Digibron.nl

DE BEKERING-8

Bron: Bewaar het pand
Datum: donderdag 4 oktober 2007
Auteur: A. van Heteren
Pagina: 3, 4, 5

Het waarnemen van Gods lankmoedigheid kan tot misvattingen leiden. De vraag kan opkomen of de Heere wel alles ziet, of Hij heilig is en of Hij goed is jegens Zijn kinderen Ook kan er twijfel rijzen aan de rechtvaardigheid van God. Maar de Heere heeft Zijn Eigen redenen om lankmoedig te zijn jegens zondaren. Uitstel van Gods oordelen betekent geen afstel. De Heere oordeelt op Zijn tijd. Ook liggen er waardevolle lessen opgesloten in de betoning van Gods lankmoedigheid.

Vaststaand oordeel

Soms voltrekt de Heere heel snel Zijn oordeel over zondaren, in andere gevallen kan er een heel lange tijd overheen gaan voordat goddelozen gestraft worden. Haman kon zijn duivels plan niet uitvoeren en kwam zelf aan de galg terecht. Het oordeel kwam snel over hem. Toen Nadab en Abihu vreemd vuur offerden werden zij getroffen door Gods toorn. Ook hier was geen sprake van uitstel van het oordeel. Soms wordt een zondaar toegelaten zijn kwade werk uit te voeren. In zo’n geval kan de Heere de uitvoering van het kwade wel verhinderen, maar hij doet het niet. Als de zonden niet direct gestraft worden gaan de zondaren vaak roekeloos door in hun zonden. Er kan zelfs voorspoed zijn terwijl er een zondig leven wordt geleid. Hiervan lezen we in Psalm 37:35 “Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.” We lezen in Prediker 8:14 dat het soms heel wonderlijk kan gaan op aarde: “Er is nog een ijdelheid die op aarde geschiedt: dat er zijn rechtvaardigen, dien het wedervaart naar het werk der goddelozen, en er zijn goddelozen, dien het wedervaart naar het werk der rechtvaardigen.” Soms genieten zondaren zelfs tijdelijk van de vruchten van hun zonden. De wereld ten tijde van Noach kreeg nog 120 jaar uitstel van straf. Soms wordt de levensdraad van zondaren snel afgesneden, maar niet altijd. Maar het staat wel vast dat er aan de oordelen van God niet valt te ontkomen. Soms sterven goddelozen in grote voorspoed en rijkdom, maar dan worden zij na hun sterven geoordeeld.

Misvattingen

Soms hebben mensen heel verkeerde opvattingen over Gods geduld met zondaren. Wanneer een zondaar rustig voortleeft in de zonde, heeft hij er geen besef van dat hij een voorwerp is van Gods toorn. Soms denken mensen er niet over de Heere te dienen omdat zij de voorspoed van de goddelozen zien en de tegenspoed van Gods kinderen. Volgens hen heeft het dan geen nut de Heere te gaan dienen. Het dienen van de Heere werpt immers geen vrucht af en de goddelozen worden niet gestraft voor hun overtredingen. Het is moeilijk om te begrijpen dat de Heere geduld heeft met goddelozen, zelfs Asaf had hier moeite mee. Asaf zag de voorspoed van de goddelozen en hij nam daartegenover zijn eigen tegenspoed waar. Zondaren zeggen soms dat de Heere niet ziet wat er allemaal gebeurt. In Psalm 94 staat: “de HEERE ziet het niet.” Als de Heere het zou zien, zou Hij immers wel ingrijpen in de loop der gebeurtenissen. Als mensen merken dat goddeloze zondaren gespaard worden kunnen zij nauwelijks geloven dat God heilig is. Als zondaren ongestraft blijven voor een tijd, dan denken sommigen dat God in die zaken niet zo heel erg rechtvaardig is. Als het goddelozen welgaat en als het Gods kinderen kwalijk gaat wordt er wel gedacht dat God niet zo goed is voor Zijn volk.

