Digibron.nl

Boekbesprekingen

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 4 maart 1999
Auteur: Ds. A. van Hete ren
Pagina: 6, 7, 8

De Christinnereis

N.a.v. het boek geschreven door dhr. J. de Jager, De Pelgrimsreis deel 2, Bunyans “Christinnereis” verteld voor de jeugd met 73 door Albert Wessels geschilderde taferelen, Uitgeverij de Banier - Utrecht in samenwerking met de John Bunyanstichting te Barneveld, 151 blz., ƒ 47,50. Het gebonden boek dat keurig verzorgd is, is het zeker waard om kennis van te nemen.

Inleidende opmerking

In vergelijking met de Christenreis vinden we in dit boek meer variatie in de leidingen die de Heere met Zijn volk houdt. In het voorwoord lezen wij: “Er is weleens opgemerkt: In de Christenreis wordt de weg en de strijd van Bunyan zelf getekend en in de Christinnereis de verschillende ervaringen van ‘gewone’ christenen, die hij in zijn pastorale arbeid ontmoette. Vooral de bekommeringen van zwakgelovigen krijgen alle aandacht: denk aan de strijd van Barmhartigheid bij het Poortje; de levensgeschiedenis van Vrezende; de leiding met Kleinmoedig, enz.” Dhr. de Jager heeft zich zo dicht mogelijk bij de Engelse tekst gehouden, om de oorspronkelijke bedoeling van de schrijver geen geweld aan te doen. We willen u in dit artikeltje een indruk geven van de inhoud van dit boek.

Schuldovertuiging

We lezen op blz. 9 hoe de overtuigingen van Christinne beginnen. “Zij is niet alleen bedroefd over het verlies van haar man, maar nog meer dat zij zijn waarschuwingen en nodigingen in de wind heeft geslagen. Zij heeft om hem gelachen, met zijn tranen gespot. Zij wilde niet leven als haar man. Dit alles komt nu met alle kracht terug in haar gedachten. Zij voelt haar grote schuld. Het is of zij een last op haar geweten heeft. Nu zal ze begrepen hebben, waarom haar man vroeger zuchtte onder het pak op zijn rug!” De waarachtige bekering gaal altijd gepaard met schuldovertuiging. De bedreven zonden worden voor de aandacht gesteld. Dit is een toetssteen voor ons allen. Weten wij van schuldovertuiging af in ons leven! Is de alwetendheid van God een levende werkelijkheid voor ons geworden? Zijn we gewaar geworden dat de Heere alles heeft gezien wat we gedaan, gesproken en uitgedacht hebben?

Jaloersheid

Iemand die door de Heere overtuigd wordt van zonde en schuld, krijgt het niet alleen benauwd vanwege het bedreven kwaad, maar zo iemand wordt ook jaloers op het leven van Gods kinderen. Dit wordt beschreven op blz. 10. De Heere werkt liefde in het hart van de zondaar. Daarom wordt hij jaloers op het leven van Gods kinderen en op hun eeuwig geluk. Door de liefde trekt de Heere naar Zich toe. Kennen wij die jaloersheid op het leven en het eeuwige geluk van Gods kinderen?

De man met de mesthark

Evenals Christen krijgt Christinne in het huis van Uitlegger onderwijs. Zij krijgt een man te zien die naar beneden kijkt. Hij is bezig met een mesthark. Hij harkt van alles bij elkaar. Dat is het enige waar hij oog voor heeft. Dit betekent dat de mens van nature aards-gezind is. De gevallen mens gaat op in de dingen van beneden. Hij zwoegt en slaaft om op deze aarde van alles bijeen te vergaderen. Alleen de dingen van deze aarde hebben waarde. Gaat uw hart ook nog uit naar de dingen van beneden, de dingen van deze wereld? De man met de mesthark heeft geen oog voor de gouden kroon die hem boven het hoofd wordt gehouden. Hij slaat geen acht op die hemelse kroon. De eeuwige zaligheid heeft voor hem geen waarde. Hij denkt dat het geluk op deze aarde is te vinden. Maar als de dood komt, kun je niets van deze aarde meenemen. Hebben we dat al mogen leren? Toen Christinne deze les ontving bad zij om verlossing van die mesthark. Hebt u dat ook al leren bidden?

De hen en haar kuikens

Ook wordt in het huis van Uitlegger een hen en haar kuikens aan Christinne getoond. Als een kuikentje drinkt, heft het zijn kopje op en kijkt naar boven. Hier ligt een rijke les in. Kuikentjes die steeds omhoog kijken als zij een teugje water gedronken hebben, leren ons voor de kleinste gaven en weldaden omhoog te zien. Met de biddag voor gewas en arbeid in het vooruitzicht een gepaste les. We vinden het vaak zo gewoon dat we elke dag te eten en te drinken hebben. Maar de Heere doet ons dit alles toekomen. Dat we Hem als Schepper en Onderhouder van het leven mogen erkennen, ook door het opgaan naar Gods Huis op de jaarlijkse biddag voor gewas en arbeid. Elke dag komt eten en drinken ons toe van Gods Hand.

