Digibron.nl

BRIEFWISSELING

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 29 december 1950
Auteur: K.
Pagina: 6

Beste vrienden en vriendinnen,

Kort voor het uitbreken van de tweede ivereldoorlog, woonde ik in Den Haag in de Kloosterkerk de Hoedemaker-herdenking bij. Daar hoorde ik onder anderen spreken de bejaarde Dr H. Schokking, op kerkelijk en politiek terrein zo wel bekend. Wij werden daar aangesproken met het echt-hollandse: „mannen en vrouwen." De broederband werd verondersteld, maar wij werden er niet hinderlijk aan herinnerd. Het was goed zo, want cr waren in de kerk natuurlijk vogels van diverse pluimage. En de oude Schokking liet sluiten met een gezang, door hem als jongeman zo vaak des avonds in de kerk bij Prof. Hoedemaker gezongen, ivaarin geloof en hope een ruime plaats hadden.

Ik dacht dadelijk aan wijlen mijn kleermaker, die bezoek kreeg en toen als „broeder" werd aangesproken. Daar hij niet ieders broeder wenste te zijn, verzocht hij de bezoekers eerst de papieren op tafel te leggen, waaruit deze broederschap mocht blijken. Want daar zat nog al iets aan vast, meende hij. Beter gezegd: dat wist hij.

Maar, waar genade en geloof ruimte maken in het hart, daar is iets van de liefde als tussen broeders en zusters, kinderen uit één gezin.

Deze Prof. Hoedemaker is van 1880 tot 1887 Professor geweest aan Knijper's Vrije Universiteit. Toen de Doleantie uitbrak, nam hij ontslag want hij keurde die acties af. Hij was de Gereformeerde leer toegedaan, maar was toch ethisch geteint in zijn voorstelling. Kerkelijk was zijn leuze „héél de kerk en héél het volk." Dat klinkt heel mooi, maar een „volkskerk" kennen wij niet. Want de kerk moet wel nauwe band met het volk als natie onderhouden, maar haar karakter wordt er niet door bepaald. De kerk is er krachtens Gods Genadeverbond, steunend op Zijn Verkiezing. En dat verbond zet zich naar de belofte Gods voort in de geslachten.

Nu doopte men na de Dordtse Synode gaarne alle kinderen, van wie dan ook, als er maar peet-ouders waren die beloofden voor een christelijke opvoeding te zullen zorgen. Maar van die opvoeding kwam zo weinig terecht, dat Ds Willem Teellinck uit Middelburg er al zeer over klagen moest. Het Verbond des Heeren moet heilig gehouden worden en daarom ivordt onder ons met de beloften in het doopsformulier ernst gemaakt; de kerkeraad loopt daar maar niet over heen: Ds Jodocus van Lodensteijn (1620—1677) te Utrecht had met de treurige doopspractijk uit zijn dagen grote moeilijkheden. De tucht der kerk was geheel in verval geraakt. Mooi onderwerp om op de Jong. Vereen, eens na te speuren.

De H. Doop is zulk een rijk sacrament. Ge moet er eens op letten; het kleine kind wordt beneden het water gebracht, als ondergedompeld. Ons vertonende dat Christus alzo in de dood verzonken is om uit die diepte Zijn volk met Hem te doen opstaan tot een nieuw leven. Dat is nu Zijn „merk-en veldteken"! O, welk een voorrecht binnen de kerk des Heeren geboren te zijn. Maar ook, welk een verantwoordelijkheid als wij op die genade niet met waarachtige bekering antwoorden.

Met beste groet,