Digibron.nl

l^Lbaló van AJatilL

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 20 mei 1983
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 19   (Onbekend)

Het was op een oergezellige vrijdagavond dat we met z'n zessen foto's zaten te kijken. Oergezellig, daar bedoel ik mee, geen kibbelingen tussen zoons en dochters. Niet dat ze niet met elkaar kunnen opschieten. Nee, gelukkig wel, maar Sietske is echt zo'n meisje in de puberteit, en Tjeerd van 13 is nog zo'n onbevangen stukje mens. Chieltje van zes wil soms al zo groot lijken en Jojanneke van tien zweeft daar ergens tussenin en dat botst soms wel eens. Maar nu was het allemaal heel erg vredig.

Mijn man en ik waren deze keer de dupe, want ze hadden foto-albums van onze verkeringsperiodc. Ja en dat was allemaal zo'n dikke twintig jaar terug. Dat ging toen allemaal wel een beetje anders. Mijmerend over vroeger zak ik weg en keer terug naar het verleden. Ach wat was Piet toen toch verlegen. Hij durfde amper met mij hand in hand te lopen. Angstvallig bekijk ik mijn dochters en mijn zoons eens. Gelukkig hebben ze de leeftijd voor vaste verkering nog lang niet. Alhoewel... Sietske heeft wel een vrindje maar dat is nog zo pril en ze is nog maar vijftien. Ja, zo gaat het tegenwoordig; met vijftien loop je met een vrindje en vroeger speelde je toen nog buiten. Tjeerd van dertien kijkt gelukkig nog niet naar meisjes, hij vindt ze allemaal zo aanstellerie.

En wat de andere twee betreft, die hebben de leeftijd nog niet. Opeens word ik met een schok in de werkelijkheid geplaatst. Ik krijg een por in mijn al ietwat dikke lendenen en Sietske zegt: „Mam, wat heeft pa hier toch gekke sokken aan!" Ik staar verbluft naar die lieve sproetenkop op de foto en bekijk zijn onderstel eens uitvoerig. Ik kijk terug naar Piet en zeg: „Toen had je ook al zo'n sokkentik, daar wist ik niets van!" Vinnig antwoordt Piet: „Ik heb helemaal geen sokkentik". Ik schiet in de lach en werp onderwijl steels een blik op zijn pluizige onderstel. Piet is een mens die het bij het oude en vertrouwde wil houden en helemaal wat zijn sokken betreft.

..Je vader", zo betoog ik tegen mijn kinderen, „is onafscheidelijk van zijn geitewollen sokken". Hij heeft een afschuwelijke hekel aan dunne sokken, wil het liefst gebreide sokken, maar jullie zullen onderhand wel weten dat ik geen sokkenbreister ben". Ja, die man van mij, altijd die oude, uitgelubberde, pluizige sokken. Hij kan er maar geen afstand van doen. Als ik de was gedaan heb, hoorik hem wel eens stiekem naar boven sluipen om te kijken of zijn lievelingssokken al droog zijn. Pasgeleden nog had ik een paar sokken voor hem gekocht bij zijn nieuwe pak. Hij had ze een dag aan en toen verkondigde hij dat ze kriebelden. Ik de sokken de volgende dag aangetrokken en ze kriebelden bij mij helemaal niet. Dunne sokken wil hij helemaal niet, want dan heeft hij het gevoel dat hij op blote voeten loopt. Badstofsokken vindt hij wel lekker zitten, maar dan bemerk ik na zo'n twee weken dat manlief met grote knollen van gaten door de kamer stiefelt. Dus die koop ik maar niet meer. •

Ja, en dan heb ik soms het geluk dat ik een paar sokken koop die wel goed en lekker zitten en helemaal niet prikken en dan was ik ze weer veel te heet zodat het kindersokken zijn geworden. Ach, die lieve stumper heeft het maar slecht getroffen met zo'n ontaarde huisvrouw. Maar ja, je kunt niet op alle fronten goed uit de hoek komen. Dus speur ik de laatste tijd naarstig mijn kennissenkring af naar, mensen die nog graag sokken breien, want de sokken . die mijn man zo graag aan heeft worden schaars. Vanmorgen nog belde hij me op en zei op ontredderde toon: „Zeg Maaike, die sokken die ik nu aan heb zijn zo dun, en een koude voeten dat ik heb". En dan peins ik zachtjes zodat hij het vooral niet hoort: „Nee hoor, je hebt helemaal geen sokkentik".