Digibron.nl

Zijner handen werk

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 30 juni 1950
Auteur: W. VAN DIJK.
Pagina: 5

(2.)

DE DAG.

De eenvoudigste levensindeling is voor ons die van dag tot dag. De dagen rijgen zich aaneen tot maanden en deze weer tot jaren. , , De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren zegt Jakob tot Farao. Daarom zullen we ook maar beginnen met de bespreking van de dag in het Oosten.

De dagindeling, die heden ten dage in Palestina gevolgd wordt, is nog precies dezelfde als in oude tijden. Men moet daarbij goed in het oog houden, dat de dag begint met zonsondergang en eindigt met zonsondergang. Genesis 1 wijst daar al op: „Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag. Als David klaagt over de boosheid van zijn vijanden in Ps. 55, zegt hij: „Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken. In Lev. 23 werd de Grote Verzoendag gesteld op de 10e der 7e maand, terwijl er in vers 32 bijgevoegd wordt: van den avond tot den avond zult gij uwen sabbat rusten. Wanneer een Israëliet in Kanaan dan ook zegt: „Dat gebeurt op de avond van de derde dag, " dan betekent dat voor ons Dinsdagavond, voor hem echter Maandagavond, omdat zijn derde dag begint op Maandagavond bij zonsondergang. James Neil vertelt hier in zijn boek Palestine Life op blz. 2 een aardig voorval van: „Op deze wijze miste ik bijna een van de belangrijkste dingen, waar ik ooit getuige van was, namelijk het Samaritaanse Pascha op de berg Gerizim."

In de practijk van het leven rekent men echter meestal met de morgen als het begin van de dag, de arbeidsdag: es dagloners arbeidsloon zal bij u niet vernachten tot aan den morgen (Lev. 19 : 13). Deze arbeidsdag werd verdeeld in twaalf uren, dus van zonsopgang tot zonsondergang. Dat zou bij onze gecompliceerde samenleving moeilijkheden geven, omdat deze uren in lengte verschillen, 's Zomers zouden ze langer zijn dan 's winters. In oude tijden werd dit niet zo gevoeld, temeer daar in Palestina het verschil tussen langste en kortste dag ongeveer 4 uur bedraagt (ligging 31°—33° N.B.)

Hoe wist men, hoe laat het was? Klokken of horloges waren er niet. Een gelukkige omstandigheid was, dat de zon bijna altijd scheen. Uit de lengte van de schaduw leidde men dan af, hoe laat het was. James Neil vertelt: In plaats van op een horloge te kijken of te letten op het slaan van de klok, zoals de arbeiders bij ons zouden doen, gaan de fellah's eenvoudig rechtop staan en kijken naar de lengte van hun schaduw op de grond. Ik was dikwijls gewoon aan mijn bedienden in Palestina te vragen, hoe laat het was. Zij stapten dan naar buiten, keken naar de lengte van hun schaduw, verschenen een ogenblik later weer binnen en gaven het antwoord met verrassende nauwkeurigheid."

In de Bijbel zijn nog sporen hiervan te vinden. Zo lezen we in Ps. 102 : 12: Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw", en in Job 7 vers 2 staat: Gelijk de dienstknecht hijgt naar de schaduw" enz.

Een andere manier van tijdsbepaling was het gebruik van de zonnewijzer. Deze bestond reeds in de Koningentijd en sommigen willen wel, dat Achaz hem voor 't eerst in gebruik heeft genomen. Men leest hierover in 2 Kon. 20.

In het Oude Testament lezen we nog niet over een 12-urige dagindeling, wel in het Nieuwe. „Gaan er niet .twaalf uren in de dag? " (Joh. 11 : 9.) In de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard wordt gezegd van de werkers, die ter elfder ure gehuurd waren: Deze laatsten hebben maar één uur gearbeid" enz.

De week bestaat en bestond uit 7 dagen, waarbij het eigenaardige is, dat deze dagen in de Bijbel geen namen hebben, zoals bij ons. Men leest alleen van: eerste dag, tweede dag enz., waarbij alleen de zevende dag voorkomt onder de naam sjabbath, 108 keer in het O.T. en 59 keer in het Nieuwe. Na de schepping komen de tweede en de vijfde dag nergens meer voor,

de zesde dag in één geval (dubbel rantsoen manna Ex. 16 : 5, 22, 29) in het O.T. en vijf maal in het Nieuwe onder de naam „de dag der voorbereiding" bij het slot van de lijdensgeschiedenis.

de eerste dag der week wordt na Gen. 1 : 5 in het O.T. niet meer genoemd, maar acht maal in het N.T.

De dag is d' Uw; ook vormdet Gij de nacht; Gij schiep het licht, de zon met gloed en stralen; Door U is d' aard gesteld in juiste palen; Elk jaarseizoen hebt Gij tot stand gebracht. (Ps. 74 : 16)