Digibron.nl

Het optreden van Rusland in de ogen van Brezjnjev

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: zaterdag 17 mei 1980
Auteur: B. Belder
Pagina: 11   (Achtergrond)

Niemand kan de Sovjet-Unie angst aanjagen. Onze macht en onze mogelijkheden zijn kolossaal". Deze zeer zelfbewuste woorden stonden eind februari afgedrukt in de belangrijkste krant van de Sovjet-Unie de Pravda. Ze waren afkomstig van de Russische leider Leonid Brezjnjev. In datzelfde nummer van de Pravda maakte Brezjnjev duidelijk dat de Sovjet-Unie zich niets van de Verenigde Staten aantrok inzake de Russische inmenging in Afghanistan.

Hij zei het zo: „De Verenigde Staten luidkeels de terug1;rekking van de ettroepen, maar ze doen in feite alles een dergelijke mogelijkheid te veren; ze zetten de inmenging in de gelegenheid van Afghanistan in vergde mate voort". Wat heeft de SovJnie nu met Afghanistan voor? We en, dat blijkt uit beschikbare Sovjetnen, de gebeurtenissen rondom en in lanistan plaatsen in het kader van de et-politiek ten aanzien vaü Zuid:-Azië Kn die Russische Zuidwestpolitiek kunnen we vervolgens inen in een streven van het Kremlin (Vzië „volgens de wetten van de vrete doen leven.

Wensen
aten we eerst eens zien welke wende Russische leiders hebben ten lien van de politieke situatie van ge Azië. Welnu, in Russische ogen len „de wetten vaji de vrede" in Azië gaan functioneren wanneer aan drie ngrijke vooi^aarden is voldaan: ten te moeten de Verenigde Staten niet in staat zijn hun macht tot gelding rengen in Azië; ten tweede dient de lese volksrepubliek als gevaarlijke ststoker en mogelijke veroveraar in isolement te worden gedrongen en derde zullen alle andere Aziatische m de Sovjet-Unie als hun natuurlijke [genoot op militair en economisch ed hebben aanvaard. Een enorme politieke conceptie van Russische zijdel Een tijdvergende conceptie die „sanering van het internationale klimaat in Azië" en daarvan is zich het Kremlin duidelijk bewust.

Het jaar 1978 bood de Sovjet-Unie een tweetal opmerkelijke kansen een begin te maken met haar Aziatische ordening. Vanaf dat jaar immers kreeg de Sovjet-Unie door de interne ontwikkelingen van Afghanistan in Iran en mogelijkheid om aan de Amerikaanse en Chinese invloed in Zuidwest-Azië paal en perk te stellen. Voor Moskou was het een uitgemaakte zaak dat de VS en China gezamenlijk er naar streefden om aan de Russische zuidgrens „een vijandige gordel" met Iran als „belangrijkste schakel" tot stand te brengen. Het aan de macht komen van een ideologisch verwant bewind in Afghanistan sederd april 1978 plus de enorme moeilijkheden waarmee de sjah in Iran te kampen kreeg, waren voor de Sovjet-Unie zeer welkome ontwikkelingen. Ontwikkelingen die de Sovjet leiders nauwkeurig hebben gevolgd, begeleid en wat vooral belangrijk is mee hebben beïnvloed. De Russische pers levert ons wat dit laatste aspect betreft duidelijke voorbeelden genoeg op. Een lastig probleem van het Kremlin bleef en blijft het "tegelijk'tijdig te vriend houden van ATg'h'anistan en Irian. Immers wat betreft Afghanistan heeft het Kremlin minder zorgen met de politieke leiding dan met de eigenzinnige Iraanse politici.

Opmerkelijk behoedzaam en geraffineerd beeft de Sovjet-Unie vanaf 1978 geopereerd in Zuidwest-Azië. Door middel van een aantal staatsgrepen hebben Brezjnjev en de zijnen steeds meer greep gekregen op Afghanistan, tegelijkertijd werden de Verenigde Staten voordurend gedreigd zich niet te bemoeien met de gang van zaken zowel In Afghanistan als Iran. Dankbaar heeft het Kremlin het antl-Amerlkanlsme van ayatolla Chomelny en diens aanhangers aangegrepen om onder een dekmantel van grove beschuldigingen aan het adres van de VS grerlcht zichzelf een sterke uitgangspositie te verschaffen in Zuldwest-Zaië.

Hulpeloosheid

Reeds in september 1978 trad de Sovjet-Unie op als ordeningsmacht in Zuidwest-ZAzië door Afghanistan in bescherming te nemen tegen „de imperialisten, die feitelijk helemaal niet. het recht van de volken pp de vrije bepaling van him lot en op sociale vooruitgang erkennen". Typerend voor het Russische streven in Zuidwest-Azië was ook de houding die Brezjnjev afumam tijdens de laatste maande^ van het bewind van de sjah in Iran: „Het moet duidelijk zijn, dat elke inmenging, en destemeer militaire inmenging, in de aangelegenheden van Iran - van een staat die direct aan de Sovjet-Unie grenst - door de USSR beschouwd zal worden als haar veiligheid belangen rakend". Echt vroUjk maken de Russen zich over de Amerikaanse hulpeloosheid ten aanzien van de Iraanse ontwikkelingen: „De houding Washington jegens de Iraanse situatie kan men uitdrukken met de woorden: ik zou wel willen, maar het gaat nu eenmaal niet". Ondertussen zorgt het Kremlin ervoor dat de nieuwe machthebbers in Afghanistan eind 1978 zich verplichten mee te werken tegen inmenging van buitenaf in Iraanse binnenlandse aangelegenheden.

