Digibron.nl

Boer moet mestprobleem oplossen

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: woensdag 27 mei 1992
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 15   (Financiën en Economie)

DEN HAAG (ANP) - Een vrijwillige vermindering van de mestproduktie met een kwart in minder dan drie jaar. Dat is het plan waarmee de drie centrale landbouworganisaties (CLO's) de dreigende kabinetsmaatregelen van tafel willen krijgen. Uitvoering van het plan betekent dat niet de overheid maar de individuele varkens- en pluimveehouder het mestprobleem moet oplossen.

Het maandagavond gepresenteerde plan van de CLO's is daarom als een heuse cultuuromslag te beschouwen. Voor het eerst erkennen de boerenbonden dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de oplossing van het mestprobleem. Strenge overheidsmaatregelen als stok achter de deur zijn voor deze ommezwaai verantwoordelijk.

De kiem voor het mestplan is vorig jaar zomer gelegd. Minister Alders van milieubeheer slaagde er toen in het kabinet ervan te overtuigen dat er dringend extra maatregelen nodig waren om het mestprobleem aan te pakken. Na enkele jaren van een lichte vermindering van de mestproduktie, bleek deze plotseling weer te stijgen. Met name het toenemend aantal mestrunderen was daar debet aan.

Harde maatregelen

Op 12 september riepen de ministers Bukman (Landbouw) en Alders het landbouwbedrijfsleven bij zich. De twee bewindslieden kondigden drie maatregelen aan, die hard aankwamen bij de boerenvoormannen. De maatregelen verdeelden Nederland grofweg in tweeën. De gebieden met weinig intensieve veehouderij, de zogenaamde schone gebieden in het noorden, moesten schoon blijven. De vuile gebieden, de zandgronden in Brabant, Utrecht, Gelderland, Limburg en Overijssel, mochten niet verder vervuilen.

Om dat te bewerkstelligen zouden de boeren in het noorden minder mest mogen uitrijden. Daarnaast werd het aantal varkens of kippen die een veehouder per hectare mag hebben, verlaagd. Weliswaar gold deze regel voor het hele land, maar met name de noordelingen dreigden getroffen te worden.

Verder zouden veehouders die wel een mestquotum hadden maar dit niet gebruikten, dit kwijtraken. Deze maatregel werd met name in de vuile gebieden als onrechtvaardig beschouwd. Veehouders die hun stallen altijd tot de nok toe gevuld hadden, hoefden niet bang te zijn. Boeren die echter wat terughoudender waren geweest, werden gestraft door hun het ongebruikte mestquotum af te pakken. Als klap op de vuurpijl zeiden Bukman en Alders ook nog eens wetten voor te bereiden om de veestapel in te krimpen als alle maatregelen niets zouden uithalen.

Woede

De plannen van Bukman en Alders leidden tot grote woede bij de bonden. Voorzitter Mares van het Landbouwschap voelde zich overvallen door de beide ministers en bestempelde de plannen als onbespreekbaar.

Een breuk tussen landbouw en overheid dreigde. Herinneringen aan de massale akkerbouwacties van het voorjaar van 1990 kwamen opnieuw bovendrijven. Zo ver kwam het echter niet. De boze Mares leerde al snel dat de Tweede Kamer zich achter Bukman en Alders schaarde. Bovendien zag de boerenvoorman wel in dat eventuele protestacties met de gierton een averechts effect zouden hebben: het publiek zou daar niet veel begrip voor kunnen opbrengen.

Dus kozen de landbouworganisaties noodgedwongen eieren voor hun geld. Grootschalige acties bleven achterwege. Verder dan tot protestmanifestaties in Zuidlaren en Barneveld kwam het niet. De overheidsplannen werden nog steeds afgewezen, maar de landbouw zou zelf met plannen komen. Deze zouden hetzelfde effect hebben, maar minder pijnlijk voor veehouders zijn, zo luidde de boodschap.

Mineraal Centraal

Zo werd in november vorig jaar Mineraal Centraal geboren. Daarin werd voor het eerst gewag gemaakt van de verantwoordelijkheid van de individuele boer. Het Landbouwschap stelde in Mineraal Centraal dat de veehouders al het technisch. mogelijke moeten doen om het mestoverschot op hun bedrijf te verkleinen. Deden ze dat niet, dan zouden ze een deel van hun vee moeten wegdoen. In ruil daarvoor moesten de overheidsmaatregelen van tafel.

Het plan van het Landbouwschap haalde het echter niet in de ogen van de politiek, omdat hel als te vrijblijvend werd beschouwd. Tegelijkertijd zag zowel Bukman als de Tweede Kamer in dat het Mineraal Centraal niet zomaar van tafel kon worden vegen. Dat zou de relatie met het Landbouwschap voorgoed hebben bedorven.

Als compromis besloten Bukman en het Landbouwschap een projectgroep in te stellen onder leiding van de voormalige Melkunie-topman C. Timmer. Timmer kreeg de opdracht de plannen van het Landbouwschap nader uit te werken. Het plan dat maandagavond door de CLO's is gepresenteerd, is het resultaat van de inspanningen van de commissie-Timmer. Omdat zowel vertegenwoordigers van het bedrijfsleven als van de overheid in de commissie zaten, lijkt het plan een goede kans van slagen te hebben.

Belangrijkste punt in het plan is de reductie van de mestproduktie van de varkens- en pluimveehouders met '25 procent. Lukt dat niet, dan krijgt de betrokken boer een heffing opgelegd die zo hoog is, dat hij maar al te graag zijn produktie terugbrengt. Daarnaast moeten rundveehouders 20 tot 30 procent minder kunstmest gaan strooien. Hier zijn geen sancties in voorbereiding voor het geval het mocht mislukken.

Mineraal Centraal bevat ook een aantal zwakke punten. Voor de rundveehouders zijn geen maatregelen opgenomen om de produktie van mest in te dammen, terwijl juist het houden van stieren voor de vleesproduktie toeneemt. Daarnaast blijft vaagheid troef rond de mestverwerking.

Mestfabrieken

Wil het mestprobleem echt worden opgelost, dan moet de overtollige mest het land uit. Hier is een hoofdrol weggelegd voor de mestfabrieken, die de drijfmest verwerken tot exportkorrels. Het kabinet heeft gezegd dat eind 1994 zes miljoen ton mest moet worden verwerkt. Helaas is het procédé niet rendabel, zodat de financiering van de mestfabrieken niet van de grond komt.

Een eerder plan van het Landbouwschap om de veehouders door middel van een heffing te laten betalen voor de mestfabrieken, is door Brussel op louter bureaucratische gronden afgewezen. Daarom moeten de veehouders in de regio nu zelf aan de slag. Willen ze de bouw van mestfabrieken realiseren, dan zullen ze zelf met de nodige financiële garanties moeten komen. Het nieuwe Mineraal Centraal legt ook wat de mestverwerking betreft de verantwoordelijkheid uitdrukkelijk bij de veehouders wie het aangaat.

De zes miljoen ton mestverwerking wordt echter niet meer op tijd gehaald. De landbouworganisaties vinden dat ook niet nodig. Het gaat niet om de hoeveelheid mest, het gaat om de mineralen die er in zitten. Omdat de mest van nu minder water bevat dan de mest van een aantal jaren geleden, hoeft er in hun ogen minder van te worden verwerkt. Vier miljoen ton, ofte wel 25 miljoen kg fosfaat, is voldoende, zo stellen ze. Als de export van gedroogde kippemest (ca. 220.000 ton) wordt meegeteld, lijkt die doelstelling op het nippertje gehaald te kunnen worden.