Digibron.nl

Een troostwoord bij vrees dat de beproeving lang zal duren

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 16 oktober 1986
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 3

Ik kan medegevoelen met lijders bij hun vrees dat hun beproeving, welke die ook is, lang zal duren. Deze gedachte vermeerdert, ik kan het ten volle geloven, uw moeiten. Als u alleen een einde ervan kunt zien, zou dat half de last wegnemen, maar dat is een ernstige zaak, dat u dat niet kunt doen. En daarom moeten we zoeken naar een vertroosting die behoort bij deze bijzondere fase van uw beproeving.

Er zijn vertroostingen te verkrijgen, want de Heilige Die toestaat dat uw beproeving lang duurt, heeft niet enige staat op deze aarde die geheel troosteloos is.

De eerste grote vertroosting zal komen van het leven bij de dag. God wil dat we leven bij de dag. Het was zonde, die bracht in ’moeite omtrent de toekomst’ en wantrouwen op God, en alle soorten van vrees en twijfel en ongeloof opriep bij mensen de lange vermoeiende tijd die ze voor de aandacht brengen. God wilde dat Adam leefde bij de dag en toen Hijzelf de mensen uit de hemel voedde, voedde Hij hen van dag tot dag en Hij sprak: ”Elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad en wat hebben we te bidden voor ons dagelijks brood. Geen macht op aarde zal ons kunnen bekwamen om de bladzijde van het leven van de volgende dag om te slaan. ’Gij weet niet wat op de dag van morgen zijn zal.’ Wanneer u begeert gelukkig te zijn in een langdurige beproeving en er goed doorheen te komen, moet u beslist uw ogen sluiten voor de dag van morgen. Laat de nacht’ de dood zijn van het leven van elke dag.’

God heeft met medelijden het leven gedeeld in kleine stukken, in dagen. Als Hij niet zo had gedaan zouden we hebben moeten worden overstelpt. Nu weten we bij de ondervinding van elke dag, dat we kunnen doen wat in het geheel heel veel is, wanneer we het slechts doen beetje bij beetje. En het is beetje bij beetje dat we onze lange beproeving moeten dragen. Nooit reikt uw hand verder tot de moeite van de volgende dag. Genade is alleen voor vandaag. U moet niet een last op u leggen, waarvoor geen belofte van ondersteuning is.

Nu, is het geen vertroosting dat God u niet toestaat te veel belast te worden. U kunt uzelf te veel belasten en als u het doet, zal Hij het natuurlijke gevolg op u laten komen in de vorm van een bezwaard gemoed; maar als u besloten hebt uzelf niet te overladen, wees dan gelukkig met de gedachte, dat niemand anders te veel op kan leggen.

Daarom moogt u zeggen: ’Hoe lang de toekomst zal zijn weet ik niet, maar ik weet dat het zal en moet zijn een toekomst van dagen. en zoals mijn dagen zo zal ook mijn kracht zijn’ (Deut. 33 : 25).

Wees ook vertroost met de gedachte dat de tijd van beproeving soms veel korter is dan men verwacht. Mensen, die voorzien hadden gedurende weken of maanden of zelfs jaren invalide te zullen zijn, zijn hersteld op een wonderlijke en geheel onverwachte wijze. Het kan zo met u zijn. U weet niet wat God met u van plan is. Ik denk aan een vrome dokter, die eens zei: ’God is vaak beter voor ons dan wij vrezen’ en in dat geval bleek het zo te zijn.

Misschien kunt u zich nooit geheel oprichten. Wel, zonder dit kan er grote zegen voor u zijn. U kunt altijd nog u beter oprichten dan nu. Put enige vertroosting uit de mogelijkheid van de dingen. U weet niet wat God nog van plan is met u.

Maar veronderstel, dat het Zijn heilige wil zou zijn dat u blijft zoals u zijt - een invalide, heel uw leven -, ook hier hoeft u niet zonder vertroosting te zijn. De machtige kracht van de gewoonte zal veel voor u betekenen. Van de gewoonte om op een bank of in bed te zijn, of aan huis gebonden te zijn. Al deze beproevingen zouden veel minder zijn geweest wanneer ze slechts bij tijden of voor korte perioden kwamen.

Het is ook een vertroosting te bedenken dat in geen geval uw beproeving, hoe lang zij ook moge duren, ooit te lang zal zijn naar Gods bedoeling. ’Tot zo ver zult gij gaan en niet verder’ is het wat Hij heeft gezegd tot de golven van de zee en hoewel zij verschrikkelijk kunnen woeden, kunnen zij toch nooit de zandgrens, die voor hen is aangewezen, overschrijden. En ’zo ver zult gij gaan en niet verder’ is wat Hij heeft gezegd met betrekking tot uw beproeving. Zo dan, Gods bedoeling zal in deze beproeving zoveel zijn als deze dag twaalf maanden lang of tien jaar, zoals het vandaag is en als dat het geval is moeten we niet denken dat we een beproeving zullen hebben zonder enige bedoeling, zonder de Alomtegenwoordige.

