Digibron.nl

Hart voor de vogels

Bron: Diakonia
Datum: zondag 1 oktober 1989
Auteur: J. Knupker
Pagina: 28, 29

In het mei/juni-nummer van Diakonia besteedden we aandacht aan een actie voor het behoud van het tropisch regenwoud. Deze actie past duidelijk in het kader van het conciliair proces, waarvan de ’heelheid van de schepping’ een onderdeel is. In dit nummer vragen we uw aandacht voor een actie die Vogelbescherming momen-teelvoert om de jacht op elf vogelsoorten in Nederland stop te zetten. Aangezien sommige diakonieën grond bezitten, doen wij een beroep op hen om bij het verpachten van de jacht op deze terreinen de jacht op de in het artikel genoemde elf soorten uit te sluiten.

Huidige situatie

De bescherming van de in Nederland inheemse vogelsoorten is geregeld in de Vogelwet van 1936. Ruim vijftig soorten vogels vallen echter niet onder de Vogelwet, maar onder de Jachtwet. Op de helft van deze in de Jachtwet genoemde vogelsoorten mag niet worden gejaagd. Deze vogels bezorgen de mens geen schade en het doden ervan is zinloos en strijdig met het belang van de natuurbescherming.

De elf

Anno 1989 zijn er in Nederland 23 soorten vogels waarop gejaagd mag worden. Het is echter zeker niet zo dat al deze vogels schade of overlast veroorzaken. Van elf van deze vogelsoorten kan zelfs met zekerheid gesteld worden dat ze de mens nooit schade of overlast bezorgen. Ook bij het beheer van de natuur veroorzaken ze geen problemen.

De elf bedoelde vogelsoorten zijn: de watersnip, de houtsnip, de goudplevier, de krakeend, de pijlstaart, de wintertaling, de slobeend, de kuifeend, de toppereend, de tafeleend en de patrijs. In Nederland worden jaarlijks gemiddeld 23.000 houtsnippen, 16.000 wintertalingen, 14.000 patrijzen, 11.000 watersnippen en 2.300 goudplevieren geschoten.

Niet schadelijk

Deze elf vogelsoorten eten geen gewassen die voor landbouw, tuinbouw, fruitteelt of bosbouw kwetsbaar zijn. Ze veroorzaken geen rommel of onhygiënische situaties en bedreigen de visstand niet. Er is derhalve geen enkele reden om jacht op deze vogels te maken.

Jagers zijn echter van mening dat houtsnippen, watersnippen of leuke eenden het jachtveld extra kleur geven en zij beschouwen de jacht op deze vogels als een soort beloning voor hun ’goede diensten’ bij het vrijwaren van landbouw en natuur van schade. De effectiviteit en de noodzaak van die ’goede diensten’ staan tegenwoordig in brede kring ter discussie. Dit ’ja-gersloon’ in de vorm van ’jachtplezier’ staat in schril contrast met de inspanning van velen om de natuur te beschermen. Het aantal watersnippen, patrijzen en slobeenden in Nederland neemt af. De oorzaak hiervan is het veranderde grondgebruik en de achteruitgang van het leefmilieu. Natuurbeschermers proberen met gerichte maatregelen deze achteruitgang een halt toe te roepen.

Het is in dit verband merkwaardig dat jagers de genoemde vogels in de herfst mogen doden. Hoewel de jacht niet de directe oorzaak van de achteruitgang vormt, kan het stopzetten van de jacht de natuurlijke processen bevorderen en de achteruitgang vertragen.

Houtsnip, wintertaling, pijlstaart, krakeend, slobeend, kuifeend en tafel-eend behoren tot de schaarse broedvo-gels van Nederland. Vooral in september, wanneer de jacht net geopend is en onze broedvogels nog niet naar zuidelijker streken zijn vertrokken, sneuvelt door jagershand een deel van de kleine inheemse broedvogels. Later in het seizoen zijn het de trekvogels uit het noorden die worden geschoten.


Voor nadere informatie en een model jachtcontract kunt u contact opnemen met Vogelbescherming, Driebergseweg 16c, 3708 JB Zeist, tel: 03404 — 25406 (Hans Peters).


Indirecte sterfte

De jacht vraagt niet alleen directe slachtoffers. Door de onrust die ermee gepaard gaat, worden deze en andere vogels verjaagd uit hun gebieden; de overlevende vogels slaan op de vlucht. De energie die dat kost gaat ten koste van hun vetreserve en dus van hun conditie.

Daarnaast speelt op plaatsen waar veel gejaagd wordt het probleem van de loodvergiftiging in het milieu door de zgn. ’valhagel’. Naar schatting sterven hieraan jaarlijks enkele duizenden vogels.

Beperking

Behalve het genot van de plezierjager is er geen enkele aanleiding om de jacht op deze elf vogelsoorten toe te staan. Ze doen niemand kwaad en bovendien is het in strijd met de natuurbeschermingsprincipes.

Deze vogels verdienen daarom bescherming. Elke grondeigenaar of-ge-bruiker heeft het recht om bij verhuur van de jacht, het schieten op bepaalde soorten uit te sluiten. Deze beperking kan als aanvullende clausule in de verhuurovereenkomst worden opgenomen.

Vogelbescherming hoopt dat betrokken diakonieën bij de eerstkomende verpachting van de jacht op kerkelijke gronden de jacht op de genoemde elf soorten zullen uitsluiten.

J. Knupker is beleidsmedewerker bij Vogelbescherming