Digibron.nl

De roerdomp twijfelt te lang

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: vrijdag 17 januari 1997
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 8   (NATUUR)

De roerdomp is een twijfelaar. Tijdens de winter in Nederland blijven veel van deze vogels zo lang mogelijk in de buurt van hun broedgebied. Wordt het echter een strenge winter, dan proberen ze nog op het laatste moment naar het zuiden te trekken. Dan is het vaak te laat…

Het gaat slecht met de Nederlandse roerdompen. Volgens de meest recente schatting van de Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland (Sovon) broedden er in 1996 nog slechts honderd tot 125 paar roerdompen in ons land. Begin jaren tachtig schatte Sovon het aantal broedparen nog op vijfhonderd tot zevenhonderd. De bruingele, reigerachtige vogel voelde zich toen nog uitstekend thuis in de rietvelden in ons land.

Nu heeft de geheimzinnige roerdomp (je hoort hem eerder dan je hem ziet) zich teruggetrokken in de grootste natuurgebieden van Nederland. Hebben de strenge winters hun tol geëist? Oppervlakkig gezien wel. Als het hard vriest, kan de roerdomp zijn favoriete voedsel -vissen en kikkers- nauwelijks bemachtigen. In de winter van 1995/1996 belandden veertig tot vijftig broodmagere roerdompen in Nederlandse vogelasielen. Ook deze winter komen de meldingen over uitgeputte roerdompen weer binnen bij

Vogelbescherming. De winter kan deze vogel dus een harde slag toebrengen.

Onderzoek

Toch is er meer aan de hand, legt Tom den Boer (29) van Vogelbescherming aan de rand van de Oostvaardersplassen in Flevoland uit. Vier jaar geleden schreef hij een rapport over de achteruitgang van de roerdomp. Hij wilde in kaart brengen waarom de soort achteruitgaat en wat daartegen te doen is. Op deze dag, aan het eind van de lange vorstperiode, is hij naar de Oostvaardersplassen gekomen om het unieke leefgebied van de roerdomp op de schaats te verkennen.

„Dat de roerdomp hard achteruitgaat, heeft niets te maken met strenge winters”, zegt Den Boer, terwijl hij uitkijkt op de uitgestrekte ijsvlaktes van de Oostvaardersplassen. „Die zijn er altijd geweest, maar toch is de roerdomp in ons land nooit uitgestorven”.

Volgens zijn onderzoek heeft de achteruitgang van de roerdomp verschillende oorzaken. Een van de belangrijkste is dat er veel minder warm grondwater spontaan opborrelt dan vroeger. Dat water ligt tegenwoordig veel dieper, door drinkwaterwinning en landbouw. „Vroeger bleven door het warme grondwater veel meer plassen en meertjes open, zelfs in strenge winters”.

Daarnaast is de hoeveelheid brak water (bijvoorbeeld in de Biesbosch) aanzienlijk afgenomen, zijn delen van het leefgebied van de roerdomp verdwenen en heeft ook de waterrecreatie ervoor gezorgd dat deze schuwe rietbewoner uit grote delen van Nederland is verdwenen.

Goede kans

Ondanks deze ontwikkelingen -die moeilijk te veranderen zijn- meent Den Boer dat de roerdomp in Nederland nog een goede kans heeft. „Voor de roerdomp kunnen we tenminste iets doen. Neem nou de purperreiger. Die gaat ook achteruit, maar dat komt vooral door de droogte in de Sahel, waar die vogel doorheen trekt. Daar kunnen we hier in Nederland weinig aan doen. Bij de roerdomp ligt dat anders. Als we echt willen, kunnen we die vogel helpen”.

Den Boer onderscheidt in zijn rapport de vraag hoe de mensen de roerdomp de winter door kunnen helpen en de vraag hoe Nederland kan zorgen voor betere leefgebieden voor deze vogel. Beide maatregelen zijn van belang voor het behoud van de roerdompen.

’s Winters krijgt het dier al aardig wat hulp: natuurbeheerders trekken er met hun bijl op uit om gaten in het ijs te hakken, zodat de roerdomp zijn voedsel kan vinden. Bij het uitzetten van schaatsroutes zorgt men ervoor dat er rustgebieden blijven. Af en toe lukt het de roerdompen bij te voeren, óf met vis, óf door maïs op het ijs te strooien. De vogel beschouwt de muizen die daar op afkomen, als een welkome afwisseling op zijn vis- en kikkerdieet.

Drinkwaterwinning

Het lijkt echter moeilijker structureel iets te doen om de roerdomp in Nederland een beter bestaan te bieden. Den Boer pleit vooral voor uitbreiding van goede zomer- en winterbiotopen. Vooral de waterhuishouding moet in die leefgebieden in orde zijn: minder drinkwaterwinning dus. Langs sloten en beken zou de rietkraag onaangetast moeten blijven. Den Boer is ervan overtuigd dat door dergelijke maatregelen minstens evenveel roerdompen in Nederland kunnen broeden als vijftien jaar geleden.

Veel andere (riet)vogels zouden ook van die maatregelen profiteren. Tot zijn spijt is er op dit gebied echter nog weinig gebeurd. Aan de belangen van mens en landbouw wordt prioriteit gegeven, constateert Den Boer. Intensief grondgebruik en de huidige waterhuishouding gaan slecht samen met goede leefgebieden voor vogels als de roerdomp.

Veel roerdompen verwacht hij deze dag overigens niet te zien, vertelt Den Boer vlak voor hij de schaatsen onderbindt. De meeste hebben zich teruggetrokken in de weilanden rondom de Oostvaardersplassen om daar op muizen te jagen. Misschien is dat ook maar het beste. „Als je wel een roerdomp ziet, dan jaag je hem meestal op en dat is niet de bedoeling”.