Digibron.nl

Wees niet al te rechtvaardig

Bron: De Wartburg
Datum: vrijdag 2 oktober 1936
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 1

Prediker 7 : 16.

Het boek van den Prediker bevat niet zoozeer wettische voorschriften als de 10 geboden; wil ook niet zijn een dogmatische uiteenzetting, maar laat de practijk des levens naar voren komen en biedt lessen van levenswijsheid.

Een dier lessen vinden we uitgedrukt in de woorden: wees niet al te rechtvaardig.

Zoo op 't eerst te hooren een bevreemdend, ja een niet ongevaarlijk woord. Zóó bevreemdend, dat als de bijbel geen andere dan dit soort woorden bevatte, de bijbel voor 't minst genomen overbodig mocht heeten. De rechtvaardigheid is in deze wereld van groote en kleine politiek al veel te veel zoek. In de ..fijnste” zaken worden soms als op „Moham-medaansche markten” „knollen voor citroenen” verkocht, 't Is haast te afgezaagd om nog eens over de ,,luchthartigheid” in zake aangifte voor de belasting uit te weiden, maar steeds nieuw blijft de verbazing van broeders over broeders, als ze elkaar leeren kennen bij het deelen van een erfenis. Vele broeders in den Heere „redden” hun rechtvaardigheid dan met de theorie over den „ouden Adam”.

Het is duidelijk, dat er in deze wereld van zonde en ongerechtigheid, van zelfzucht en gebrek aan trouw eerder een tekort dan een te veel is op het gebied der rechtvaardigheid. Maar dan is het voor verstandigen ook duidelijk, dat het boek der levenswijsheid hier iets anders bedoelt, dan in de lijn ligt van veler evenspractijk.

Wij benaderen de bedoeling van den Prediker allicht beter, wanneer wij vers 16 geheel lezen. Er staat namelijk „wees niet al te rechtvaardig noch al te wijs, opdat dit u niet verderft.”

De Prediker leeft in den tijd dat Gods heiigheid den gedachtengang bepaalde aan wettische Joden. En als dan de zonde van den naaste openbaar werd was het een gerechtelijke zaak streng op te treden en alle banden af te snijden! De Pharizeën openbaarden hun stemming des harten ten deze, als ze sma-lend van Jezus zeiden: „Deze eet met tollena-ren en zondaren.” En de oudste zoon uit de gelijkenis ging ten deze al niet minder ver toen hij na de terugkomst van den verloren zoon, dezen niet meer broeder noemde, maar van „deze, uw zoon” sprak tot zijn vader.

Maar waar bleef bij al die groote rechtvaardigheid naar de wet, de liefde? De liefde en de barmhartigheid en de zachtmoedigheid zijn niet een twee drie klaar met een oordeel over den gevallene.

Spreekt de rechtvaardigheid alleen bij ons cordeelen en veroordeelen we den mensch gelijkelijk niet de slechte daad van dien mensch, dan zijn we volgens den Prediker al te rechtvaardig.

Maar dan verderven we ook onszelven, want waarin we een ander oordeelen, daarin veroordeelen we ook onszelve.

Vooral als we daarbij denken aan het woord der Schrift, dat wie tegen één gebod zondigt, zondigt tegen alle.

Er schuilen hier nog meer gevaren. Denkt maar eens aan de ketterjagers, die soms alles vergeten, om maar „principieel” te blijven hee-ien. Zooals tegenwoordig er veel vergaderingen zijn van geloovigen, waar men openbaar zonde belijdt en de een den ander daarbij wil overtroeven, zoo wisten en weten de ketterjagers bij het toepassen van de rechtvaardigheid op hun slachtoffers elkaar steeds te overtroeven, 't Wordt een jacht om rechtvaardig te zijn in eigen oog. En te rechtvaardig zijnde, brengen ze veiderf over anderen en zichzelve.

O, denken wij toch aan den Prediker bij ritnemendheid. Jezus Christus! Hij bad aan het Kruis: Vader vergeef het hun; zij weten niet wat zij doen. Als de Zoon Gods, die verzoening deed voor de zonde, in t hart woont, :an zullen we, aanhoudend in 't gebed en daarin wakend met dankzegging: „niet al te rechtvaardig zijn”. L. S.

Afbeelding Luth. Scheurkalender 1937.

Want het Woord des Kruises is een dwaasheid voor degenen die verloren gaan, maar ons, die zalig worden, is het een kracht Gods. 1 Kor. 1 vs. 18