Digibron.nl

Wandelen in de waarheid

Bron: Gereformeerd Weekblad
Datum: vrijdag 14 januari 1994
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 8, 9, 10

BIJBELSTUDIE

2 JOHANNES : 4—6

4. Ik ben zeer verblijd geweest, dat ik van uw kinderen gevonden heb, die in di waarheid wandelen, gelijk wij een geboc ontvangen hebben van den Vader. 5. Er, nu bid ik u, (uitverkoren) vrouwe, nie\ als u schrijvende een nieuw gebod, maai hetgeen wij gehad hebben van den begin ne, (namelijk) dat wij elkander liefheb ben. 6. En dit is de liefde, dat wi^ wandelen naar Zijn geboden. Dit is hei gebod, gelijk gijlieden van den beginnt gehoord hebt, dat gij in hetzelve zoud, wandelen.

Blijdschap

Dat lezers geprezen worden komt bij Paului eveneens voor, zie Rom. 1 : 8; 1 Cor. 1 : 4 er 2 Cor. 1:3. Het is een goede zaak, wanneei de dienaren des Woords niet alleen de zonder der gemeente aanwijzen, doch ook de goedf dingen prijzen, omdat ze zijn tot eer van God

Johannes geeft uiting aan blijdschap. Hi heeft een goede reden. Zijn werk in dienst var de Meester droeg vrucht. De Heere heeft d( prediking met Zijn zegen bekroond. Er zijr geestelijke kinderen geboren. Dat wil zeggen zondaren zijn wedergeboren en eigendom ge worden van de Heere Jezus Christus. Well oprecht dienaar van het Woord zal géér vreugde hebben wanneer hij vrucht op zijn ard beid zien mag! De geestelijke opvoeding ondeid de leiding van de Heilige Geest is speurbaar de geestelijke kinderen nemen toe in geloof, in de vreze Gods. De dienaren, die opmerkeiii^ mogen, dat het uitgestrooide zaad tot wasdonir komt, moeten maar niet buiten hun schoeneri treden. Zonder Gods Geest zou al hun werB zonder resultaat zijn. Bij al hun vreugde paslw ootmoed en nederigheid: , Heere, het was UVT werk!" Zie 1 Cor. 3 : 6; Col. 2 : 5-6. In d(l blijdschap stijgt de dank vanuit het hart op to|e God!

Godvruchtige kinderen (gezin) zijn een sie|« raad voor ouders, die hen voorgingen in dfH vreze des Heeren. Vrome gemeenteleden zijri een sieraad voor de kerk en de vreugde voor àlle vromen! Geweest duidt op het tijdstip, dat ohannes het verheugende bericht ter ore wam van de Godzalige levenswandel van zijn eestelijke kinderen.

Sommigen

’t Grieks geeft aan, dat niet allen in 't reche spoor lopen. Er staat uit of van uw kinderen. Dat wil zeggen sommigen ervan. Zo ook ^Q kanttekening van de Statenvertaling. Dus: ommigen lopen dwaalleraren na en volgen un ketters onderricht. De reden van Johanes' blijdschap is: at ik (...) gevonden heb. Gevonden. Uit de handel en wandel van de '"ouwe en haar kinderen bleek hun waarach-^jg geloof. Onbesproken blijft welke daden het zijn. Dat is ook niet zo van belang. Het gaat t jjjgj. iminei-s om het wandelen in waarheid en gf(jg[ Verder geven de aansporing tot broeerlijke hef de en de waarschuwing tegen de waalleraren mogelijk een antwoord op de raag. In elk geval, Johannes is het op een of ndere manier te weten gekomen. Hoe? Vanege de Griekse werkwoordsvorm moeten we denken aan een mededeüng van anderen. Zou hij zélf een bezoek hebben gebracht, hij zou en andere werkwoordsvorm hebben gebruikt. ie ook 3 Joh. : 3.

