Digibron.nl

Daniel Rowlands (1713-1790) - 2

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 18 juni 1998
Auteur: P. den Butter
Pagina: 2, 3, 4

In een eerste artikel zagen we dat God Daniel Rowlands bekeerde en dat er toen een hele verandering in zijn prediking kwam. Heel sterk legde hij de nadruk op de wet in zijn ontdekkende functie. Daardoor was er wel wat eenzijdigheid in die prediking, maar dat stond de Heere niet in de weg om van die prediking toch gebruik te maken. Maar Rowlands kreeg ook oog voor het Evangelie.

Evangelie

Pugh bleek gelijk te krijgen. God liet het werk, dat Hij in Rowlands begonnen was, niet onafgemaakt. Hij schonk hem meer en meer zicht op de Heere Jezus als de Zaligmaker van zondaren. Daarbij gebruikte Hij een advies dat dezelfde Pugh Rowlands eens gaf. Dat advies luidde: ‘Preek het Evangelie, waarde heer; preek het Evangelie aan het volk; gebruik de balsem uit Gilead, het bloed van Christus, voor hun geestelijke wonden en laat hen de noodzaak van het geloof in de gekruisigde Zaligmaker zien’. Dat ging Rowlands doen en er kwamen andere tonen in zijn prediking. Niet dat zijn prediking radicaal anders werd, maar bij wat hij al eerder gepreekt kwam kwam nu ook het Evangelie van Gods genade in Christus. Hij wondde nog steeds, maar hij wees ook op het geneesmiddel, en op de hemelse medicijnmeester. Anders gezegd: Vanaf 1742 kwam er meer evenwicht in zijn prediking.

En de Heere ging voort de prediking van Rowlands te zegenen. Jaar in, jaar uit ging dat werk door. Vijftig jaar lang heeft Rowlands in dezelfde dorpen gewerkt, al waren het niet alleen de inwoners van de streek die tot zijn parochie behoorden, die naar hem kwamen horen. Van heinde en ver kwamen ze. Soms sprak hij tot een gehoor van 4000 of 5000, waarbij zich natuurlijk de noodzaak voordeed, dat hij in de open lucht moest preken, omdat de kerkgebouwen de scharen onmogelijk konden bevatten.

De Heere zegende de prediking in Llangeitho en in andere plaatsen waar Rowlands voorging. Op de zondagen was hij gewoonlijk in zijn eigen gemeente, maar in de week trok hij nog al eens rond om ook elders het Evangelie te brengen. Velen werden getrokken, doordat het de Heere behaagde soms in rijke mate Zijn Geest te laten werken. Meer dan eens brak er een seizoen van opleving aan. Rowlands heeft dat tijdens zijn arbeid verschillende keren zien gebeuren. Revivals vonden plaats.

Revivals

Het is nodig om over die revivals wat meer te zeggen, mede ook omdat er van verschillende kanten kritiek gemaakt is op allerlei verschijnselen, die met deze revivals gepaard gingen. Soms werd er luid geweend onder de overtuigende werkingen van de Heilige Geest. Anderen, die de bevrijdende kracht van het Evangelie ondervonden, dansten zelfs wel van vreugde. Kortom, de mensen waren vaak niet in staat hun emoties te beheersen maar lieten die de vrije teugel.

Deze dingen leidden ertoe, dat de revivals kritisch bezien werden en voor niets dan enthousiasme en opwinding werden gehouden. Onder de vrienden van Rowlands waren er, die bang waren dat door deze bijkomende verschijnselen de zaak des Heeren in discrediet zou kunnen komen. Rowlands zelf heeft zich altijd min of meer van een oordeel onthouden. Hij heeft er wel terdege oog voor gehad dat er ook ‘vreemd vuur’ bij al die uitbundigheid kwam. Maar hij was ook overtuigd van het feit, dat er in de kritiek vaak iets onbillijks school. Wat hem echter vooral voorzichtig maakte in zijn oordeel was dat de bekeringen in vele gevallen echt bleken te zijn en dat er ontegenzeggelijk sprake was van een werk des Heeren waardoor levens wezenlijk tot verandering kwamen.

