Digibron.nl

AFSCHEID

Bron: Daniel
Datum: vrijdag 5 oktober 1956
Auteur: H.
Pagina: 7

Wie onzer lezers het over de vragenhus zou hebben, heeft het over mijnheer Molenaar, en wie het over mijnheer Molenaar heeft, heeft het over de vragenbus.

Ik wil maar zeggen: Tjerk Molenaar is wel een van de meest bekende scribenten van „Daniël".

Deze alom bekende figuur, niet in het minst in onze J.V.-kringen heeft dezer dagen een afscheid beleefd. Neen, niet als vragenbusredacteur of als lid van het hoofdbestuur van ons L.V. Gelukkig niet! Want wij zouden hem niet graag missen. Eigenlijk is het zo, dat mijnheer Molenaar nu de handen een beetje vrij krijgt, om zich juist nog wat meer ten dienste van onze J.V.-arbeid te geven.

Maar ter zake! Het afscheid betrof het onderwijs, dat dhr. Molenaar 44 jaar heeft gediend. Eerst als onderwijzer en later nog als hoofd der school.

Kerk en school zijn één en het is dan ook vanzelfsprekend, dat in ons kerkelijk blad „De Saambinder" een flink verslag van dit afscheid is gegeven. Toch willen wij ook in ons blad er iets van vermelden om de herinnering aan dit afscheid, wat wel een manifestatie van waarderingsblijken kan worden genoemd, te bewaren.

Dhr. Molenaar werd in 1912 onderwijzer; hij was toen 21 jaar. Als zodanig is hij werkzaam geweest te Den Briel, Roekan je, Dirksland en Veenendaal. Dan wordt hij hoofd van de Chr. School te Moerkapelle.

In 1927 volgt zijn benoeming in gelijke functie aan de school te Rotterdam-Z. waar hij door wijlen ds. G. H. Kersten wordt geinstalleerd. Na twee jaar gewerkt te hebben aan de school op de Persoonshaven, komt dhr. Molenaar op de Graaf Jan van Nassauschool, waar hij gebleven is tot aan dit afscheid. Dat is nu een school met 300 leerlingen en 8 man personeel.

Het is geen kleinigheid, als iemand zoveel jaren zulk een belangrijke taak heeft vervuld.

Bij het afscheid is daarvan dan ook gewag gemaakt en zijn er véél woorden van grote waardering gesproken. En daar heeft men het niet bij gelaten, want menig fraai en kostbaar blijk van die waardering heeft men dhr. Molenaar aangeboden.

Wij zullen er aan voorbijgaan, wie er gesproken hebben en namens wie dat geschiedde.

Het heeft ons allen verblijd, dat het werk van iemand, die jaren lang op de bres heeft gestaan voor de belangen van hel kind; misschien dikwijls al zuchtende en met het gevoel op rotsen te ploegen, toch al die jaren in stilte is gadegeslagen door hen, die nu na een loopbaan van 44 jaar er met zoveel waardering van hebben gewaagd.

Maar terecht heeft een der sprekers op die avond gezegd, ziende op de lof (en terecht!) van de mensen: „wat zegt de Heere er nu van? "

En dan hopen wij, dat eenmaal tot mijnheer Molenaar mag worden gezegd: „Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt ge getrouw geweest, over veel zal ik U zetten; ga in in de vreugde Uws Heeren."

En waar ons geacht mede-hoofdbestuurslid nu voornemens is meerdere bekendheid te gaan geven aan ons J.V. werk daar, waar het nog onbekend is, wensen wij hem daarbij de nodige takt toe en hopen dat hij daarin ten volle mag slagen.