Digibron.nl

Was dit nodig geweest?

Bron: De Banier
Datum: donderdag 31 januari 1957
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 4

Stellig niet wanneer de vorige kabinetten de tering naar de nering hadden gezet. Doch dit is allerminst gedaan. Ook nadat professor Schermerhorn als minister destijds verklaard had, dat er met de Rijksgelden gesmeten werd, is door de zijn ministerie opvolgende ministeries op dezelfde heilloze voet voortgegaan. Zij hebben van de hoge boom geleefd, precies alsof er aan bet geld geen opkomen was. De uitgaven van het Rijk werden door hen tot een onverantwoorde exorbitante hoogte opgedreven. Zij gingen het ene jaar na het andere met mülioenen omhoog.

Mede als een noodzakelijk gevolg daarvan werd het leven al duurder en duurder, zó zelfs, dat, maatschappelijk gesproken, talloze Nederlanders, en dit niet alleen de zogenaamde vergeten groepen, het daardoor en daaronder hard te verantwoorden kregen.

Door de ministeries werd wel aangekondigd, dat zij de prijzen zouden beheersen en dat deze niet verhoogd zouden worden, doch trots dat zijn zij steeds weer gestegen. Zij hebben de inflatie niet verhinderd. Ook in deze zijn zij in gebreke gebleven. De gulden heeft heel wat van zijn waarde verloren. Ook hebben zij de geweldige stijging van de uitgaven van rijk en gemeenten — wat nooit ernstig door hen beproefd is — niet gekeerd, maar bevorderd, waarbij nog komt, dat er met kwistige hand allerlei subsidies zijn gegeven.

Wanneer men dit constateert, dan moge dit voor de rooms-rode ministeries, waarin ook Christelijk-Historische en Anti-Revolutionnaire ministers — de A.R. in het laatste — zitting hadden, geen aangename taal zijn, maar nochtans constateert men niet dan de volledige waarheid. Tevens zegt men geen woord te veel, wanneer men wijst op de kostbare gebouwen, welke maar op al te weelderige wijze met geld uit 's Rijks schatkist zijn gebouwd. Geen wonder dan ook, dat het thans zo ver is gekomen, dat minister Hofstra het hoge woord van de lippen gekomen is, dat de toestand van 's Rijks schatkist van die aard is, dat hij wel niet alarmerend, maar toch hoogst ernstig is.