Digibron.nl

Johannes Maccovius - pagina 280

Bron: Abraham Kuyper Collection
Datum: zondag 1 januari 1899
Auteur: A. Kuyper
Pagina: 280

268 11:25, 26 en Rom. 9. Ten 2^6^ alle menschen zijn creatuur van God en dies „ad fines suos ordinari divinitus necesse est." Ten 3<ie. De Reprobatio is het Decreet Grods. Het Decreet Gods is Gods wil. Gods wil is God zelf. Dit leidt tot de conclusie: Quaerere ergo causam reprobationis est quaerere causam ipsius Dei extra Deum. Ten 4<ie leert de H. Schrift dat de Eeprobatie berust op Gods absolute vrijmacht, Rom. 9 20. Ten 5^^ ontneemt de H. Schrift dienaangaande elke aanklacht aan den mensch tegen Gods rechtvaardigheid, :

Rom. des

9.

En

ten

rijkdoms

6<ie

zegt de H. Schrift, dat hier

is

de diepte

van de gedachten

en de onnaspeurlijkheid

Gods, Rom. 11:33—36.^)

Lubbertus leert dat de Reprobatio er om de zonde is, dat Gods odium naar de zondaars qua tales uitgaat, ;;quo-

cunque modo acceperis, certum est Deum odisse peccatores, quatenus peccatores sunt." De Ira Dei omschrijft hij aldus: „est iusta Dei voluntas et decretum ulciscendi seu puniendi iniurias sibi et Ecclesiae suae factas."

maakt

^)

Caput de Reprobatione hiertegenover de distinctie van het odium negativum en odium positivum. En nu staat het met dat duplex odium zoo dat God met Zijn odium negativum „potest odisse etiam eum, qui non peccavit", terwijl Gods odium positivum alleen naar den zondaar uitgaat: „positivo odio Deus neminem odit, nisi peccatorem." ^) En nader wordt deze gedachte, die hij aan Caraero en Wittakerus ontleent, aldus uitgewerkt: „Deus non odit, nisi peccatores, si odium sumas pro voluntate puniendi, quae in Deo est; si vero accipias pro voluntate destinandi ad exitium, tum utique odisse potiiit eos, qui non concipi possunt ut peccatores. Nam voluntate hac Dei destinabantur demum ut ad exitium, ita ad pecMaccoviiis

catum."

in

zijn

^)

Daarom

wijst

Maccovius er ook

op, dat

')

Loei Comm., p. 238, 239. Commentarius in Catechesin Palatino-Belgicam, Loei Comm., p. 239.

^)

Loei Comm., p. 240.

1) ")

p.

123.

men

onderschei-