Digibron.nl

De maaltijd

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 25 februari 1993
Auteur: Ds. M. Vlietstra.
Pagina: 1

.....en laat ons eten en vrolijk zijn

De verloren zoon is in het vreemde land tot zichzelf gekomen. Zijn besluit ligt vast: Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u; en ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.” En daar gaat hij dan op weg. Zien we hem gaan? Wat zal er niet in hem zijn omgegaan. En toch zeker ook de bange vraag: zou vader mij nog wel willen ontvangen? Zal ik bij vader nog wel welkom zijn?

Och jongen, het is juist en alleen de trekkende liefde van je vader, dat je nu eindelijk de weg terug gaat. De weg der bekering. Of je bij vader nog welkom bent? Hoor dan: en als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen, en toelopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.

Hoe groot en groots en heerlijk!

Wat zouden wij gezegd hebben als onze jongen zo thuis gekomen was? We hadden gezegd: “heerlijk”:, en we hadden hem in onze armen gesloten. Maar dan zouden we er toch allicht bij gezegd hebben: “Maar kind, wat heb je ons een verdriet aangedaan. Zul je dat nu nooit weer doen?” Maar de vader uit de gelijkenis geeft toch een veel schoner antwoord. Als de zoon zegt: “Vader, ik heb gezondigd”, dan schuift vader de deur open en hij zegt: “Een maaltijd, een feestmaaltijd, mijn kind. Brengt hier voor het beste kleed, en brengt het gemeste kalf, en laat ons eten en vrolijk zijn.” Dat alleen!

Laat ons eten en vrolijk zijn. Want het kind was wel dood, maar het is weder levend geworden. Het was verloren, maar het is gevonden! Zo is er blijdschap in de hemel over een zondaar, die zich bekeert. De Heere verheugt Zich over de vrucht van Zijn onwederstandelijke, trekkende liefde. En de engelen verheugen zich met Hem.

Laat ons eten en vrolijk zijn! En dan begint het feest. En de maaltijd is gratis. De maaltijd in het Koninkrijk der hemelen kost niets. De oudste zoon uit de gelijkenis wil de maaltijd bekostigen. Hij wil “het boksken” verdienen. Hij wil zoveel jaren dienen en er dan ook iets voor krijgen.

En ach: zo zitten wij ook graag aan de maaltijd. Er moet op de tafel toch ook iets van ons staan. Maar voor deze maaltijd is er in het Koninkrijk Gods geen plaats. Vrolijkheid, blijdschap is er in het Vaderhuis alleen over de verloren zoon. Hij heeft niets, maar dan ook niets kunnen meebrengen. En toch mag hij, juist hij aanzitten. De maaltijd is gratis. Het is een genademaaltijd.

Maar al kost de maaltijd niets meer, hij heeft wel wat gekost. Hij heeft bloed gekost. Hij heeft aan de Heere Jezus het leven gekost. Want niemand, ook de verloren zoon niet, komt tot de Vader dan door Jezus. Hij heeft voor deze maaltijd gewerkt. Hij heeft aan het door ons geschonden recht van Zijn Vader voldaan.

We zijn inmiddels de lijdensweken weer ingegaan. En we staan er weer in het bijzonder bij stil wat het Christus gekost heeft om voor verloren zonen en dochters (en we zijn het van nature toch allen) de toegang tot het Vaderhuis, de verzoende gemeenschap met God te verwerven. Het geeft Hem bloed-zweet gekost, helse verlatenheid, het leven. Maar om in die weg de feestmaaltijd in het Vaderhuis toe te bereiden, waaraan in zichzelf verloren zonen en dochters mogen aanzitten.

Laat ons eten en vrolijk zijn. De maaltijd begint. En zij begonnen vrolijk te zijn.

Zalig, om aan deze maaltijd te mogen aanzitten. Om te mogen eten en drinken met de mond des geloofs.

Er zitten er twee aan, waarvan de Eén niets doet dan geven. Dat is het feest van de Vader. En de ander doet niets dan ontvangen. Dat is het feest van de zoon.

Het is waar: de maaltijd kost niets. Maar zullen we het nooit vergeten! de maaltijd heeft onnoemelijk veel gekost.

Het brood is gebroken. De wijn is vergoten. Het Lam is geslacht!

Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U, en ik ben niet waardig Uw zoon genaamd te worden!

En dan het antwoord van de Vader: laat ons eten en vrolijk zijn! Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden. Hij was verloren, en is gevonden.

De feesttafel staat aangericht. En de Vader heeft in Christus voor alles gezorgd. Echt: voor alles’.

En daarom: Zijn Naam moet eeuwig de eer ontvangen!