Digibron.nl

De verloren zoon

Bron: In de Rechte Straat
Datum: donderdag 1 februari 1973
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 12, 13

En Hij (Jezus) zeide: Een zeker mens had twee zonen. En de jongste van hen zeide tot de vader: Vader! geef mij het deel van het goed, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.

En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een vergelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadig. En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in dat land, en hij begon gebrek te lijden. En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers van dat land; en die zond hem op zijn land, om de zwijnen te weiden. En hij begeerde zijn buik te vullen met de draf, die de zwijnen aten; en niemand gaf hem die.

En tot zichzelf gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen van mijn vader hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!

Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader! ik heb gezondigd tegen de Hemel, en voor u; En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.

En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toelopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.

En de zoon zeide tot hem: Vader! ik heb gezondigd tegen de Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.

Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier vóór het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten; En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn; Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn. Lukas 15:11-24.