Digibron.nl

Als gij in uw huis zit - pagina 102

Bron: Abraham Kuyper Collection
Datum: zondag 1 januari 1899
Auteur: Abraham Kuyper
Pagina: 102

90 jaren,

die

haar

dochters ten huwehjk geeft, zonder ze op haar toe-

komende levenstaak genoegzaam te hebben voorbereid. Men laat dit meestal maar over. Men acht dat na het huwelijk met het kindeke ook de ware moederliefde wel vanzelf zal komen. Opvoeding, leiding, waarschuwing acht men hier althans overbodig. En toch juist dit wreekt zich dan. De jonge moeder is dan straks door haar eerste moederweelde zoo geheel verrukt en ingenomen, dat ze over niets anders denkt, en zich schier willoos aan de drift en den hartstocht der moederliefde overgeeft, en er haar geloof en haar hooge roeping buitensluit. Toch zal ook dit anders en beter worden.

Wanneer de

heilige

Doop weer de

erlangt, zal van dat heilig die

aan de moederliefde

plaats der eere in ons

Sacrament een

in

midden

roepstem uitgaan, ons midden, een ander, een hooger, een geestelijke

heiliger karakter verleent.

Niet het zeggen: „Mijn kindeke dat ik gebaard heb", maar de betuiging: „Een schepselke Gods, dat ik van Hem ontving, en dat Hem moet gewijd worden," zal den hoogen toon erlangen. En God, wiens ook de kinderzegen is, zal weer groot worden ook in het

moederhart.