Bij een beoordeling zullen we in rekening moeten brengen dat het temperament van de bewoners van Wales zodanig is, dat men snel opgewonden raakt. De meesten waren mensen van het platteland, met warme gevoelens, die ze niet door allerlei regels hadden leren beheersen. Hen was nooit bijgebracht wat wel en wat niet passend is. Daarbij was er onder hen een grote mate van onkunde op het terrein van geestelijke zaken. Toen ze dan voor het eerst de grote zaken van zonde en genade hoorden verkondigen en toen dat ook nog gebeurde op een indringende, het-geweten-rakende manier, maakte dat als vanzelf allerlei emoties los. Begon er dan een te wenen, dan werkte dat zo aanstekelijk dat anderen ook sterk geëmotioneerd raakten.

Van belang is echter dat vastgesteld moet worden, dat de emoties niet heel bewust werden opgewekt en dat er niet op de bijkomende effecten werd aangewerkt. Rowlands en de anderen die in dit werk betrokken raakten, gebruikten slechts de gewone middelen: de prediking, het gebed, het zingen. Tenslotte waren het niet mensen-werken, maar de grote werken Gods waardoor de mensen aangegrepen werden.

Dat er niettemin kaf onder het koren was, was onvermijdelijk. Als het goede zaad gezaaid wordt, gaat ook de Boze rond om onkruid tussen de tarwe te zaaien. En dat deze Boze rondgaat als een engel des lichts weten we ook uit de Schrift. Dat doet hij natuurlijk niet als hij zich beweegt tussen de kindren der duisternis, maar juist als hij zich mengt onder de kinderen van het licht....

Overigens zijn revivals er niet om de bijkomstigheden te imiteren. In de revivals gaat het om de krachtige werkingen van Gods Geest in het bekeren van zondaren en in het heiligen van Gods volk. Daarop mag ons hartelijk en dringend gebed in onze geesteloze tijd wel gericht zijn.

Elders preken

Ik zei zopas al, dat Rowlands zich op de zondagen meestal in eigen gemeente bevond, maar dat hij er in de week op uittrok om elders het Woord te brengen. Meer dan eens preekte hij in het open veld. De eerste keer dat hij ergens anders preekte was korte tijd na zijn bekering, toen hij nog zeer sterk de wet preekte. Een vrouw in zijn gemeente had een zuster, die in Ystradffyn, een dorp verderop, woonde. Op een bepaalde zondag logeerde deze bij haar zuster en kwam onder het gehoor van Rowlands. Na de preek gaf zij geen commentaar op wat zij gehoord had, maar de volgende zondag stond ze weer bij haar zuster voor de deur, hoewel ze er een afstand van 20 mijl voor had af te leggen. Haar zuster vroeg verbaasd wat er aan de hand was. Toen zei ze: Ik weet niet wat er aan de hand is. Maar iets wat jullie dominee vorige week zondag zei, heeft me weer hier gebracht. Het is me de hele week bijgebleven en ik kon het noch overdag, noch ’s nachts kwijt raken.

Ze ging weer bij Rowlands naar de kerk en dat herhaalde ze enkele volgende zondagen. Totdat ze gelegenheid zocht om Rowlands aan te spreken en tegen hem te zeggen: ‘Sir, als waar is wat u preekt, dan zijn er velen in de buurt waar ik woon, die in een allergevaarlijkste situatie verkeren en met grote snelheid naar het eeuwig verderf onderweg zijn. Terwille van hun zielen, kom naar ons toe en preek voor hen’. Spontaan gaf Rowlands zijn toestemming op voorwaarde dat de dominee in Ystradffyn het goed zou vinden. Die gaf zijn toestemming en Rowlands ging er heen. De Heere ging mee en bij de eerste gelegenheid die Rowlands in dat dorp preekte werden er niet minder dan 30 mensen bekeerd.