De afgang van de sjah werd in de Russische pers (spreekbiüs van de politieke leidersl) bejubeld: „De Sovjet-Unie begroet de revolutie in Iran. Zij heeft niet weinig gedaan om buitenlandse inmenging mdë ifitêriie "aangelegenheden viaS" deze staat te "voorkomen; ,3^ortom dTé' ayatollah en zijn aanhangers konden nu weten wie him werkelijke vrienden waren! Met veel ijver heeft de Sovjet-Unie de laatste tijd geprobeerd de anti-Amerikaanse houding van Iran in stand te houden en zonodig aan te moedigen. Het revolutionaire Iran werd gepEiaid met verklaringen als: „Het streven van Iran zijn politieke onafhankelijkheid te versterken, ontmoet in de wussr volledig begrip. Ons land heeft in de praktijk zijn bereidheid getoond mee te werken aan de economische onafhankelijkheid van Iran, die nauw verwonden is met de politieke onafhankelijkheid. Daarbij B^^^ de Sovjet-Unie ervan uit dat een economische zelfstandig onafhankelijk Iran in staat is met g^oot succes weerstand te bieden tegen de druk van de kant van de imperialistische mogendheden".

Begrip

In haar antl-Amerlkaans gestook kreeg de Sovjet-Unie belangrijk voordeel door de bezetting van de Amerikaanse ambassade In Teheran. Brandmerkte Rusland In radlo-nltzendlng, en die bestemd waren voor Iran, dUe Amerikaanse ambassade niet als "een centrum van corruptie en samenzweringen tegen Iran?". Kortom de Sovjet-Unie kon best begrip opbrengen voor die bezetting!

In deze voor de Verenigde Staten zo moeilijke situatie In Zuldwest-Aizlë zag de Sovjet-Unie haar kans schoon om orde op zaken te stellen In Afghanistan. Daar dreigden, volgens latere Russische beweringen, grote gevaren. Ook daar waren die Imperialistische Amerikanen in de weer met hun laagrhartlge streken. Voormalig kameraad Amln moest afgezet worden omdat hU een «bloeddorsstige spion van het Amerikaanse imperialisme" bleek te zijn. Hoe hadden de Sovjetleiders zich dan niet vergist in deze Amln. Kort voor zijn gewelddadige afzetting en dood had de Pravda hem nog niet geciteerd: "De Sovjet-Unie toont altijd diep respect voor onze onafhankelijkheld en nationale souvereinltelt, voor onze heiligdommen. Een vernedering van onze souverelnltelt en nationale onafhankelijkbeld, van onze nationale tradities van de Sovjet-Unie was er nooit, is er niet en zal er niet zijn." Fraaie woorden, Amin ging eraan en de Sovjet-Unie greep militair in Afghanistan in.

Dat is het tekenende verschil tussen het geduldige Sovjetpapier en de werkelijkheid. Natuurlijk werd het Russische toilitaire optreden gerechtvaardigd met anti-Amerikanisme. Volgens de Pravda hadden de Amerikanen zich meester wUlen maken van Afghanistan. Het blad schreef: „In Washington bevinden zich functionarissen die verbitterd zoeken naar een vervanging voor deposities die verloren zijn gegaan ten gevolge van de val van het regime van de sjah in Iran. In de beruchte „strategische boog" die de Amerikanen tientallen jaren dichtbij de zuidelijke grenzen van de Sovjet-Unie hebben opgebouwd, zijn beschadigingen geconstateerd en om die op te lappen wilden ze het Afghaanse volk in de boog drijven, en in één moeite door de volken van andere landen in dit gebied."

Beledigingen

Natuurlijk had, aldus de Pravda, de Afghaanse regering zelf om Russische militaire hulp verzocht en, nobel als de Russische communistische leiders nu eenmaal waren en zijn was die hulp „beperkt" gegeven. Heel opmerkelijk zijn de beledigingen die al maanden lang de Amerikaanse president Carter naar zijn hoofd geslingerd krijgt. Deze "leider van het Amerikaanse imperialisme" werd vorig jaar afgeschilderd als een staatsman die zijn vak niet beheerst, zijn buitenlandse politiek werd als militaristisch en hegemonistisch zijnde, scherp veroordeeld.

Bovendien werd hij op beledigende wijze gewaarschuwd: „De wereld is aan de vooravond van de jaren tachtig van de twintigste eeuw niet het Amerikaanse wilde westen. De tijden toen men met de knuppel kon zwaaien en in de buitenlandse politiek kon handelen als een „vanaf de heup vurende cowboy behoren tot het verleden".

Het toppunt van de Russische beledigingen was echter de bewering dat de Afghaanse politicus Amin een agent vin het Amerikaanse imperialisme was geweest en dat het Kremlin desondanks Carter te slim was geweest. Een duidelijk provocerende belediging. Een belediging met, aldus de scherpzinnige analyse van Ruslandkenner Hendrikse, een tweeledige functie: „Carters felle reactie daarop zou een „bewijs" vormen voor Amerika's imperialistische houding tegenover Afghanistan en op deze wijze kon de Sovjet-Unie demonstreren hoe machteloos eigenlijk de Verenigde Staten waren in Zuidwest-Azië. Momenteel neemt de Sovjet-Unie in de wereldpolitiek een zeer sterke positie in. Een naar wij menen betekent deze positie een ernstig gevaar voor de wereldvrede".

Een conclusie waar natuurlijk de mening van Leonid Brezjnjev haaks op staat. Zei Leonid niet aan het begin van dit jaar: De politiek en de psychologie van kolonisatoren zijn ons vreemd?!"