzicht. „Ik rijd 'n eindje met je op. Goed? " Met z'n hoofd een beetje scheef, een paar vragende ogen achter twee grote brilleglazen en een vrolijke lach op z'n toet, kijkt Mark van Dam haar aan. Twee straten ver fietsen ze zwijgend naast elkaar. Voor Marieke een hele prestatie. Dan ineens: , , 'k Ben het zo zat als kouwe pap!"

Mark maakt van schrik een rare beweging met zijn stuur en kan maar net voorkomen dat hij een lantaarnpaal omarmt. , , 'k Heb geen avond vrij. altijd dat ellendige huiswerk!" Bij elk woord geeft Marieke de trappers een nijdige duw en

Mark heeft halswerk om haar bij te houden.

„Als ik je helpen kan", probeert hij wat onhandig.

Marieke hoort het niet eens, ze moppert cn raast maar door. „Geeft Van Duinen nota bene nog een opstel op. Over drie dagen inleveren. Hij lijkt wel niet wijs! Zit je uren op. Wat heb jij gekozen? ", gaat ze ineens op gewone toon door. „Ik? Milieuproblemen."

Marieke stuift weer op.

„Milieuproblemen? Hoe kun je dat nou kiezen! Daar word je ziek van. Denk je dat het wat helpt als je al die problemen op een rijtje zet en ze één voor één bespreekt en er een oplossing voor probeert te zoeken? Dat is toch onbegonnen werk. Daar word je alleen maar moedeloos van. Er is geen beginnen meer aan. Hier een tanker die zoveel miljoen liter olie verliest, ginds een kerncentrale die lek is! Ik zal jou eens wat vertellen

Mark. De wereld gaat ka.... eh. nou ja. ik bedoel, de wereld gaat eraan en er is niemand die dat tegenhoudt. De mensen

graven hun eigen graf. daar is geen stoppen meer aan!" Marieke hijgt ervan, 't Valt ook niet mee om stevig door te fietsen en tegelijkertijd je hart eens te luchten.

Mark heeft de tirade zwijgend aangehoord. Zou hij 't zeggen van de preek van gisteravond? Hij kijkt even opzij. Met een verbeten trek om haar mond rijdt Marieke door. Zc let nergens op. kijkt links noch rechts, ziet ook niet dat het verkeerslicht op rood staat. Mark grijpt haar nog bijtijds bij de arm. ..Stoppen!" Marieke gaat op haar rem staan. Een zware vrachtauto dendert voorbij.

„B..b..bedankt", stottert ze. „d..d..daar was ik vierkant tegenaan gegaan." Een beetje bibberig staat ze naast haar fiets. ..Ik sloeg ook wel door hè? " zegt ze dan timide. , , 't Is nou groen", antwoordt Mark. „laten we maar gauw doorrijden."

Mijn droomhuis

Voldaan zet Mark een dikke punt achter de laatste zin van zijn opstel. Dat heeft hem wel een paar uurtjes gekost, maar hij is dik tevreden. Rustig kijkt hij zijn werk nog eens door. Als hij zijn klad verscheurt en de snippers in de prullenbak laat verdwijnen, komt hem het gesprek met Marieke voor dc geest. Of nou ja, het gesprek, beter de alleenspraak die Marieke hield. Toch jammer dat hij de moed niet had om over de preek te beginnen. Hij had alleen gevraagd: „Was je gisteravond in de kerk? ". Nee. ze was niet geweest, ze had op haar broertje gepast.

„Hoezo? " had ze gevraagd. „O. nou zomaar, "t ging over het milieu."

„Over het milieu? Daar hebben m'n vader en moeder het niet over gehad. Er is over Noach gepreekt en het verbond dat de Heere met hem heeft gemaakt. Maar over het milieu, nee daar hebben ze niks van gezegd." Hij kon geen antwoord meer geven, want Marieke schoot linksaf en hij moest rechtdoor. Langzaam vouwt Mark de beide velletjes A4 dubbel en schuift zc in z'n taalboek. Zo. nou even snel wiskunde doen.

Morgen maar engels en natuurkunde, hij moet pas om halfelf beginnen, dat haalt ie makkelijk. Als hij om halftien de huiskamer binnenkomt, gaat net de telefoon. Moeder neemt hem aan.

„Voor jou Mark, Marieke van Dijke."

„Marieke? Wat moet die nou!" „Hallo Mark", klinkt het opgewekt aan de andere kant van de lijn. „'k Ben m'n rare bui kwijt en heb m'n opstel af. „Mijn droomhuis" heb ik gekozen en 'k heb het neergezet op een plekje waar geen milieuproblemen zijn. Doei. tot morgen."