Het preken in de open lucht had ook een opvallend begin. Kort na zijn bekering poogde Rowlands de mensen met wie hij eerder allerlei zonden bedreven had te bewegen naar de kerk te komen. Zij weigerden en dat ging Rowlands geducht aan zijn hart. hij wist echter, dat ze op zondagmorgen op een bepaalde plaats in de heuvels samenkwamen om dan met hun zondag-ontheiligende bezigheden te beginnen. Hij besloot hen op te zoeken en daar tot hen te spreken. In de open lucht dus. Hij sprak met zoveel kracht en overtuiging dat het zeer diepe indruk maakte. Vanaf die dag was het met hun activiteiten op zondag gedaan.

Gezelschappen

Naast Rowlands maakte de Heere ook gebruik van anderen om het Evangelie te verkondigen. Ook hun arbeid werd rijk gezegend. Als ik hier enkele namen noem dan denk ik allereerst aan de lekepredikant Howell Harris, die voor prediking gestudeerd had, maar die geen toestemming kreeg om in het ambt bevestigd te worden. Hij moest dus zonder officiële aanstelling preken, als lekeprediker. Naast Harris valt te denken aan William Williams, die niet zozeer als prediker rijk begaafd was, maar wel als dichter. In vele samenkomsten werden zijn hymns gebruikt en ook die liederen hebben menig hart geraakt.

Zoveel moge duidelijk zijn, dat het werk zich sterk uitbreidde. Om daar enig toezicht op te houden - vooral ook, omdat de revivals gepaard gingen met verschijnselen, die niet uit de Geest waren - werden er ‘societies’ georganiseerd. Deze zijn te vergelijken met wat in ons land bekend staat als ‘gezelschappen’. Daar kwamen Gods kinderen bijeen om elkaar te stichten en zo nodig te corrigeren. In de regel werd er leiding aan gegeven door ouderlingen, terwijl er soms ook een predikant bij aanwezig was. Dit versterkte de onderlinge band en bewaarde voor afwijkingen.

Naast deze ‘societies’ was er ook de zogenaamde ‘association’ waar vooral predikanten samenkwamen: we zouden kunnen spreken van een soort predikantenconferentie, waar men elkaar door middel van preken zocht te onderrichten en aan te sporen. Ook die ‘association’ heeft lange jaren zegenrijk gewerkt. Rowlands was daar gewoonlijk voorzitter van.

Afgezet

Dat Rowlands ook buiten zijn eigen gemeente preekte en zelfs in het open veld het Woord verkondigde, is hem op een gegeven ogenblik duur te staan gekomen. Deze gewoonte was de bisschop. die over het diocees, waar Llangeitho onder viel, een doorn in het oog. Hij achtte dit ‘irregularities’ - onregelmatigheden. Het ging hier dus niet om ‘onregelmatigheden’ zoals dronkenschap of overspel of iets van dien aard. Het was niet meer dan het preken in de open lucht, op niet-gewijde’ plaatsen, zoals dat heette. Als Rowlands hierover wel eens werd aangesproken antwoordde hij dat het hem om niets anders ging dan om de eer van God en de zaligheid van zondaren en dat hij niet durfde ophouden met dat werk, zolang de Heere die arbeid nog zo rijk zegende. Maar het is wel op grond van deze ‘onregelmatigheden’ dat Rowlands tenslotte als predikant van de Church of England is afgezet. Dat ging als volgt in zijn werk.

