Digibron.nl

VOOR ONZE Militairen

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 31 oktober 1952
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 7

EEN BRIEF VAN EEN ZEEMILICIEN

Ik moet de geestelijke verzorging van onze militairen weer maar even opzij schuiven. Ik heb nl. een briei ontvangen van een matroos. Hij noemt zich zelf een zee-milicien. Ik wil je eerlijk vertellen jongen; dat deed mij goed. Ik geloof dat dit de eerste brief is van een zee-milicien die ik mocht ontvangen.

Wat is dat een oude benaming zeg! Zee-milicien. Letterlijk betekent dat een zeesoldaat. Bij de landmacht spraken we vroeger ook over de miliciens. Tegenwoordig zegt men „dienstplichtigen." Enfin dat is maar een naam.

Ik heb nu zoals gezegd van zo'n zeemilicien een brief ontvangen. Jullie weten dat ik der gewoonte getrouw zijn naam niet noem. Ik wil die brief in „Daniël" wel opnemen. Hij luidt als volgt:

Geachte Krijgsman,

Misschien ben ik wel aan het verkeerde adres wat de eigenlijke bedoeling, en vraag van deze brief is, maar toch ook weer niet, want 'k geloof toch niet, dat bij U, die nog steeds aan ons denkt en onze zaken, zover in Uw vermogen is, behartigt, in deze vergeefs wordt aangeklopt. 't Is wel jammer enerzijds en ik hoop niet dat U hieruit de conclusie trekt, dat door iemand wordt geschreven die wil „fitten" want dat is helemaal mijn bedoeling niet.

't Gaat nl. over het „Handboekje voor de soldaat" wat ook in mijn bezit is. Nu, het is een prachtige leidraad als men van burger militair wordt.

Maar, en hier knelt het, waarom wordt in deze nuttige leidraad helemaal niet over de Kon. Marine gesproken en wel over de Kon. Landmacht. Want toch niet alle jongens van de Geref. Gemeenten dienen op 't land en was dit wel het geval dan behoren we toch ook de Marine niet te vergeten. Gaarne vernam ik van U wat hiervan de oorzaak is, of werd dit niet nodig geacht. M.i. is dit mooie boekje nodiger voor de marine dan voor de Landmacht, 'k Hoop dat het U duidelijk mag wezen en als het geen bezwaar is, deze brief in ons blad „Daniël" te beantwoorden, dan zou dit door mij en door meer zeemiliciens zeer op prijs worden gesteld.

Er zou al eens eerder over geschreven worden maar 't werd telkens uitgesteld. Hopend dat U deze vraag tot ons aller voldoening zult mogen oplossen eindig ik met de hartelijke groeten van een Zee-milicien. En dan volgt de ondertekening.

Laat ik beginnen met die zeemilicien te danken voor z'n hartelijk schrijven. Ik ben altijd blij met een brief van een van onze jongens. Ik zal met het beantwoorden van deze brief eens niet vóóraan beginnen maar achteraan.

Wat vind ik het ontzettend jammer zee-milicien dat je dat schrijven aan mij geen half jaar eerder hebt gedaan. Me dunkt alle lezers van ons blad wisten dat er een handboekje zou komen. Nu we de 2e druk in bestelling hebben, ja misschien al klaar is, nu komt me daar een zee-milicien aan met een verzoek om ook eens te denken aan de marine.

Dit spijt me ten daarmee uit. zeerste. Maar het is gebeurd en

Waarom er in ons handboekje geen woord staat speciaal voor die jongens die worden of zijn ingelijfd bij de Kon. Marine daarover kan ik heel kort zijn. Ik ben een „landhaas" en geen marineman. Ik moet het je eerlijk bekennen zeemilicien, ik heb van de inrichting en het leven op een oorlogsboot geen cent verstand. Daar weet ik werkelijk niets van. Eén artikeltje te schrijven over de Kon. Marine zou voor mij een zeer zware opdracht zijn. Dit is beslist de enige oorzaak dat er in ons Handboekje niets te lezen staat van onz^ Kon. Marine. Ik heb je brief beslist niet opgevat als of je oogmerk zou zijn te „fitten." Of zo'n Handboekje, een apart Handboekje voor de Marine dus, lonend zou zijn, dat kan ik onmogelijk beoordelen. Ik weet op geen stukken na, hoeveel van die wakkere zeehelden van onze Gemeenten er wel zijn. Wanneer dit getal erg gering is dan zal het wel moeilijk zijn. Ook kan ik werkelijk niet beoordelen of het nuttiger voor de Marine dan voor de Landmacht is. Om een zaak te beoordelen moet men alle factoren kennen. Ik zou willen vragen, weet onze zeemilicien hoeveel jongens er bij de Marine zijn? Weet hij iemand, die terzake kundig is zo'n Handboekje samen te stellen? Ik weet er werkelijk geen. Hadden de samenstellers een jaar eerder kennis V2 kunnen nemen van deze zaak dan hadden zij het misschien kunnen combineren in één handboekje. Dat je zo opkomt voor de Marine mag ik wfel. Daar spreekt korpseer uit en dat is vast niet af te keuren. Ik geloof m'n vriend dat ik je brief volledig heb beantwoord. Misschien hoor ik nog wel eens iets over deze zaak. Je weet dat de „Synodale Commissie" niet stil zit, maar het moet verantwoord zijn en onze jongens moeten er wat aan hebben.

Wie kan mij een Contact-adres bezorgen?

Daar is een jongen van onze Gemeente en die ligt in Havelte. Ik heb een brief van die jongen ontvangen. Hij vraagt me om een adres waar hij door de week maar vooral Zondags zou kunnen verblijven.

' Die jongen reist niet op Zondag en in Havelte hebben we geen Gemeente. Ik geloof m'n jongen dat de kortsbij gelegen Gemeente Genemuiden is. Dat is ruim 20 km van Havelte. Kun je niet de beschikking krijgen over een fiets ? Je weet in Genemuiden hebben we een Gemeente en ik weet zeker dat de „Gèlemuuders" je niet alleen zullen laten staan. De leden van onze Gemeente aldaar mag ik bij deze wel opwekken om eens naar deze jongen uit te kijken. Indien iemand uit Genemuiden mij een adres zou kunnen opgeven zal ik voor spoedige doorzending zorg dragen.

Ten slotte wil ik de brief nog beantwoorden van H. G. de R. Deze vader heeft een zoon die in Indië gewond is. Deze jongen willen ze met ƒ 4.— per week naar huis sturen.

Wat ik U zou willen adviseren vader is dit. Teken nooit of te nimmer voor zo'n bedrag. Voorts zou ik in Uw geval mij eens in verbinding stellen — liefst mondeling - — met de Bond Nederlandse Militairen Oorlogsslachtoffers, Laan van Meerdervoort no. 298a te 's-Gravenhage. Dit bureau is geopend van 9. 12.00 uur en van 2.00—5.00 uur. Ik kan U dit werkelijk aanraden. Dit bureau heeft zich tot taak gesteld de belangen van oorlogsslachtoffers te behartigen. Ik wens U veel succes. Lezers ik ben weer aan het eind. Allen hartelijk gegroet van

„KRIJGSMAN".