Grinnikend legt Mark de hoorn op het toestel. Moeder kijkt hem vragend aan. Terwijl zij een glaasje fris inschenkt, gaat Mark er eens goed voor zitten om haar Mariekes grieven tegen het vele huiswerk en de onoplosbare milieuvraagstukken uit de doeken te doen.

Nog twee dagen

Het is vrijdagmiddag halfdrie. In de aula krijgen de derdeklassers de laatste mededelingen en instrukties over de werkweek, die aanstaande maandag begint. De spanning is voelbaar. Vergeten zijn dc bergen huiswerk, de SO's en repetities. Verdwenen is bij enkelen de angst voor een slecht rapport en dus het zekere weten van zittenblijven. Er staat maar één ding in het middelpunt: de werkweek in Zeeland.

„Zo jongelui, dat was het. Zijn er nog vragen? Nee? Dan kunnen jullie nu rustig vertrekken."

Meneer Van Hartveld benadrukt het woordje rustig, maar dat heeft blijkbaar niemand gehoord. En de leraren laten het zo. In de fietsenstalling is het een herrie van jewelste. Hoewel het streng verboden is op het brede pad langs de school te fietsen, stoort nu niemand zich aan dit verbod. Schreeuwend en bellend rijden de leerlingen over het pad. 't Is een wonder dat er geen ongelukken gebeuren. Met veel bravour nemen zc dc hele straat in beslag en gaan maar amper opzij voor de stadsbus die net wegrijdt van de halte.

Nog een poosje lawaaien ze met elkaar, maar dan vertrekken ze in groepjes ieder een kant op. En dan wordt het rustig op de Montessoriweg. Een rust, die maandagmorgen weer verdwenen zal zijn als meer dan negentig derdeklassers op werkweek zullen gaan.

Het begin

’t Is maandag 24 juni. Op het pad naar de grote vakantieboederij heerst een enorme drukte. Iedereen wil boven iedereen uitschreeuwen. Tegen het hek, links van het pad staan een kleine honderd fietsen. Op het grasveld vóór de boerderij liggen tientallen koffers, tassen en volgepropte vuilniszakken. Bij de dichte deuren van de boerderij staan enkele leraren. Eén van hen zet een megafoon voor zijn mond en geeft een enorme brul. Dat helpt, 't wordt al snel stil. „Zo", klinkt de vele malen versterkte stem van meneer Eulen, „dat dacht ik ook. Groep I. pakje spullen van het grasveld!”

Even is er wat geharrewar, maar dat duurt niet lang. „Klaar? !", brult de leraar. „Naar meneer Jongeling!" Behoorlijk rustig gaan de vijftien leerlingen van groep I achter deze leraar aan naar binnen, 't Duurt geen twintig minuten of het pad is leeg en alle koffers, tassen en zakken zijn verdwenen.

Gods Voorzienigheid

„Ik wil met jullie lezen Genesis 9:1-7.”

Meneer Van der Wulk wacht rustig tot iedereen het hoofdstuk heeft opgezocht. Het is elf uur, de eerste dag van de werkweek is bijna voorbij. Na veel geroezemoes wordt het eindelijk stil.

„Maar Ik, ziet. Ik richt Mijn verbond op met u en met uw zaad na u: Mi jn boog heb ik gegeven in de wolken, die zal

zijn lol een teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde." Ondanks het late uur en het vooruitzicht van een eerste nacht flink kectschoppen is er een behoorlijke aandacht. Mark van Dam kijkt met een steelse blik naar Marieke, die in zijn groep zit en dus ook aan dezelfde tafel. Zou ze ook aan die middag denken, toen zc - nu vier weken geleden - samen naar huis reden? Maar Marieke moet zonodig iets tegen haar buurvrouw zeggen, die met een vijltje haar nagels bewerkt.

„Nu lezen we samen zondag 10. de vragen en antwoorden over Gods voorzienigheid en daarna zingen we Psalm 146 : 3, 4 en 8." Met enige tegenzin zetten de meesten zich opnieuw tot luisteren. Geert Pellemans mompelt, alleen verstaanbaar voor z'n buurman: Let op. hij houdt natuurlijk nog een preek ook." Maar meneer Van der Wulk houdt geen preek. „Jongelui, ik hoop dat jullie begrijpen waarom ik na Genesis 9 ook deze zondag voorlas. Wat zou het fijn zijn als we deze week mogen zien dat God Zijn schepping nog bewaart en onderhoudt. Wij hebben er een grote troep van gemaakt en Zijn schone schepping vervuild en verontreinigd. Het is Zijn lankmoedigheid dat loof en gras. spijs en drank, vruchtbare cn onvruchtbare jaren er zullen zijn totdat het einde aller dingen gekomen is."

