Digibron.nl

Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 33

Bron: Abraham Kuyper Collection
Datum: zondag 1 januari 1899
Auteur: Abraham Kuyper
Pagina: 33

29 in

c.

schuldbrieven door den Staat, Nederlandsche provinciën, of waterschappen rechtstreeks en onvoorwaardelijk voor

gemeenten

rente en aflossing gewaarborgd d. in schuldbrieven, uitgegeven door overeenkomstig de Nederlandsche wet opgerichte, uitsluitend in Nederland werkende hypotheekbanken of maatschappijen voor grond-, gemeente- of polderkrediet e. in schuldbrieven, uitgegeven door buitenlandsche hypotheekbanken, voor zooveel deze laatste uitsluitend werken in het land, waar haar hoofdkantoor is gevestigd;

in

/.

in

schuldbrieven, welke door maatschappyen, als sub f berechtstreeks en onvoorwaardelijk voor rente en aflossing

in

g.

doeld, zijn

uitgegeven door maatschappgen, welke eigendom hebben of exploiteeren

schuldbrieven,

spoorwegen

gewaarborgd;

in schuldvordingen, gewaarborgd door het recht van eerste hypotheek op onroerende goederen in Nederland gelegen, maar voor niet meer dan een vierde gedeelte van het te beleggen kapitaal en onder de voorwaarden en waarborgen bij algemeenen maatregel van bestuur vast te stellen; h.

voor een ander gedeelte, hetwelk in geen geval een vierde gevan het te beleggen kapitaal zal mogen te boven gaan, in beleening op onderpand voor drie maanden of op korteren termijn van fondsen, welke als zoodanig door de Nederlandsche Bank deelte

worden toegelaten.

De

der fondsen, welke voor belegging in aanmerking komen, de maand Januari van ieder jaar door den Raad van toezicht vastgesteld en onderworpen aan de goedkeuring van Onze Ministers van Waterstaat, Handel en Nijverheid en van Financiën. Deze lijst wordt, zoo noodig, in den loop van het jaar door den Raad van toezicht, onder goedkeuring Onzer genoemde Ministers,

wordt

lijst

in

herzien.

De beleggingen zoomede de tegeldemaking van inschrijvingen en effecten geschieden door het bestuur der Rijksverzekeringsbank na goedkeuring van Onze Ministers van Waterstaat, Handel en Nijverheid en van Financiën. Artikel 80.

Er wordt een reservefonds gevormd tot een bedrag van tien percent van het kapitaal, benoodigd tot voldoening van alle schadeloosstellingen. Jaarlijks bepaalt Onze Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, op voorstel van het bestuur der Rijksverzekeringsbank

en na den wiskundigen adviseur te hebben gehoord, welk bedrag over het afgeloopen jaar voor het reservefonds afgezonderd wordt. De gelden van het reservefonds worden belegd op de wijze, in artikel 79 voorgeschreven. Vaste goederen, aangekocht ten dienste der Rijksverzekeringsbank, worden, nadat de daarvoor bestede som in 's Rijks schatkist is teruggestort, geacht tot het reservefonds te behooren. Aan het reservefonds worden mede toegevoegd de termijnen der