Digibron.nl

Briefwisseling tusschen A. Kuyper en Charles Boissevain - pagina 49

Bron: Abraham Kuyper Collection
Datum: zaterdag 1 januari 1898
Auteur: Abraham Kuyper
Pagina: 49

-

45 van het gebouw. Dat bestuur zelf had het verlaten; de koster, door kerkvoogden aangesteld en de kosterswoning op hun gezag bewonende, had zich niet in dienst van het class. bestuur gesteld. De koster en de bewakers van het class. bestuur

kerkvoogden en hunne contra-bewaarders

lieten

vrijelijk

naar binnen komen. Alleen

Er was niemaar de gesloten deur werd van buiten bewaakt. Die deur werd ten slotte ontsloten zonder verzet der bewakers. De toestand was dus vrij gelijk aan der huisgenooten een vreemde indien, waarin gedurende een korte afwezighei dringer in huis is gekomen, een kamer daarvan vo n- zich bestemd en goed afgesloten, en vervolgens is weggegaan onder achterlating van een paar bewakers der kamer aan de buitenzijde. De heer des huizes komt daarna terug met zijn gezin de vergaderzaal was aan de beschikking van kerkvoogden onttrokken.

mand

in,

l

en bedienden, en doet de gesloten deur openen zonder

bij

de bewakers

ontmoeten. In zoodanig geval, waarin alleen particulieren betrokken politie

niet

aarzelen

om

de bewoners tegen de indringers

bij

te

verzet te

zijn,

En

staan.

zou de znlk.s

want inderdaad is het bezit eener enkele kamer van een huis, niet als huurder maar als eigenaar of rechthebbende, dat is voor zich uitgeoefend, moei. lijk denkbaar. Eu waar de vreemde indringer zich pas van de ééne kamer heeft meester gemaakt, en zelf weder vertrokken zijnde, slechts aan de buitenzijde der gesloten deur wachters heeft geplaatst, die de bewoner, in ieder geval, zonder eenig bezit te schenden, uit zijne woning kin doen verwijderen, daar wordt het nog moeilijker den afwezigen indringer als bezitter, als feitelijken houder der enkele kamer aan te merken. Nog erger wordt het, als de wachters de hun opgete

recht

:

dragen taak niet eens ernstig vervullen. „Tot de beoordeeliiig van eene in bezitneming komt zeer veel aan op de juiste toedracht der feiten. Ik spreek dus slechts onder reserve mijne meening uit, dat naar

de

voormelde

gegevens

hier

niet heeft plaats gehad eene daad van weder-

inbezitneming, die als eigen richting afkeuring verdient, en dat de tusschenkomst des burgelij ken rechters door eene possessoii'e actie of eene eigendomsrevindicatie

Men heeft m. i. in waarheid niet meer gedaan dan een impedimentum. eene hindernis wegruimen welke binnenshuis door een indringer was achtergelaten en den toegang tot een der vertrekken versperde. „En het paneelzagen dan? Hiermede vergreep men zich aan zijn eigen deur; immers aan de deur het huis over hetwelk men door de gemeente als beheerder was aangesteld niet aan de deur van het Class. Bestuur".

niet behoefde ingeroepen te worden.

,

,

Volgens dezen kundigen rechtsgeleerde is er alzoo geen sprake van dat wij ons aan eigen richting" zouden hebben schuldig gemaakt. En een niet minder kundig rechtsgeleerde, de heer jhr. mi\ A. F. de Savornin Lohman ging zelfs nog verder, en noemde wat wij deden, plichtmatig, ,,

,

toen

hij

„Ik

sta

schreef:

in de meening, dat handhaving van eigen recht uooit als een partij daad kan worden aangezien, en dat zulk een handhaving altijd plicht is voor den gene, die zich ter goeder trouw heschoviVfi&ls beivaavdev van eens anders yoed'^

Gij

houdt het

tegendeel staande.

Terloopy een vraag: Zijt gij alsnog bereid, om althans dit concrete punt dat tusschen u en mr. van Bemmelen c. s. hangt, door een scheidsgerecht van zes rechtsgeleerden te ,

doen beslissen?

En nu kom

ik

het

moet wel

— op uw derde

,

of wilt