Digibron.nl

Strauss, staatsman of machtspoliticus ?

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: dinsdag 4 oktober 1988
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 7   (Buitenland)

MUNCHEN - Voor de een was hij de belichaming van de staatsman met overzicht, voor de ander het schoolvoorbeeld van een verdorven machtspoliticus.Over de gisteren overleden Beierse politicus Franz Josef Strauss valt, zo lijkt het, geen onafhankelijk oordeel te vellen. Als geen Westduitse politicus was mateloze bewondering of walgende afkeer zijn deel. Hoewel hij nooit Bondskanselier is geweest, heeft Strauss, als medeoprichter en sterke man van de conservatieve Beierse Christlich-Sozialen Union (CSU), een beslissende rol gespeeld in de Westduitse politiek sinds 1949.

De bewondering voor Strauss nam soms bizarre vormen aan. Voor sommigen was hij wat eens koningen en keizers in het Duitse rijk waren. Uljich Zimmermann schreef in 1980 in een hagiografisch boekje over Strauss over diens geboortedag 6 september 1915: „Die dag bracht ook een verandering van het weer. Het had al dagenlang geregend... maar toen blies een zachte zuidenwind het wolkendek uiteen. De temperatuur sprong van negen naar veertien graden, aan de hemel waren nog slechts enkele witte wolkjes te zien".

Rudolf Augstein

Tegenstanders van Strauss tapten uit een ander vaatje. Mensen als uitgever Rudolf Augstein van Der Spiegel zagen hem vooral als de rechtsbuiten van de Westduitse politiek. In een eveneens in 1980 verschenen boek noemt Augstein hem een "veiligheidsrisico", en verwijt hij hem ondermeer dat hij in allerlei achterkamertjes zou werken aan een Westduitse nucleaire macht.

Augsteins bittere herinneringen aan Strauss gingen 26 jaar terug. In 1962 was Franz Josef Strauss minister van defensie in de regering-Adenauer. Strauss was woedend over een uiterst kritisch artikel in Der Spiegel over een NAVO-oefening, en hij liet op 26 oktober 1962 Augstein en een reeks redacteuren arresteren op verdenking van landverraad. De politie hield de burelen van Der Spiegel in Hamburg vier weken lang bezet. Omdat de schrijver van het artikel, Conrad Ahlers, in Spanje op vakantie was, gaf Strauss -achter de rug van zijn collega van buitenlandse zaken om- de militaire attaché in Madrid opdracht Ahlers te laten arresteren.

Deze "Spiegel-affaire" groeide uit tot een gigantisch schandaal en onder druk van de liberale FDP moest Strauss zijn ontslag indienen. Tussen de Beierse politicus en Der Spiegel is het nooit meer goedgekomen. Net zo min als tussen Strauss en de FDP.

Met de Spiegel-affaire leek een eind te komen aan een carrière die tot dan toe op zijn minst indrukwekkend te noemen was. Franz Josef, zoon van een slager uit München, studeerde economie, geschiedenis en talen voor hij in 1939 toetrad tot het leger van het Derde Rijk. Hij vocht aan het Oostfront, raakte gewond en werd in 1942, vlak voor het drama van Stalingrad, terug naar Duitsland gebracht. Weer genezen werd de jonge officier belast met de artillerieopleiding in Schongau in Beieren.

Zijn politieke loopbaan begon kort na de oorlog. Nog in 1945 benoemden de Amerikanen de toen 29-jarige dr. Strauss tot plaatsvervangend voorzitter van het district Schongau. In datzelfde jaar was hij medeoprichter van de Beierse christen-democratische partij CSU, waarvan hij van 1948 tot 1952 secretari.s-generaal was.

Na de oprichting van de Bondsrepubliek Duitsland in 1949 werd hij in de Bondsdag, het Westduitse parlement, gekozen, waar hij tot 1978 zitting in had. Al in 1953 nam Adenauer de jonge poHticus in zijn kabinet op als minister met bijzonder opdracht en in 1955 werd hij minister voor atoomzaken. Nadat de Bondsrepubliek Duitsland van de geallieerden toestemming kreeg weer een leger op te richten, werd Strauss in 1956 tot minister van defensie benoemd. In 1961 werd hij opnieuw gekozen tot voorzitter van de CSU.