Redenen

God stelt het oordeel soms uit om zondaren tot bekering te brengen. Door Gods geduld krijgen zondaren tijd en gelegenheid tot bekering. Door het uitstellen van oordelen worden de lankmoedigheid en het geduld van God onderstreept. De Heere heeft meer geduld dan de zachtmoedigste mens op aarde. De heerlijkheid van de goddelijke goedheid blinkt uit in het overwinnen van het kwade door het goede. Er zijn twee mogelijkheden wat de zondaar betreft: hij wordt of zalig of hij wordt voor eeuwig veroordeeld. God kent de waarde van onsterfelijke zielen en wil graag dat zondaren zalig worden. Velen zijn er in de hemel die zonder Gods geduld in de hel zouden zijn gekomen. Als de Heere hen eerder uit dit leven had weggenomen, zouden zij onbekeerd uit dit leven zijn weggenomen. Als de Heere niet onmiddellijk straft, heeft Hij vaak het nageslacht op het oog. Velen hebben moed geput uit het geduld van God met Manasse en Paulus. Als Gods toorn uiteindelijk komt is dat een waarschuwend voorbeeld voor anderen. Goddeloze mensen kunnen kinderen vóórtbrengen die door genade de Heere gaan vrezen. Soms zien zondaren ook dat zij in hun nageslacht gestraft worden: de wet spreekt over het derde en vierde geslacht van degenen die God haten. Het uitstellen van de straf kan de Heere ook gebruiken om Zijn volk te kastijden. Gods kinderen lijden veel onder de verdorvenheid van goddeloze mensen. De Heere gebruikt goddelozen als een roede. Gods volk heeft de roede nodig en daarom wordt de roede niet verbroken of in het vuur geworpen, maar gebruikt tot kastijding. De kastijding drijft tot gebed, tot waakzaamheid en tot een leven in oefening van het geloof. Op blz. 265 lezen wij: ‘Want zoals de mensen die de Heere vrezen de goddelozen een doorn in het oog zijn, zo zijn de goddelozen vaak als slijpstenen en vijlen voor degenen die de Heere vrezen.” De rampen van Gods kinderen moeten juist medewerken ten goede.

Verharding

Soms betekent uitstel van de straf verharding van zondaren. We lezen in Rom. 9:18 “Zo ontfermt hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil.” Het is ontzettend als God niet op de gewone manier straft, maar mensen overgeeft aan de verharding. Door verharding wordt het verstand verduisterd, de wil nog meer verslaafd aan zondige begeerten en het geweten wordt afgestompt.

Door verharding nemen de zonden toe en het Evangelie wordt als geneesmiddel krachteloos gemaakt. Begeerten die voorheen nog enigermate in toom gehouden werden, wordt de vrije teugel gegeven. De verharding is een vreselijke voorbereiding op de eeuwige rampzaligheid. We lezen op blz. 267 “Een smerig vat van klei dat steeds vuiler wordt en niet wordt gezuiverd en gereinigd, moet in stukken gebroken en weggeworpen worden.” God verhardt geen weke harten. De Heere verhardt niemand dan die eerst zichzelf verharden. We lezen op blz. 268 “De mens sluit eerst zijn ogen voor het licht en daarop verblindt een rechtvaardig God zijn ogen.” Als zondaren in het moeras willen blijven liggen is de Heere rechtvaardig als Hij hen daarin laat liggen. De Heere waarschuwt de zondaar voortdurend om hem terug te laten keren van zijn zondige levenswandel. De zondaar die weigert te luisteren naar de roepstemmen die de Heere uitzendt, komt al meer in de macht van de satan. Voorspoed in de wereld draagt ook bij aan verharding van de zondaar. Hoe meer de zon schijnt, hoe harder de klei wordt. Hoe langer de straf wordt uitgesteld, hoe meer voorwerpen, gelegenheden en middelen de zondaar vindt om te zondigen. Ook andere zondaren dragen bij aan de verharding van de zondaar door hem te verleiden, aan te moedigen en te vleien.