Het zou inderdaad een ramp voor ons zijn, wanneer onze beproevingen langer konden duren dan de tijd die God met ons is; dan zouden we inderdaad vooruit moeten zien op troosteloze dagen en donkere en vreesaanjagende nachten, op eenzaamheid en verschrikkingen. Maar lengte zal worden vergezeld door lengte, de lengte van onze beproeving door die van Zijn tegenwoordigheid. Wat we in deze weg hebben ondervonden zullen we ondervinden. Hij zegt: Tk ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld’ (Matth. 28 : 20).

Het is een andere vertroosting te bedenken dat de lengte van de beproeving niet zal overtreffen wat we nodig hebben.

Waarom we deze of die beproeving nodig hebben weten we niet altijd. De behoeften van elk mens zijn alleen bij God bekend. Soms zien wij deze behoeften en dan zijn we in staat om er zeer oppervlakkig mee om te gaan. We denken dat een beetje beproeving een grote reformatie bewerkt of een grote les leert. Maar God gaat tot de wortel. Hij weet wat we nodig hebben en wat Hij doet en iedere dag dat we deze beproeving hebben zal die als we haar recht gebruiken, enige nood van onze ziel vervullen.

Vertroost uzelf dus met de verzekering, dat de beproeving niet te lang zal zijn als ze u tot zegen is.

God zal geen beproeving zenden zonder de bedoeling te zegenen. Daarom mogen we, waar de beproeving zwaar is, er zeker van zijn, dat de bedoelde zegen ook groot is. Wanneer het de beproeving ware toegestaan zichzelf te verlengen boven de mogelijkheid van vrucht te dragen, zou ze enkel een kwaad worden, een doelloze bezoeking. Zeg daarom tot uzelf: ’Deze dag van beproeving kon niet worden gemist; God heeft nog verdere zegening met mij voor’. Om zo te kunnen redeneren moet u natuurlijk geloven in God en dat in werkelijkheid, en wanneer u dat niet doet, kan ik voor u helemaal geen Troostboek schrijven. Ik ben niet in staat te vertroosten zonder God.

En nu, bedenk dit verder. Uw beproeving kan niet langer duren dan de kracht duurt van Gods getrouwheid en genade en geduld en macht. Hij zal trouw voor u zijn door dit alles heen. Zijn geduld zal niet uitgeput raken, Zijn kracht zal niet te kort schieten. U zult nooit alleen gelaten worden, zonder God. Hij zal zijn in al uw morgens, evenals Hij is in uw vandaag en geweest is in al uw gisterens.

Nog meer, u zult niet zonder wisselingen zijn. Het zal niet alles pijn zijn, alles depressie, alles donker, nooit een zonnestraal, nooit een glimlach. De veranderingen kunnen komen door kleine middelen en ze kunnen onbeduidend zijn voor hen die gezond zijn, maar de zaak is niet wat ze voor anderen zijn doch wat ze voor u zijn. God is niet beperkt in Zijn bronnen, Hij kan een overvloed van pompoenen laten groeien, een overvloed van lampions, waardoor de zonnestralen kunnen dringen en een overvloed van zonnestralen doen binnenkomen. Hij kan een genoegen en een kracht geven in kleine dingen, die u volkomen zullen verrassen. Wat niets betekent bij gezondheid wil Hij zeer kostbaar maken bij ziekte. Zeg dan tot uzelf: Er zullen gedurende de gehele weg veranderingen zijn, nooit zal een dag zonder enige vertroosting zijn, en waar dit het geval is zal ik er naar uitzien en ze verwelkomen en ze wanneer ze komt ten nutte maken.

Geloof, dat langdurige beproevingen hun bijzondere bedoeling en zegen hebben. Geloof, dat de uwe die moet hebben.

Wees er zeker van dat deze hun bijzondere plaats in Gods koninkrijk hebben, en dan zult u stellig niet weloverdacht wensen dat zij tegen de wil van God werden verkort, en alle gevolgen aanvaarden.

U kunt niet indenken hoe verschrikkelijk bij het gemis daarvan de gevolgen kunnen zijn. Riskeer dit niet, laat alles aan God over, Die alles weet. ’Onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid’. Gezegend is hij die verdraagt, in het einde is er de werking van de vreedzame vrucht.

Wanneer we nu een blik vooruit zien, zullen we hoe langer hoe meer een blik terug hebben, over al de weg waarop we zijn geleid. Zelfs nu, wanneer we terugzien op wat we zouden noemen lange perioden, hoe kort schijnen ze, al zijn ze van de laatste tijd. Hoeveel korter zullen zij blijken wanneer er op kan worden teruggezien van het standpunt van de eeuwigheid!

’Des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich’.

Daarom dan, laat de mens, die vreest dat zijn beproeving lang zal duren, er aan denken zich bij vandaag te houden, laat hem zich opsluiten door vannacht, het duurt niet lang tot vannacht. Hij kan het zolang uithouden, en laat de morgen voor zichzelf houden.

Wie weet welke verlichtingen er voor hem zijn?

Wie weet welke verandering?

Wie weet wat zijn ziekte voor hem bewerkt, in de vorm van een uitnemend gewicht der heerlijkheid?

Er is een einde bepaald; elke dag die voorbij is is één dag minder voor de lijdzaamheid. Maar wat er ook mag komen, mijn God zal mij getrouw zijn door alles heen en zal mij vasthouden bij mijn rechterhand, zelfs tot het einde.