Digibron.nl

Als gij in uw huis zit - pagina 180

Bron: Abraham Kuyper Collection
Datum: zondag 1 januari 1899
Auteur: Abraham Kuyper
Pagina: 180

168 Zie, er werkt op ons geheugen, op onze herinnering tweeƫrlei macht. Eenerzijds een macht die van buiten in ons werkt, en die maakt dat het schrikbeeld onzer zonde ons najaagt, teweegbrengt dat we een diep geleden leed niet vergeten kunnen, en dat enkele gewichtige momenten uit ons leven, gedurig, als vanzelf, weer in en voor onzen geest opdoemen.

Daaronder verkeeren we dan lijdelijk. er is ook een macht van onzen eigen geest, die op ons geheugen en op onze herinnering inwerkt, en juist die macht is het, die ons schuldig stelt, als we haar ongebruikt laten, en ons van het vergeten afhelpt, zoo we haar in de vreeze Gods aanwenden.

Maar

Doch ook hier heeft de mensch al het rechte krom gemaakt en ook op het stuk van het vergeten geldt het Wat we vergeten moesten, daar denken we telkens aan, en wat we nimmer vergeten moesten, ontgaat ons telkens. Wat anderen ons misdaan hej;)ben, moest vergeten worden, en juist dat komt telkens in ons op en vervult ons met nijdigen zin. Gods daden vergeten we, maar wat we zelf verricht hebben, prikkelt ons telkens de nieren tot hoovaardij. De liefde van anderen genoten raakt in vergetelheid, maar wat we zelven voor anderen deden, rekenen we hun telkens in onze gedachten toe. Eigen leed staat ons telkens voor oogen, terwijl anderer leed ons nauwelijks even beroert. Om de zorge voor ons lichaaam en voor wat ons genot kan schenken, denken we met een bewonderenswaardig geheugen, terwijl de belangen onzer ziel voor de eeuwigheid ons gedurig ontgaan. Kortom, wat bij een edel karakter op den achtergrond moet schuilen, schuift de zonde telkens naar voren in ons geheugen, en omgekeerd aan wat ons steeds met ernst vervullen moest, moeten we telkens en telkens weer herinnerd worden. o. Dat vergeten, waar men gemeenlijk zoo luchtig overheen stapt, :

sleepte het niet al jammer na zich. Een vergeten, als waarvan Jozef het slachtoffer werd in den kerker. Een vergeten van de ellendigen in den lande, die naar God schreien. Een vergeten van een daad, die aan een oogenblik hing, en waardoor een schade ontstond die onherstelbaar is. Een vergeten van wat we beloofd hadden, om de

wat

uitgestelde

Een

hoop

vergeten

een verwijt tegen ons te doen voortwoekeren. onze heilige levensusantie, waardoor onze ziel

als

van

verarmde.

De wrange vrucht van

het vergeten reikt zoo ver, en

waarom

het

bekend en beleden, dat onder 's Heeren volk over deze verreikende zonde al even lichtzinnig geoordeeld wordt, als onder de kinderen

niet

der wereld.