Digibron.nl

"Verrijkt uranium in Iran"

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: zaterdag 19 juli 2003
Auteur: Buitenlandredactie
Pagina: 5

WENEN - Inspecteurs van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) hebben verrijkt uranium gevonden in monsters die ze in Iran hebben genomen. Dit kan betekenen dat het regime in Teheran uranium heeft gezuiverd zonder de nucleaire waakhond van de VN daarvan op de hoogte te stellen, aldus diplomaten in Wenen gisteren.

De diplomaten, die spraken op voorwaarde van anonimiteit, verklaarden dat eerste analyses verrijkingsniveaus aantonen die mogelijk overeenkomen met een poging om het materiaal geschikt te maken voor wapens. De IAEA is volgens hen bezorgd over deze ontwikkeling.

Een woordvoerster van het IAEA heeft bevestigd dat er monsters zijn genomen, maar zei ook dat meer analyses nodig zijn om conclusies aan de vondst te kunnen verbinden. Alleen het IAEA is in de positie om te oordelen over het belang van de testresultaten, benadrukte zij.

Iran liet gisteren weten niet door het IAEA te zijn geïnformeerd over de vondst van verrijkt uranium. "Zodra het agentschap een standpunt inneemt over deze kwestie, zullen wij ons standpunt bekendmaken", aldus de woordvoerder van de Iraanse Organisatie voor Atoomenergie, Khalil Mousavi.

Volgens de Verenigde Staten probeert Iran kernwapens te ontwikkelen. Iran ontkent dit en zegt dat zijn nucleaire programma alleen bedoeld is voor het opwekken van elektriciteit.

Volgens het non-proliferatieverdrag (NPT), dat ook Iran heeft ondertekend, mag een land uranium verrijken voor civiele toepassingen, mits dat wordt gemeld bij het IAEA. Naar verwachting brengt het IAEA op 8 september verslag uit van de inspecties in Iran.

Iran vormt een van de landen die samen met Irak en Noord-Korea vorig jaar januari door de Amerikaanse president Bush werden genoemd als de "as van het kwaad" Irak is inmiddels aangevallen. Er is steeds speculatie geweest of de Verenigde Staten ook militaire actie willen ondernemen tegen Noord-Korea en Iran. De mogelijke aanwezigheid van (militaire) nucleaire p rogramma's in deze beide landen kan daartoe een extra reden zijn.