Schandalen

Omstreeks die tijd begon de reeks schandalen en affaires die zijn verdere politieke loopbaan zouden tekenen. Hij was ondermeer betrokken bij smeergeldaffaires rond de aankoop van de Starfighters van de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed. Na de "Spiëgel-affaire" werd de onttroonde Strauss voorzitter van de CSU-fractie in de Bondsdag. Nauwelijks drie jaar later zat hij weer op het regeringspluche als minister van financiën in de Grote Coalitie van CDU/CSU en SPD onder Kurt Georg Kiesinger(CDU).

In 1969 belandde Strauss in de oppositiebankjes toen Willy Brandt met zijn socialistisch-liberale SPD/FDPregering het roer overnam van de Grote Coalitie. Negen jaar later, in 1978, keerde hij de landspolitiék de rug toe en werd minister-president in de Vrijstaat Beieren. Maar Bonn bleef trekken en een jaar later voerde hij de CSU aan bij de landelijke verkiezingen als kandidaat voor het bondskanselierschap. Hij bleek niet opgewassen tegen de krachtige samenwerking van de socialist Helmut Schmidt en de liberaal Hans-Dietrich Genscher.

Toen in 1982 de SDP/FDP regering viel, lonkte Strauss weer naar Bonn. Als leider van de CSU werd hij in maart 1983 in de Bondsdag gekozen, maar uiteindelijk besloot hij zich toch terug te trekken in zijn geliefde Beieren. Bondskanseher Helmut Kohl (CDU) zou hem het ministerie van defensie hebben aangeboden, maar dat had hij geweigerd, zo vertelde hij later.

Vanuit zijn bolwerk in München bleef hij de landelijke politiek met zijn soms vennijnige pijleTi bestoken. De welbespraakte en kleurrijke Strauss stal niet zelden de show met zijn „goede raad" aan bondskanselier Kohl. Zijn invloed bleef groot. Journalisten en politici vroegen zijn commentaar op nagenoeg alles wat landelijk speelde, van de Olympische Spelen tot de Westduitse wapenverkopen aan Saoedi-Arabië toe. Minister van buitenlandse zaken was hij niet geworden, maar dat weerhield hem er niet van buitenlandse reizen te maken en daarbij door de hoogste regeringsleiders ontvangen te worden.

Bezoek aan DDR

De conservatief Strauss was de verpersoonlijking van het anti-communisme. De grote tegenstander van de toenadering tot het communistische andere Duitsland, de DDR. Tot grote verbazing van vriend en vijand ging uitgerekend Franz Josef Strauss in 1983 op bezoek bij de Oostduitse leider Erich Honnecker en regelde hij een miljardenlening tussen de DDR en een consortium van Westduitse banken. Na Strauss" bezoek liet de DDR tachtig politieke gevangenen vrij en begon het met het ontmantelen van de automatische schietinstallaties langs het ijzeren gordijn dat Oost- en West-Duitsland scheidt. In dezelfde maand bezocht Strauss twee andere socialistische landen. Polen en Tsjechoslowakije.

Strauss' partijgenoten reageerden ontzet en het kwam binnen de CSU bijna tot een paleisrevolutie. Prominente leden stapten uit de CSU en bij de partijverkiezingen in de zomer van 1983 haalde Strauss de laagste stemmenmeerderheid in zijn toen 22-jarige carrière als voorzitter.

Strauss bleef zijn eigen weg gaan. Als een soort minister van buitenlandse zaken in ballingschap maakte hij reizen naar ondermeer China en Zuid-Afrika en regelmatig naar de Verenigde Staten, waar hij met president Reagan de wereldpolitiek besprak. Zijn reis naar Syrië wekte de woede op van de regering Kohl, omdat hij die niet van te voren op de hoogte had gesteld. In een reactie voor de Westduitse televisie zei Strauss met zijn eigen bijtende eigenzinnigheid: ..Ik heb de paus ook niet op de hoogte gesteld van mijn reis. Ik ben niet de een of andere sectie-leider op het ministerie van buitenlandse zaken". Hij schoffeerde Israël en bracht de regering in Bonn in verlegenheid met zijn openlijke steun voor Westduitse wapenverkopen aan Saoedi-Arabië.

Geliefde onderkoning

Klapstuk was wel de ontmoeting in december 1987 met de Russische partijleider Michail Gorbatsjov. Volgens ,het diplomatieke protocol zou Strauss het Kremlin allen via de "dienstbo