Digibron.nl

Diepgaand onderzoek Schiedamse ramp

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 15 oktober 1976
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 3 (Binnenland)

UTRECHT — „Ik ben er aan de linkerkant uitgesprongen. Gelukkig ging de deur gelijk open. Toen ben ik van de spoordijk afgerold, heb m'n handen over het hoofd getrokken en ik heb afgewacht. Ik hoorde de botsing, gekraak en zag een enorme ravage. Daarna werd het doodstil. Er was niets te horen".

Aldus het getuigenverslag voor de Spoorwegongevallenraad van Comelis Timmers, de machinist van de D-trein (de Rheinexpress) uit Hoek van Holland die dinsdagochtend 4 mei jongstleden om ongeveer tien minuten voor acht frontaal in botsing kwanï met een tegemoetsnellende Sprinter-trein. Precies zeven uur, inclusief een schorsing van een uur voor de lunchpauze, duurde donderdag de zitting van de Raad, die was gewijd aan deze ramp, die het leven kostte aan 24 reizigers.

De Spoorwegongevallenraad is te vergelijken met soortgelijke instanties in de luchtvaart en scheepvaart. De raad heeft tijdens de zitting ongeveer vijftig getuigen gehoord: deskundigen, spoorwegpersoneel, reizigers die de ramp van nabij hebben meegemaakt en omwonenden van de plek des onheils.

Tijdens de zitting kwamen verschillende aspecten, die de Raad voor zijn onderzoek van belang achtte, aan de orde. Behalve vragen over de feitelijke gang van zaken op die bewuste dinsdag stelden de verschillende leden van de uit vijf man bestaande Raad onder meer vragen over de betrouwbaarheid van het ter plaatse gebruikte veiligheidssysteem en over de eigenschappen van de Sprinter.

Rood licht
Het ongeval - even buiten het station Schiedam aan de Vlaardingse kant werd veroorzaakt door de Sprinter, die uit Schiedam vertrok en daarbij een rood sein (stoppen) negeerde. De Sprinter kwam daardoor terecht op een baanvak, waar op dat moment de Rheinexpres bezig was een stoptrein in te halen om vervolgens het station Schiedam binnen te komen.

Op het moment van de botsing reed de Sprinter ongeveer 80 kilometer per uur, terwijl de machinist van de Rheinexpress zijn trein al nagenoeg tot stilstand had gebracht omdat hij tegen de verwachting in plotseling een rood sein voor zich zag opdoemen. De machinist zag de sprinter pas op het allerlaatste moment te voorschijn komen, omdat zijn gezichtsveld werd belemmerd door de naast hem stilstaande stoptrein.

Het traject ter plaatse is beveiligd door een zogenaamd NX-systeem (afgeleid van het Engelse „entrance" en „exit"), dat wordt geregeld en gecontroleerd door de Centrale verkeersleiding in Rotterdam. Technische onderzoeken hebben uitgewezen, dat het systeem naar behoren moet hebben gewerkt. Een NS-er op de Centrale verkeersleiding, die op het moment van het ongeval de bewegingen van de treinen op een tableau kon zien: „Ik dacht eerst dat er een storing was, zoiets komt wel vaker voor. Ik drukte op de controleknop en zag dat er verscheidene lampjes gingen branden. Toen wist ik, dat er iets niet in orde was".

Niet gezien
Hoewel uit zowel het interne NS-onderzoek als uit het justitiële onderzoek is komen vast te staan, dat de machinist van de Sprinter door een onveilig sein is gereden, heeft niemand gezien dat dat sein inderdaad ook op rood stond. De machinist zelf werd bij het ongeval zwaar gewond en kon ook niet voor de Raad verschijnen. Wel heeft hij verklaard zich niets meer van het gebeuren te kunnen herinneren.

Overigens was al vastgesteld, dat ook de hoofdconducteur min of meer verantwoordelijk is geweest voor het ten onrechte vertrekken van de Sprinter, iiij zou namelijk pas het vertreksignaal aan de machinist hebben mogen geven als een wit licht aan het eind van het perron zou hebben gebrand.

Conclusies
Het zal nog wel enige tijd duren voordat de Spoorwegongevallenraad alle tijdens het onderzoek naar voren gebrachte opmerkingen en onderzoeksrapporten voldoende heeft bestudeerd om conclusies te kunnen trekken. De voorzitter van de Raad, mr. A.F. Schepel, noemde aan het eind van de zitting geen termijn waarbinnen die conclusies in de openbaarheid zullen worden gebracht.