De eerste exkursie

Na een zeer korte nachtrust voor leiding en leerlingen wordt na het ontbijt het programma van die dag bekend gemaakt. De groepen I. TI en III gaan naar de meeuwenkolonie middenin de duinen. De anderen fietsen eerst naar het museum „De vergulde Garnaal" in het dorp ongeveer twintig kilometer verderop. Als alles volgens plan verloopt zijn ze allemaal om 4 uur weer terug en hebben dan in omgekeerde volgorde, hetzelfde programma afgewerkt. Tot 6 uur heeft iedereen dan vrij. behalve de korveeërs, die de tafels moeten dekken, 't Is prachtig weer. er staat bijna geen wind. Op weg naar dc meeuwenkolonie rijden Marieke cn Mark naast elkaar. „Bof ik. dat ik niet op de grote slaapzaal ben terechtgekomen", opent Marieke het gesprek.

„Wat is het daar een keet geweest. Er zijn er zes uit d'r bed gehaald. Die hebben de nacht in de eetzaal doorgebracht."

„Zonder slaapzak? ", wil Mark weten.

„Tuurlijk niet, maar wel zonder matras. Bij ons ligt mevrouw De Vreugd, allicht dat je dan ook wat rustiger bent. Blij toe, want ik word chagrijnig als ik te weinig slaap. Hoe was het bij jullie? "

„Ging wel. Er zijn heel wat zakken chips in beslag genomen. Al lag je met je hoofd in je I slaapzak te eten. de leraren i wisten je wel te vinden. Verder heb ik aardig gemaft. Wij hebben trouwens óók twee slaapzalen. Ik lig op de kleinste, twaalf man. O wacht, we zijn er denk ik."

De gids staat al te wachten. „Ik ben Jaap Kieviet", stelt hij zich voor. „Kieviet met tweemaal i-é. Er zijn een paar regels waar je je aan houden moet. 1. Op de paden blijven. Je trapt anders voor je het weet op een nest met eieren. 2. De vogels zullen ons proberen te verjagen. Ze vliegen dan recht op je aan. Bukken en je hoofd met je handen beschermen is een goede raad. Volg hem op. 3. Er kan wel eens wat vallen. Een regenkapje of een pet bespaart je vanavond haren wassen. 4. Op plaatsen waar ik stil sta, kun je om me heen komen staan. De tocht duurt ruim een uur en vanzelfsprekend zie je niet i alleen meeuwen. Iemand nog iets te vragen? " Hij wacht even. 't blijft stil. „Niemand? Dan gaan we op pad."

Verwerking

’t Is kwart over zeven. Alle groepen zitten aan hun eigen tafel. De korveeërs schenken thee of koffie in. 't Is een herrie van belang. De leiding laat het even toe. maar als de kopjes zijn opgehaald, geeft meneer Eulen een welbekende brul:

„Allemaal rustig nu! Je krijgt drie kwartier om je wederwaardigheden van deze dag te verwerken. Als je ergens mee zit, geen nood, je groepsleider weet alles." Een hoongelach breekt los. „Stilte! Ik ben nog niet uitgesproken. Als er naar behoren gewerkt is, springen we om kwart over acht op de fiets en rijden naar zee voor een stevige strandwandeling! Gesnopen? "

En óf ze het gesnopen hebben. Nog geen twee minuten later wordt er druk geschreven, getekend, geknipt en geplakt. „Jongens, hoe heet die plant ook alweer die je niet mag uitgraven en die vooral op kalkrijke grond groeit? " Vragend kijkt Marieke de tafel rond.

„Blauwe zeedistel", klinkt het van alle kanten. Verwoed pent Marieke verder. Ze is van plan een uitstekend werkstuk van deze week in te leveren. Telt straks in de vierde drie keer mee voor nederlands en da's mooi meegenomen. Ze legt even haar pen neer. Stel jc voor dat je 't ook nog eens in z'n geheel zou moeten ontleden. Kon ze wel op 't dak gaan zitten. Fijne dag was het vandaag. Vooral het bezoek aan de meeuwenkolonie. Er komt opeens een warm gevoel in haar hart. Wat heeft de

Heere alles toch wondermooi geschapen. En alles wat de natuur betreft ook in stand gehouden. Wat Hij aan Noach heeft beloofd, heeft Hij tot nu toe ook waar gemaakt. Zou ze dat in haar werkstuk zetten? Nou nee, dat komt misschien zo vroom over. Ze neemt haar pen weer op. Even kijken, wat nu. O ja, de mezenfamilie. Voor 't eerst van haar leven heeft ze staartmeesjes gezien. „Mark, heb je een folder over vogels? "

„Ja. wil je hem hebben? Ik heb er alleen een zilvermeeuw met jongen uitgeknipt. De rest gebruik ik toch niet."

Dankbaar inkasseert Marieke dc wat gehavende folder en bergt hem zorgvuldig in haar map.

(wordt vervolgd)