Digibron.nl

De ware vrijheid

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 3 juni 1993
Auteur: Ds. M. Vlietstra.
Pagina: 1

De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid

Vrijheid is een kostbaar goed. Wat is het een zegen dat wij nog mogen leven in een vrij land. Wie de bezettingstijd van de laatste wereldoorlog heeft meegemaakt weet hoe erg het tegendeel is. Maar wat zijn er ook in ons “vrije” land ontzaglijk veel gebonden mensen, slaven van ontelbare harde heren.

En wat zijn er helaas weinig echt vrijgemaakte mensen, die ten diepste aan niets en niemand meer gebonden zijn dan aan God alleen.

Want laten we ons toch niet inbeelden dat het mogelijk is volstrekt vrij en bande-loos te zijn. We zijn allemaal gebonden mensen. Alleen wanneer wij aan Christus gebonden zijn, zijn we gebonden tot vrijheid!

We zijn van nature gebonden aan de gewichtigheid en belangrijkheid van ons eigen “ik”. En hoeveel offers brengen we aan deze afgod? En hoe zwaar is die slavendienst? Om almaar krampachtig ons eigen “ik” zoeken te behagen? We zijn gebonden aan bepaalde zonden, mensen of omstandigheden. Gebonden aan de dienst van satan, de meest wrede meester, die er bestaat. Geldt het niet van ons allen van nature? We hebben reeds in het paradijs de liefdedienst van de Heere moedwillig en kwaadwillig ingeruild voor de slavendienst van de Vorst der duisternis.

We kunnen ook gebonden zijn aan de wet Gods, aan de letter van Gods veroordelende en verdoemende wet. Want Gods letter doodt! Wie leeft niet in staat van beschuldiging tegenover de heilige God? O ja, we zijn van nature allen gebonden mensen, gebonden door de dood en gebonden tot de dood.

Wat is er al veel gewonnen wanneer al die banden voor ons knellende en kwellende banden worden. Banden, waarin we het niet meer kunnen uithouden. Zodat we ermee aan Gods voeten terecht komen: ik lig gekneld in banden van de dood, waar d’angst der hel mij alle troost doet missen; ik ben benauwd, omringd van droefenissen. Maar ’k roep de Heer’ dus aan in al mijn nood: och Heer’, och wierd mijn ziel door U gered..!”

Door U, Heere! Gij, Gij alleen kunt mij toch nog bevrijden, mijn banden losmaken. Och Heere, doe het! Doe het toch! Zalig, om op die plaats te komen. Het is het werk van de Geest des Heeren. Van de Geest van Christus. De Geest van Hem, Die eens gebonden werd, gebonden door en tot de dood in al zijn verschrikking. Opdat Hij gevangenen vrijheid zou uitroepen en gebondenen opening der gevangenis. En Hij doet het! Door Zijn Geest ontdekt Hij aan de banden, zodat ze gaan knellen en kwellen. Maar Hij doet het, om die gebondenen in vrijheid te stellen, om ze te voeren tot de vrijheid der kinderen Gods.

Hij doet het: toen hoorde God! Toen hoorde God! Waar de Geest des Heeren is, waar de Geest van Christus is, aldaar is vrijheid! De Geest gaat Christus verheerlijken, Christus en al Zijn weldaden aan die gebonden zondaar toepassen. Hij gaat die gebonden zondaar zo overreden dat hij zich in het geloof overgeeft, om te schuilen bij Hem, om rust te vinden in Zijn bloed en wonden, om door het geloof over te gaan in Christus. Ik ken een mens “in Christus”. Leven voor rekening van Christus, vergeving der zonden door Zijn bloed. Vrij van het doemvonnis der wet, dat aan Christus werd voltrokken. Vrij van Gods oordeel! De Geest van Christus spreekt vrij en maakt levend.

Waar de Geest van Christus is, aldaar is vrijheid. Dan zijn we niet alleen vrij van het oordeel van God, maar ook van het oordeel van mensen. We laten ons niet meer beheersen door wat “men zegt” en “men oordeelt”. Ons doen en laten wordt niet meer bepaald door mensen, die ook zulke slavendrijvers kunnen zijn, noch door onze zonden, waaraan we gebonden waren, maar alleen door Christus.

Waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid! We zien niet meer naar de ogen van mensen, maar alleen nog naar de ogen van God, die in Christus vriendelijke ogen zijn, die ons niet verteren.

Gaat het niet erg hoog? Te hoog? Ja, maar dat komt dan omdat onze oude natuur, onze oude mens, zich nog maar al te veel doet gelden. En dat is dan onze schuld. En het blijft onze strijd en onze smart.

Maar toch: waar de Geest des Heeren, waar de Geest van Christus is, aldaar is Vrijheid!

“Ik ken een mens in Christus”, zegt de apostel. In Christus: in vrijheid.


Och HEER’, ik ben, ja, ik ben Uw knecht,
Uw dienstmaagds zoon; Gij slaaktet mijne banden;
Dies doe ik U gewillig offeranden
Van lof en dank, U plechtig toegezegd.