Wandelen in de waarlieid

Het betreft hier mensen, die de waarheid an Gods Woord geloven en belijden en in harmonie met dat Woord leven! Het is een leen in de dienst des Heeren. Niemand is beter jnan, vrouw of kind dan wanneer het geleerde n praktijk wordt gebracht en de Heere geiend, in dankbaarheid jegens Hem. Deze dienst slaat alle hoogmoed en eigengerechtigeid neer! Laten kinderen en jonge mensen hier goed op letten. Die Hem vroeg zoeken, izullen Hem vinden! , , Jonge planten der gerechtigheid pralen schoner in de tuin van God (ian bomen, die het sterven nabij zijn." (Hedingeri N. Test.) Zie 1 Sam. 2 : 26! Het woord Vaarheid betekent o.a. Gods Woord, het Evangehe, Christus, Zijn leer, rechtschapenlheid, waarachtigheid, geloof. De waarheid is r niet alleen om te bepeinzen en te onderzoeken, men moet er ook naar handelen en er in wandelen. , , Een iegelijk dan, die deze Mijn oorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik ? ergelijken bij een voorzichtig man, die zijn iuis op een steenrots gebouwd heeft". (Mt. 7 : 24) Zie Gal. 3:1. Wandelen we in de waarheid, de liefde kan niet achterblijven. Staat ons leven in het teken van de christelijke liefde, we oefenen ons in het wandelen in de waarheid... We zijn bedacht op Gods eer!

Vaderlijk gebod

God de Vader gaf Zijn hef desgebod door Zijn Zoon aan ons. , , Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt." (Joh. 13 : 34) , , Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is. Die heeft (Hem) (ons) verklaard." (Joh. 1 : 17—18) Het wordt óns nu doorgegeven door de dienaren van het Woord in de prediking, op huisbezoek mede door de ouderlingen. Zie 1 Joh. 2 : 7.

Wanneer God Zijn gebod uitvaardigt, doet Hij dat tot heil van Zijn kinderen. Gehoorzaamheid daaraan is een kinderplicht. Echter met dien verstande, dat we Zijn gebod gehoorzamen met kinderlijke hef de en uit dankbaarheid. Hier is geen sprake van slaafse onderwerping en gehoorzamen onder dwang! Liefde van God en tot God zijn de facetten waar het om gaat. , , Want dit is de hefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar." (1 Joh. 5 : 3) Het door God geadopteerde kind zal Hem, God de Vader, dienen en eren door nauwgezet te leven. Vader wil het en ik weet: ij gebiedt mij tot mijn bestwil. Hij is het bovendien. Die mij de lust en de kracht geeft om Zijn wil te doen!

Het woord Vader laat zien hoe de verhouding tussen God de Vader en het aangenomen kind is. Wat wekt de Schrift een heerlijk vertrouwen!

Een dringend verzoek

Het woord bidden heeft iets dringends, het betekent nl. ook vorderen. Dus: een dringend verzoek. Het betreft iets heel belangrijks. Het gaat Johannes om een Godzahge levenswandel. Hij verzoekt deze vrome vrouwe en haar kinderen te blijven, te volharden in dat rechte spoor. Hadden zij eerder geleerd gelovig en gewiUig naar de wil van God te leven, zij zullen daarin voortgaan. Johannes geeft ons een geweldig voorbeeld. Hij verzoekt hen vanuit de hefde! Zie vs. 1. Waren wij allen in de gemeente doordrongen van die hefde, het zou er anders toegaan... Dit houdt in, dat we niet allen leven in gehoorzaamheid aan de Heere! En dat, terwijl de Heere ons gebood, zeggende: , , maar gij geheel anders!”

Johannes komt de vrouwe voor met een zekere eerbied: yria. Deze houding past ieder gelovige. Men achte de ander uitnemender dan zichzelf. Kyria, vrouwe, adeldom legt verphchtingen op. De bede herinnert aan de geweldige begenadiging, die hun deel werd en daarmee aan de verhouding tot de Heere èn de naaste. Uit de werken blijkt hun geloof. Zie Jac. 2 : 18. , , Hebt elkander hartelijk Hef met broederlijke liefde; met eer de een den ander voorgaande." (Rom. 12 : 10). Zie tevens 2 Cor. 5 : 20 en Filem. : 8 en 9.

