Digibron.nl

Tibet vreest grote verdrukking

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: maandag 10 januari 2000
Auteur: Van onze kerkredactie
Pagina: 2

PEKING - De derde man van het Tibetaanse boeddhisme, de zeventiende "levende boeddha" karmapa, heeft Tibet op aandringen van Peking verlaten. De Tibetaanse regering in ballingschap heeft zaterdag bevestigd dat Ugyen Trinley Dorje in India is aangekomen. Boeddhistische kringen rond de karmapa spreken van een vlucht. Gevreesd wordt voor een golf van onderdrukking door de Chinese regering, die Tibet al decennia bestuurt.

De zogeheten zeventiende Gyalwa karmapa zou het klooster Tsurphu bij de hoofdstad Lhasa vorige week met drie metgezellen hebben verlaten. De Chinese krant Hong Kong Standard meldde dat de monnik woensdag is aangekomen in het Noord-Indiase Dharamsala, waar de Tibetaanse regering in ballingschap zetelt.

De Tibetaanse regering in ballingschap heeft zaterdag bevestigd dat Ugyen Trinley Dorje in India is aangekomen. Ook heeft de veertienjarige jongen een ontmoeting gehad met de dalai lama. De regering in ballingschap zei verrast te zijn door de vlucht van de monnik.

Voettocht

De jongen vluchtte van Tibet naar India tijdens een weeklange voettocht door de Himalaya. Hij reisde met zes anderen, onder wie zijn zus en andere monniken. De Tibetaanse regering in ballingschap zei dat ze zich zorgen maakt om de gezondheid van de jongen. Hij is uitgeput door zijn lange reis. Volgens de regering was de reis voor hem een traumatische ervaring.

De nu 14 jaar oude jongen werd in 1992 gewijd tot de zeventiende gyalwa karmapa in het klooster van Tsurphu, waar hij sindsdien verbleef. Zijn voorganger, de zestiende gyalwa karmapa, vertrok in 1959 met de dalai lama naar Dharamsala. De zeventiende gyalwa karmapa is een van de uitzonderlijkste figuren van het Tibetaanse boeddhisme. Hij wordt door zowel Peking als de daila lama, de geestelijk leider van Tibet, erkend.

Onderdrukking

De vlucht van de derde man van het Tibetaanse boeddhisme kan een golf van onderdrukking door het Chinese regime in Tibet ontketenen. Daarvoor heeft het Tibetan Information Network (TIN) in Londen zaterdag gewaarschuwd. Volgens de krant South China Morning Post heeft Peking al strenge veiligheidsmaatregelen opgelegd aan het hele gebied. China houdt in het bijzonder het klooster dat de karmapa geholpen zou hebben en de Chinees-Indiase grenszone waar de monnik overstak, in de gaten.

De vlucht van de karmapa komt op een gevoelig moment voor China. Het laatste jaar heeft Peking zijn greep op Tibet verstevigd. Volgens het Tibetaanse centrum van mensenrechten en democratie werden in 1999 aan de lopende band abortussen en sterilisaties uitgevoerd bij Tibetaanse vrouwen en hadden executies en martelingen plaats.

De communistische regering van China probeert de schade van het vertrek van de levende boeddha te beperken. Volgens de officiële berichten uit Peking is de monnik in het buitenland om zich bezig te houden met muziekinstrumenten en boeddhistische liturgie. Het Chinese persbureau citeerde uit een brief waarin de karmapa zei niet de bedoeling te hebben "de staat, het land, het klooster of het leiderschap te verraden."

De terughoudende reactie van de Chinese communistische partij en de onwil om de vlucht openlijk te bekritiseren betekenen volgens het TIN dat China de mogelijkheid van een eventuele terugkeer wil openhouden.

Blamage

De karmapa-sekte, ook bekend onder de naam de Zwarte Hoeden, was ooit de belangrijkste in Tibet, tot de Gelugpa-school van de dalai lama's 350 jaar geleden de overhand kreeg. Het vertrek van de sekteleider betekent overigens de grootste blamage voor de Chinese machthebbers sinds de vlucht van de huidige dalai lama, in 1959, na een mislukte opstand tegen het Chinese gezag. De zestiende karmapa is namelijk ook al ook gevlucht. Hij week uit naar het Indiase Sikkim, waar hij in 1981 overleed.

Verwacht wordt dat de zeventiende karmapa zich uiteindelijk ook in Sikkim zal vestigen. De Chinese overheid heeft de zeventiende karmapa tegen de wil van de volgelingen van de zestiende karmapa in 1992 in Tsurphu aangewezen als reïncarnatie van de zestiende karmapa.