Digibron.nl

Gods wegen en werken

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 19 augustus 1993
Auteur: Ds. v. Z.
Pagina: 1, 2

“De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken”

De kinderen hebben het psalmvers op de zondagsschool geleerd, en in de kerk hebben we het al vele male gezongen: “De HEER’ is recht in al Zijn weg en werk; Zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk”. Maar er is wel genade voor nodig om het echt te zingen.

Twee deugden van God worden genoemd. Hij is rechtvaardig en Hij is goedertieren. Zo is God; zo is Zijn wezen. Hij is helemaal rechtvaardig en helemaal goedertieren. Die God Die wij vanuit onszelf niet kennen, van Wie wij door en door vervreemd zijn, maakt Zich zo bekend door Zijn Woord. Opdat wij zouden weten Wie Hij is.

Hij is rechtvaardig en daarom rechtvaardig in al Zijn wegen. Hij is goedertieren en daarom goedertieren in al Zijn werken. We zeggen het maar eerlijk: daar hebben wij onze problemen mee. Soms zien wij Zijn wegen niet als rechtvaardig en soms zien wij Zijn werken niet als goedertieren, ’t Kan zelfs gebeuren dat we zeggen of denken: die wegen en die werken zijn net tegenovergesteld. Ze zijn niet rechtvaardig en ze zijn niet goedertieren. Ze zijn onrechtvaardig en ongoeder-tieren.

Als we het wereldgebeuren overzien, de wrede oorlogen, het grote onrecht, de rampen, de catastrofen, als we letten op de abortusklinieken, op de wreedheden van de een tegenover de ander, op het wegtrappen van een medemens, als we denken aan het heengaan van een geliefde soms in de kracht van het leven of aan het zware kruis dat werd opgelegd en dat bijna niet te dragen is. O de vraag is er zo maar: is God wel rechtvaardig in al Zijn wegen en goedertieren in al Zijn werken. Zelfs kan het zo zijn dat wij menen dat we rechtvaardiger en goe-dertierener zijn dan God. We zouden zelf op de troon van God willen zitten en het beter doen dan God, ja meer rechtvaardig en meer goedertieren zijn.

We hoeven daar niet van te schrikken. Wat in ons zit, komt er gewoon uit. We willen lieve en aardige mensen zijn, maar o wee als Gods wegen en werken ons niet naar de zin zijn. Onze vijandschap tegen God kan er zo maar uitspuiten. Zelfs een kind van God is daarvan niet gevrijwaard. Denk maar aan Job op de ashoop, en denk maar aan Asaf. God wordt gedaagd voor onze rechtbank en Hij moet verantwoording afleggen van Zijn doen.

Als de mens op z’n plaats komt, ja dan wordt het anders. Als het wordt bukken en buigen voor en onder God. Niet meer naast God of boven God, maar onder God. Als God God wordt en de mens zondaar voor God. Toen Job boog in stof en as, toen Asaf ging in Gods heiligdommen, ja toen werd het anders, geheel anders. Toen stopten de vermenigvuldiging der gedachten, toen zwegen de kritische denk-vragen en vluchtten heen.

Dat is nu een mens met genade. Die gaat zelfs zingen op de puinhopen van zijn bestaan: het zijn de goedertierenheden des Heeren dat wij niet vernield zijn.

Weet u - als de Geest het openlegt dan leer ik verstaan dat ik tijdelijke straffen en de eeuwige straf verdiend heb. Dat daar is het rechtvaardig oordeel, en dat alles wat daar bovenuit gaat enkel goedertierenheid is. Ja zelfs dat ene slokje water en dat ene stukje brood. Laten we maar eerlijk zijn: daar brengt een mens niet zichzelf, daar wil hij ook niet gebracht worden. Daar is almachtige kracht, de genade des Geestes voor nodig. Niet één keer, maar steeds weer. Want ik ben zo weer van dat plekje vandaan. Hebt u u er weleens over verwonderd dat die God Die rechtvaardig is in al Zijn wegen nog niet gekomen is met de voltrekking van Zijn rechtvaardig oordeel? Dat moet toch wel in verbazing zetten! Weet dat hier enkel is Zijn goedertierenheid over u.

Hebt u u weleens verbaasd over Golgotha? Was de weg die God ging met Zijn Zoon nu wel rechtvaardig? God liet Hem hangen aan het vloekhout, Hem van Wie alleen gezegd kan worden: Hij heeft geen tijdelijke straffen en niet de eeuwige straf verdiend, omdat Hij was zonder zonde. Maar u weet het geheim van Golgotha. Omdat God niet alleen rechtvaardig, maar ook goedertieren is. Op Golgotha schitteren die beide deugden van God zo. “Eer God de zonde ongestraft liet blijven...” De goedertieren zaliging van zondaars kan slechts in een rechte weg. “Sion zal door recht verlost worden”. Het kan niet anders. Omdat God God is; omdat Hij rechtvaardig is in al Zijn wegen. In al Zijn wegen. Geen enkele weg is onrechtvaardig. En wat is God nu vanwege Golgotha onuitsprekelijk goedertieren. Goedertieren in de levendmaking van de zondaar; goedertieren in zijn bekering; goedertieren in het doen bukken en buigen onder Hem; goedertieren in het openleggen van onze strafwaardigheid en vloekwaardigheid; goedertieren in het doen opzien naar de Gekruisigde; goedertieren in de schenking en de toerekening van de verdienste van Christus; goedertieren in Zijn Vaderlijk erbarmen; goedertieren in al Zijn werken, ja - in al Zijn werken, geen één uitgezonderd.

God rechtvaardig in al Zijn wegen. O neen - dat heft niet op dat ik soms zucht onder de onbegrepen wegen. De vragen, het zich aftobben, het verward zijn over Gods wegen en werken ze zijn er zo maar weer. Maar als er zijn Gods goedertieren werken dan zwijgt alles wat in mij is, dan is er slechts verwondering en aanbidding. Gods goedertierenheid die zich over mij heeft uitgebreid....