Gods tijd

De Heere houdt Zijn kinderen dicht bij Zich door tegenslagen. Gods kinderen worden in dit leven vaak harder gestraft dan Gods vijanden. Gods kinderen is geen gemakkelijke reis beloofd. Het is voorzegd dat zij in de wereld verdrukking zouden hebben. Tegenspoed lijkt regel te zijn en voorspoed uitzondering. Bij wereldse mensen is het vaak andersom. Het hanteren van de roede door de Heere is juist een teken van Zijn liefde. Het ging met Christus door lijden tot heerlijkheid, zo gaat het ook met Gods kinderen. De Heere weet het juiste moment om het vonnis te voltrekken over onboetvaardige zondaren. Soms handelt de Heere snel in het straffen van zondaren. Dit dient tot waarschuwing van andere zondaren. Bedenk dat er een afrekening komt voor zonden die in dit leven niet gestraft worden. Soms worden oordelen uitgesteld, maar komen toch. Ten tijde van Noach werd de wereld nog 120 jaar gespaard, nog 120 jaar ging men door met zondigen,maar de zondvloed kwam, het oordeel bleef niet uit. Zondaren kunnen hun zonden vergeten, maar de Heere zal ze nooit vergeten. Hoe langer zondaren gespaard worden, hoe erger de afrekening zal zijn. Men zal zelfs rekenschap moeten afleggen vanwege de betoning van Gods lankmoedigheid. De vraag zal gesteld worden wat met de lankmoedigheid van God is gedaan. Ontzettend als die lankmoedigheid misbruikt is.

Lessen

Rust en voorspoed in de wereld zijn geen tekenen van Gods bijzondere gunst. Voorspoed in het heden geeft geen zekerheid met betrekking tot de toekomst. De rijke man had grote voorspoed, maar kwam in de eeuwige rampzaligheid. Er wordt vaak op een verkeerde manier tegen aardse voorspoed aangekeken: er wordt teveel waarde aan gehecht. De Heere is geduldig en lankmoedig. De Heere verdraagt zonden in een land en onder een volk vaak lang, maar eenmaal komen de oordelen. Boston schrijft op blz. 284: ‘De wolk hangt nog boven ons hoofd en het moet gevreesd worden dat sommigen lang genoeg zullen leven om mee te maken dat hij op een vreselijke wijze zal losbarsten.” Boston spoort aan Gods geduld niet te misbruiken. Laat Gods lankmoedigheid u betoond in het verleden een aansporing zijn u voor de Heere neer te buigen. U dankt uw leven aan het geduld dat de Heere met u heeft. Keur Gods geduld met goddeloze zondaren niet af. In Gods voorzienigheid zijn er wel verborgenheden, maar geen ongerechtigheid, fout of vergissing. De Heere is immers de Rotssteen, Wiens werk volkomen is. Aanbidt de goddelijke wijsheid die u niet kunt doorzien. Spreek daarom niet onbezonnen over Gods voorzienigheid. Op blz. 286 lezen we ‘Maar waarom zou u oordelen over het web van de voorzienigheid, voordat het volledig gesponnen is?” Erger u niet aan mensen die voorspoed hebben in hun goddeloosheid. We lezen in Psalm 37:1 “Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet die onrecht doen.” Het is dwaas jaloers te zijn op een veroordeelde misdadiger als de uitvoering van zijn vonnis wordt uitgesteld. Goddelozen zijn te vergelijken met mensen in de gevangenis. In de gevangenis zijn zij van alle gemakken voorzien, maar de dag van terechtstelling zal zeker komen. Het is eerder gepast medelijden met hen te hebben. Asaf leerde door Goddelijk onderwijs zichzelf veroordelen toen hij de goddelozen hun voorspoed benijdde. Hij belijdt het immers: “Ik was een groot beest bij U.” Als u de Heere mee hebt en de wereld tegen hebt, bent u toch gelukkig. Wie God tegen heeft en de wereld mee heeft, is ten diepste ongelukkig. We moeten van Gods geduld leren zelf ook geduldig te zijn. Zondaren moeten we verdragen en proberen hen op het rechte pad te brengen. Er dient liefde te zijn tot de vijanden. De Heere is immers ook goedertieren over ondankbaren en bozen. We lezen hiervan in Lukas 6:35 “Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen.” Ook schrijft Boston erover dat het vonnis over land en volk voltrokken zal worden. We lezen daarvan op blz. 289 “De huidige generatie heeft zichzelf verklaard tot erfgenaam van afvalligheid en gaat gewoon door met wat de vorige generatie deed. Het vonnis is nog niet voltrokken, maar wordt slechts uitgesteld. Daarom moeten we verwachten dat het voltrokken zal worden, als het niet voorkomen wordt door bekering.” Wat in zijn dagen gold, geldt zeker ook van onze dagen.

N.a.v. Berouw, Thomas Boston, gebonden, 312 blz.,€ 21,90, Uitgeverij De Banier, Utrecht, ISBN 978-90-336-0725-7.