Digibron.nl

HET BRITSE VOORBEELD

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: donderdag 14 januari 1988
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 1   (Voorpagina)

<br />

Terwijl in Nederland nog steeds gewerkt wordt (al gaat het gelukkig niet zo vlot) aan wetgeving die achterstelling en 'discriminatie' van homoseksuelen strafbaar steil, is deze week in het Britse Hogerhuis een wet aangenomen die propaganda voor homoseksualiteit door overheidslichamen ên op scholen verbiedt. Dat is een pijnlijk contrast tussen twee landen die niet alleen geografisch dicht bij elkaar liggen, maar ook verder nogal wat gemeen hebben.

Ook Groot-Brittannië is vanouds een protestantse natie, waar de reformatie duidelijk haar sporen getrokken heeft in de samenleving. Zeker in bevindelijk gereformeerde kring heeft men zich altijd sterk verbonden gevoeld met geestverwanten aan de andere kant van de Noordzee. Hun geschriften werden in het Nederlands vertaald en de herinnering aan Bunyan, Philpol en de Erskines (om een paar namen te noemen) is gelukkig nog niet verdwenen.

Uiteraard is ook in Groot-Brittannië de invloed van de secularisatie groot. Daar moeten we ons niet in vergissen. Toch blijkt af en toe nog dat de invloed van de reformatie nawerkt. Twee jaar geleden verwierp het Lagerhuis een regeringsvoorstel om de bepalingen inzake de winkelsluiting op zondag te verruimen. Om uiteenlopende redenen wilde de meerderheid het speciale karakter van de zondag in stand houden.

Zo overheerst op het punt van de homoseksualiteit in Groot-Brittannië kennelijk het besef dat deze levenswijze in ieder geval niet gepropageerd moet worden. Althans niet in het onderwijs. Helaas geldt dat in Nederland voor velen als een gepasseerd station.

Zelfs is er door de Nederlandse homo-organisatie COC vorige week vrijdag bij de Britse ambassade gedemonstreerd tegen het wetsontwerp. De initiatiefnemers achtten het onbegrijpelijk dat een beschaafd land als Engeland zulke opvattingen kan hebben.

Maar of we dan door anderen beschaafd genoemd worden of niet, het zij zo. Veel belangrijker is dal de Britse wetgeving op dit punt nog iets tot uitdrukking brengt van de christelijke normen, terwijl wij in Nederland opgezadeld dreigen te worden met een wet die juist het hanteren van de christelijke normen in het maatschappelijk leven strafbaar wil stellen.

Ook op andere gebieden moeten we helaas constateren dat ons land voorop loopt in de verkeerde richting. Denk maar aan de euthanasie, ten aanzien waarvan elders in de westerse wereld toch veel terughoudender gedacht en gehandeld wordt dan in Nederiand. Zo is er, wanneer we de geestelijke en zedelijke situatie in ons land gadeslaan, geen enkele reden tot nationale trots. Veeleer reden tot droefheid, zeker als we terugdenken aan het verleden, toen Gods wet nog veelszins beslag legde op de maatschappij en in de,, kerk de werking van Gods Geest in rijke mate viel waar te nemen. .'*ï Maar wordt die nood door ons ook recht gevoeld?