Niet nieuws

Aan de vrouwe en haar kinderen werd het Evangelie gepredikt. Ze zouden leven naar Gods liefdesgebod. Het was hen bij herhaling gepredikt. Dat gebod was evenmin nieuw. , , Gij zult niet wreken, noch (toorn) behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEE­ RE!" (Lev. 19 : 8) En: , Zo zult gij den HEE­ RE, uw God, liefliebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen." (Deut. 6 : 5) Beide geboden hield Jezus Zijn hoorders voor, zie Mt. 22 : 37—40. Hoewel het hier met name gaat om het Hefhebben van elkander, dit kan niet buiten het liefhebben van God om! Hoe liefhebben? Door het gegeven gebod na te volgen. Gehoorzaamheid! Zonder hef de is het geloof dood en niets waard. Is de hefde zonder de waarheid, is er een dood geloof, beter: een geloof. Zie Ps. 85 : 11.

Waarom die herhahngen in de verschillende verzen? Johannes is een goed onderwijzer! Wij hebben de neiging aan te horen, maar er niet onvoorwaardelijk gevolg aan te geven. We horen het gebod, maar falen in gehoorzaamheid. Repetitie is de moeder van kennis. En de consequentie? , , Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft." (1 Joh. 2 : 6)

Is het moeilijk Gods gebod te gehoorzamen? Gods kinderen beminnen Gods wet. Ondermeer in Ps. 119 staan verzen over het liefhebben van de wet. Jezus' volgelingen worden van Godswege in staat gesteld tot het houden ervan.

Laten we er goed van doordrongen zijn, dat we in de gemeente geen nieuwe geboden nodif. hebben. Wel is in de gemeente nodig de onop houdelijke training tot het houden van he , , oude" gebod. Zie vooral Deut. 6 : 7.

De liefde vat de geboden samen, de liefde i de vervulling van de wet. Zie Rom. 13 : 9—10 Ware, Godzalige liefde bestaat niet loute daarin, dat men het goed meent met de naast en het meest met de gelovige naaste, maar te vens, dat men naar Gods geboden leeft. He woord wandelen geeft het voortdurende aan het blijven in die weg. , , En dit is Zijn gebod dat wij geloven in den Naam van Zijn Zooi Jezus Christus, en elkander Hefhebben, gelij Hij ons een gebod gegeven heeft." (1 Joh. 3 23)

Soms wordt gevraagd: hoe kan ik God Hef hebben? Waarmee kan ik dat bewijzen? He antwoord moet luiden: , , Het zit hierin, da u/jij zich liever van het leven laat beroven dan tot inwilliging van de zonde laat drijven.. Niemand doe alsof hij/zij God Hefheeft, al hij/zij terwille van mensengunst en eigenbaa durft zondigen.”

Tenslotte komen we nog even terug op d christelijke Hefde, die van Goddelijke oor sprong is. Liefde is niet slechts een zielsaan doening of gemoedsbeweging, die plotseHni opkomt en weer verdwijnt. , , Mijn kinderkens laat ons niet liefhebben met den woorde, noc met de tong, maar met de daad en waarheid.' (1 Joh. 3 : 18) Liefde is een blijvende gestalti van de ziel! Deze Hefde is werkzaam en daad krachtig, doet wandelen naar het liefdesgeboi en dit gebod bewaren. Zie ook 1 Joh. 5 : 3 Gods geboden zijn als het ware de rails, di( naar het juiste eindstation voeren.

Gespreksvragen

1. Waarom spreekt Jezus in Joh. 13 : 34 toclj van een nieuw gebod? Is het een elfde ge bod? In hoeverre is het nieuw?

2. Moeten gemeenteleden er elkaar op aai spreken zodra blijkt, dat ze niet in waar heid en liefde wandelen? Waarom/waaron niet?

3. Hebt u zich inmiddels een gedachte vormd aan wie Johannes het meest waar schijnlijk zijn brief schreef, aan een gezii of aan een gemeente? Argumenteer.

4. Op welke wijze kunnen wij Hebr. 10 : 24 ii praktijk brengen?

5. Wat is de reden, dat zovelen zeggen in d waarheid te wandelen, terwijl er zoveel ker