Digibron.nl

Het klapstuk is het klapschip

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: donderdag 3 juni 1999
Auteur: Door N. Sterk
Pagina: 5

NOORDZEE (a/b m.s. Rotterdam) - De techniek is alweer enkele jaren oud, maar het blijft een mooi gezicht. Twee sleepboten trekken het oliescherm (de "boom", op z'n Engels uit te spreken) door de gesimuleerde vervuiling. Achter de plek waar de 'stookolie' door een smalle opening de 'vang' verlaat, vouwt de Duitse oliebestrijder Eversand zich open. Het complete schip splijt achteraan in tweeën. De beide scheepshelften staan onder een hoek van 90 graden en slobberen 600 kuub 'olie' op, terwijl een kopschroef het schip achterwaarts drijft.

De Directie Noordzee van Rijkswaterstaat oefende de afgelopen drie dagen met collega's van de landen rond de Noordzee de bestrijding van olie op zee. Gisteren werd op 6 zeemijlen (11 kilometer) uit de kust een gesimuleerde olielekkage bestreden, ter hoogte van het voormalige REM-eiland, ooit een piratenzender bij Noordwijk.

Het oefenen gebeurt in het kader van het Verdrag van Bonn, dat dateert van 1969. Daarin staat onder andere de verplichting om regelmatig te trainen. Dit jaar was Nederland organisator en deden negen schepen en zeven vliegtuigen uit België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Noorwegen, Zweden en Nederland mee.

Het gastland zette de afgelopen dagen z'n nieuwe vlaggenschip in: de eind vorig jaar in dienst gekomen Arca -goed voor 1000 ton ruwe olie-, de opvolger van de befaamde Smal Agt die ooit werd gebruikt als onderlosser bij de uitvoering van de Deltawerken. De breed inzetbare Arca kwam van de helling bij scheepsbouwer Slob in Papendrecht, waar de boot onder auspiciën van Damen Shipyards werd gebouwd.

De ultra-geavanceerde schuit, ter waarde van een kleine 50 miljoen gulden, meet 83 meter en heeft een waterverplaatsing van 2000 ton. Valt er niets te bestrijden -dat is meestal het geval- dan brengt de Arca zeebodems en vaargeulen in kaart. Behalve over dit schip beschikt de Directie Noordzee nog over de Zirfaea (milieuonderzoek en meetwerk), de Mitra (milieu) en de Octans (slibmeting). Binnenkort fuseert de dienst (200 mensen) met de Vaarwegmarkeringsdienst (idem 200 mensen), die met zeven schepen en scheepjes belast is met de betonning en bebakening van buiten- en binnenwateren.

Beste spullen

Volgens Sjon Huisman, hoofd incidentenbestrijdingen van de Directie Noordzee, verplicht 'Bonn' tot een jaarlijkse Duits/Nederlandse oefening -vanwege het gezamenlijk 'bezit' van het kwetsbare waddengebied- en een tweejaarlijkse voor alle aan de Noordzee grenzende naties. Van alle deelnemers hebben de Duitsers in elk geval de meest gevarieerde spullen en misschien ook wel de béste uitrusting.

Huisman: "De Duitsers hebben de afgelopen twintig jaar ontzettend veel gepuzzeld. Spul voor diep water, ondiep water, richels vlak onder de kust. Duitsland heeft bijvoorbeeld ook een catamaran met een 'vangnet' tussen de beide 'drijvers'. Toch is het klapschip de Eversand niet in grote hoeveelheden gemaakt of nagebouwd in andere landen. "Wijzelf zijn altijd erg content geweest met de keuze voor de combinatie sleephopperzuiger en oliebestrijdingsschip met veegarmen."

De Arca kan tot 1000 kuub olie meevoeren. Dat gebeurt in tanks die met stoom kunnen worden verwarmd, omdat anders de soms heel dikke olie niet uit de opslag wil. Huisman: "Vorig jaar nog ruimden we op de Wadden zware stookolie, die nog net kneedbaar was."

Oliebestrijding heeft plaats tot een windkracht 5 of 5,5. Daarboven raakt de apparatuur snel beschadigd en wordt de olievlek te veel uit elkaar geslagen. De oefening van gisteren had plaats op een bijna gladde zee, ondanks de dreigende voorspellingen van een zuidwesterstorm.

Scheepvaartroutes

Elk jaar worden op de Noordzee zo'n 500 tot 600 olievlekken opgemerkt, zegt Huisman. Het kunnen er gemakkelijk veel meer zijn, maar die zijn dan al uit elkaar geslagen voordat het kustwachtvliegtuig de verontreiniging ziet. Van de bijna 9000 uur die een jaar telt, is het toestel 1500 uur in de lucht. "In twee vluchten van 3,5 uur zoeken we het hele Nederlandse continentale plat af". Vorig jaar werden er in totaal 85 processen-verbaal opgemaakt, op een aantal scheepsbewegingen van 425.000, verdeeld over twee grote scheepvaartroutes. Na zware stormen vliegt de kustwacht ook alle boeien af.

Het fenomeen tankerlozing, waarbij grote vloeistofschepen de ruimen op zee spoelden en er een grote hoeveelheid sludge in zee belandde, behoort tot het verleden, zegt de waterstater. "Je kunt ook veel beter investeren in het begin, het lozen voorkomen, dan achteraf de rottigheid bestrijden. Nu is het vaak een kwestie van een lekkende leiding of een foute separator die olie en afvalwater had moeten scheiden."

De kapitein van de Rotterdam vindt het olieruimen maar niks. "Als je een paar dagen bezig bent, zit je hele schip eronder, tot aan de bedieningspanelen en de douches toe. Nee, die olie komt niet met de golfslag aan boord, maar door de mensen zelf." Hij kan zich de tijd nog herinneren dat schepen uitgerust waren met een vaatje olie om, in het geval de zee ruw was en er bijvoorbeeld een klein bootje langszij moest komen, een tijdelijk, deining-dempend oliescherm naast het schip te maken. "Die tijden zijn voorbij."