Leerzame spreuken

Christinne vroeg aan Uitlegger haar nog meer nuttige dingen te leren. Een van de spreuken was: “Hij, die in de zonde leeft en denkt dat hij hiernamaals gelukkig zal zijn, is net als iemand die onkruid zaait en die tarwe of gerst denkt te maaien.” Nog een spreuk: “Eén lek kan een schip tot zinken brengen.” Deze spreuk leert ons dat hel vasthouden aan één zonde de mens naar het eeuwig verderf voert, er dient tegen alle zonden gestreden te worden. Een andere leerzame spreuk is deze: “Als iemand goed wil leven, moet hij veel aan zijn laatste dag denken.” Kennen wij het gebed van Mozes; Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen?

Vrezende

Over hem wordt geschreven op de blz. 98-104. Deze Vrezende was iemand die de wortel der zaak in zich had, maar hij was daarbij een zeer bekommerde pelgrim. Vrezende was altijd maar bang dat het verkeerd met hem zou uitkomen. Bij iedere moeilijkheid was hij terneergeslagen. Hij struikelde als het ware over ieder strootje. Zo had hij lang bij de poel mistrouwen gelegen. Op een zonnige morgen waagde hij het en kwam erover. Aangekomen bij het poortje trad hij terug en liet anderen voorgaan. Hij zei dat hij het niet waardig was. Uiteindelijk ging hij bevende naar binnen. Hier worden schuchtere kinderen Gods bedoeld die zo bevreesd zijn dat hun werk niet waar is zodat ze eenmaal buitengesloten zullen worden. In hun hart is de oprechte keus door de Heere gewerkt, de wortel der zaak is in hen, maar ze worden zo heen en weer geslingerd door vrees, dat zij het zelf niet geloven kunnen. Als een ander wat vertelt over het werk Gods in de ziel denkt zo’n bekommerde ziel: Dan is het bij mij mis, ik heb mij bedrogen. Maar ze gaan niet terug, want in hun hart leeft de liefde tot de Heere en tot Zijn dienst. Soms vrezen zij het gehele leven. Over wat beleefd is wordt vaak niet veel gezegd uit vrees dat het niet van de Heere is. Voor de moeilijkheden van de weg is hij niet zo bevreesd, maar hij is bevreesd dat het einde verkeerd zal zijn. Bekommerden stellen zichzelf graag op de laagste plaats, ze hebben geen hoge gedachten van zichzelf. Ze hebben een innerlijke afkeer van de zonde en de ijdelheid. Ze vrezen voor bedrog. Ze zijn bevreesd of het werk in het hart wel echt is. Maar de Heere zorgde aan het einde van de reis dat hij veel gemakkelijker door de rivier kwam dan eens Christen. Een bekommerd kind des Heeren kan sterk vrezen voor de dood. maar de Heere kan het sterven zo gemakkelijk maken, dat de vrees wordt weggenomen. Vrezende was niet bang voor moeilijkheden, leeuwen of de ijdel-heidskermis. Alleen de zonde, de dood en de hel waren verschrikkelijk voor hem. Hij twijfelde eraan of hij ooit in de hemelstad zou worden toegelaten. Christinne en Barmhartigheid herkenden allebei iets van Vrezende bij zichzelf. Iedere ware christen weet wel wat vrees is. Iemand die altijd geloven kan en nooit vreest of het wel waar is, li jkt niet op een ware christen. Ware christenen hebben meer vrees voor de zonde, dan vrees voor de hel. Het zij tot troost dat de Heere bekommerden gedenkt. De Heere zal met hen zijn ook in het uur van sterven.

W.H. Blaak, Verzamelde geschriften, 238 blz., f. 45,- Uitgeverij de Groot Goudriaan- Kampen. In deze keurig verzorgde, geillustreerde uitgave, zijn de publicaties gebundeld, die van en over ds. Blaak verschenen zijn. Preken en brieven zijn bijeengebracht. Zo is een preek opgenomen over 2 Samuel 9:8 “Toen boog hij zich en zeide: Wat is Uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een doden hond als ik ben?” We lezen in deze preek op blz. 122: “Daar zat Mefiboseth en hij schoof die twee ongelukkige benen onder de tafel. Wij kunnen vragen: Zou Mefiboseth daar nog last van gehad hebben, van die twee kreupele voeten? Nee hoor. Weet u waarom niet? Hij zat te dicht bij de koning. Gods volk kan weleens met een vracht over de aarde lopen, waar ze zwijgend mee lopen moeten, maar als God spreekt en zij mogen dicht bij de Heere komen, dan moet ge toch denken, dat ze hun vrachtje kwijt zijn.”

Ook zijn alle toespraken opgenomen die gehouden zijn op de dag van zijn begrafenis alsook een aantal reacties op zijn overlijden. Evenals de biografie over ds. Blaak is de samensteller van dit boek dhr. J.M. Vermeulen. De geschriften zijn in de tegenwoordige spelling overgebracht en zo nodig van een toelichting voorzien. De verzamelde geschriften van ds. Blaak werden reeds eerder in 1979 gepubliceerd. Thans is een nieuwe uitgave verschenen uitgebreid met een aantal brieven en andere documenten. Wie kennis wil nemen van de inhoud van het werk van ds. Blaak kan hier uitstekend terecht.