Digibron.nl

Het Heilig Avondmaal

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 28 september 1989
Auteur: ds. H.C. van der Ent.
Pagina: 2

Zo als u dat onder de predikbeurten is meegedeeld, staat het H.A. weer gevierd te worden. Daaromtrent is altijd nog heel veel misverstand. Voor wie is dat eigenlijk? Wie mag daaraan deel nemen? Dat zijn steeds weer terugkerende vragen, waarop dikwijls vage antwoorden worden gegeven. Het resultaat is dan dat velen met de vragen blijven rondlopen. Het H.A. is door Christus ingesteld “alleen voor Zijn gelovigen”. Wat zijn dat eigenlijk voor mensen? Weten die dat allemaal voor zichzelf zo zeker? Of zijn er ook twijfelgevallen? Dat er twijfelaars zijn, is zeker. Veel komt uit onkunde voort. Dat is op zich erg jammer. Laten we proberen een bijbelse weg te wijzen.

Wanneer is men een gelovige?

De mens van nature verkeert in een verloren staat. Dat is een gevolg van de val in Adam. De Heid. Kat. vraagt (zie zondag 7): “Worden dan alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden? Dat is een verschrikkelijke werkelijkheid. Alle mensen zijn door Adam verdoemd geworden. Niet alle mensen worden zalig. Velen gaan voor eeuwig verloren. Wie worden er dan wel zalig? Antw. 20 “Alleen diegenen, die Hem (Christus) door een waar geloof worden ingelijfd en alle Zijn weldaden aannemen.” Dat in Christus worden ingelijfd is zuiveren alleen een daad Gods. Die daad heeft plaats bij de wedergeboorte. Die heeft in de mens, zonder de mens plaats. Dat wil zeggen dat aan die daad als zodanig de mens zelf niets af of toe kan doen. Al blijft de mens verantwoordelijk voor het gebruik van de middelen die God tot de wedergeboorte wil gebruiken. Dat is de levende verkondiging van Zijn Woord, hetwelk het zaad der wedergeboorte is.

Als de wedergeboorte plaats heeft, dan is de mens van STAAT verwisseld. Hij is van een kind des duivels een kind Gods geworden. Geweldige overgang. Door de wedergeboorte die dus een staatverwisseling is, is de mens in een zeer verheven adelstand terecht gekomen. Hij is van koning veranderd en wil nu ook die Koning dienen. Heel eenvoudig: Hij heeft lust om de HEERE te vrezen. Het is dan net als met een klein kind. Want er worden nooit grote mensen geboren. Dat is onnatuurlijk. Zo is het ook geestelijk. Wanneer men van Boven geboren wordt, is dat een bovennatuurlijke zaak, doch men komt (geestelijk) wel als een klein kind ter wereld. Een kind dat voor zichzelf nog weinig of geen bewustzijn van leven heeft. Daarom ook geen bewustheid van de adelstand waarin hij door de staatsverwisseling is terecht gekomen. Doch zulk een kind openbaart het leven wel. Niet door grote verhalen te vertellen. Stel je voor dat een pas geboren kind dit zou gaan doen. Je zou niet weten wat je hoort. Doch het pas geboren kind, hoe hoog ook in staat en eer verheven, openbaart het leven door alleen maar schreeuwen te geven. Het kent een droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. Die droefheid naar God, houdt in een zoeken van God. Een klein kind is een zoekend kind. Het zoekt de borst. Het wil voeding hebben. En dat is alleen te verkrijgen uit het woord van God. Dat Woord is de Bron waaruit Gods kinderen moeten leven, waar ze het derhalve ook alleen moeten zoeken. Men moet dus het leven niet in zichzelf zoeken, gelijk helaas dat iedere keer weer gebeurt. Het resultaat is dan dat men in zichzelf niets anders dan de dood tegenkomt. Zonde en ongerechtigheid, dat is alles wat de mens voortbrengen kan. En dat is bij de echte kinderen dan geen lust meer, maar een last. Een last die zij niet dragen kunnen. En dit drijft hen dan uit om het leven “buiten zichzelf te zoeken in de Heere Jezus Christus”. Vraag aan de zodanigen niet of zij alles al weten, want zij moeten alles nog leren. Dat is het opwassen en toenemen in de kennis en de genade van de Heere Jezus Christu. En nu buigt de allerhoogste Profeet en Leraar Jezus Christus, tot zulke nog weinig of niets wetende leerlingen, die toch een begeerte naar vermeerdering van kennis hebben, Zich zo laag neer, dat Hij hen door “aanschouwelijk onderwijs”, dat is het Heilig Avondmaal, duidelijk wil maken, hoe lief Hij hen heeft, opdat zij nimmermeer zouden twijfelen, noch in de zonde zouden blijven liggen (voornamelijk de zonden van het ongeloof), maar vastelijk zouden geloven, dat zij een eeuwig verbond der genade met God hebben.

Zo wil de Heere, in de middellijke weg, dat is de weg der middelen, Zijn volk doen opwassen en toenemen in de kennis en de genade van de Heere Jezus Christus. Vermeerdering van Godskennis heeft tot gevolg vermeerdering van zelfkennis. En vermeerdering van zelfkennis heeft tot gevolg vermeerdering van Christus kennis. Het wordt dan in de beleving: Hoe groter zondaar - hoe groter de Middelaar. Hoe meer schuld - hoe meer genade. En dit wordt allemaal niet in één dag geleerd. Daar is een heel leven voor nodig. Op deze school komt men nooit afgestudeerd. Zalig zijn ze die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want ZIJ ZULLEN VERZADIGD WORDEN.

Ik hoop met deze ontboezeming de ware behoeftigen, die het aan vrijmoedigheid ontbreekt, omdat ze altijd zitten te wachten op dingen die nooit komen, wat te hulp te zijn gekomen. God geve ons een gezegende Avondmaalszondag.

Overgenomen uit het kerkblad van de Chr Geref. Kerk te Elburg van september 1989.