Vanaf 1733 was Rowlands hulpprediker bij zijn broer John in Llangeitho en omliggende plaatsen. Deze John stelde als predikant niets voor. Hij liet veel van het werk aan zijn broer Daniel over. Toen John in 1760 stierf lag het in de verwachting, dat Daniel nu de officiële predikant van Llangeitho zou worden. Maar vanwege de ‘onregelmatigheden’ passeerde de bisschop Daniel en benoemde hij in de plaats van John een andere John Rowlands, nota bene een zoon van Daniel. Dat was een hele vernedering voor Daniel, die nu hulpprediker zou zijn bij zijn zoon. Dat de bisschop dit deed was met voorbedachten rade. Hij ergerde zich aan de invloed van Rowlands. Mensen zoals Rowlands waren voor hem en anderen van de Church of England een voortdurende aanklacht. Alleen al hun aanwezigheid herinnerde hen aan hun eigen nalatigheden. Daarom zocht de bisschop naar een mogelijkheid om Rowlands tot zwijgen te brengen. Dat zou hem moeilijker gevallen zijn als Rowlands officieel predikant van Llangeitho zou zijn geworden. Vandaar dat Rowlands gepasseerd werd toen er een opvolger voor zijn broer John moest komen. Een hulpprediker kon nu eenmaal gemakkelijker het zwijgen worden opgelegd! Dat laatste gebeurde in 1763. Op een zondag is Rowlands nog maar nauwelijks de preekstoel opgegaan, als een vreemdeling de kerk binnenkomt met een bericht van de bisschop. Ten aanschouwen van de hele gemeente overhandigt hij dit bericht aan Rowlands. Deze leest het en dan maakt hij de gemeente bekend, dat hij zojuist bericht van de bisschop heeft ontvangen dat zijn vergunning om te preken is ingetrokken. Hij voegt er aan toe: ‘Wij moeten de machten die over ons gesteld zijn, gehoorzamen. Ik verzoek u kalm het kerkgebouw te verlaten, dan zullen we de dienst van deze morgen besluiten buiten het kerkgebouw’. De ontzetting en de ontroering zijn groot, maar uit respect voor Rowlands besloot iedereen aan zijn verzoek. Daarop preekt Rowlands buiten het kerkgebouw en deze prediking laat niet na grote indruk te maken.

Op deze wijze is er - zeer tot schade van de Church of England - een einde gekomen aan de arbeid van Rowlands als dienaar des Woords in deze kerk. Er zat voor hem niets anders op, dan Gode meer te gehoorzamen dan mensen. Hij staat nu naast de volkskerk. Maar zijn opdracht blijft dezelfde. Er wordt in Llangeitho een grote kapel gebouwd en daar zal Rowlands voortaan preken. Nog bijna dertig jaar zal hij dit volk dienen. Er breken nu rustiger jaren aan; jaren waarin er niet meer op hem geloerd wordt, maar waarin hij rustig kan arbeiden in het Woord. En de Heere blijft medewerken.

Levenseinde

Rowlands werd oud, maar was tot op hoge leeftijd in staat het Evangelie te verkondigen. Hij was ook zijn begeerte om in het harnas te sterven en zo vanuit zijn werk opgenomen te worden in heerlijkheid. God gaf hem die wens. Een paar jaar voor zijn dood werd hij ernstig ziek, maar van die ziekte knapte hij weer helemaal op. In 1790 kwam echter het einde. Kort voor zijn sterven zei hij: ‘Ik sta op het punt te vertrekken en van u te worden weggenomen. Ik ben niet vermoeid van het werk, maar wel m het werk. Ik heb een voorgevoel, dat mijn hemelse Vader mij spoedig van mijn werkzaamheden zal ontslaan en mij in de eeuwige rust zal brengen. Maar ik hoop, dat Hij met Zijn genadige nabijheid bij u zal blijven, ook als ik er niet meer ben.’ Even later zei hij: ‘Ik heb niets toe te voegen aan wat ik al gezegd heb: Ik sterf als een arme zondaar, die volledig steunt op de verdiensten van een gekruisigde Zaligmaker en zo door God wordt aangenomen’. Zijn laatste woorden waren woorden in het Latijn: Deus nobiscum: God is met ons. Zo eindigde dit werkzame leven, waarin de Heere bewezen had, dat Hij omzag naar een onwaardig zondaar en van een iemand die geheel ongeschikt was ook nog een instrument maakte waarmee Hij Zijn zaligmakerswerk wilde verrichten.