Digibron.nl

Spaceshuttle Discovery in de startblokken

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: dinsdag 12 juli 2005
Auteur: Jan Reijnoudt
Pagina: 11   (Spectrum)

De Amerikanen houden hun hart vast. Ze mogen dan in het land van de onbegrensde mogelijkheden leven, een veilige vlucht met een ruimteveer is er nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Verging 1 februari 2003 spaceshuttle Columbia met man en muis bij terugkeer naar de aarde, nu, ruim twee jaar later, staat het ruimteveer Discovery op scherp. "We moeten, hoe dan ook, terug de ruimte in, maar we zijn bezorgd, erg bezorgd." Met de eerste vlucht van de spaceshuttle Columbia, op 12 april 1981, denkt de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een lijndienst op de ruimte te openen. Het is de bedoeling dat in de toekomst toch zeker elke veertien dagen een vlucht richting ruimte vertrekt. Zo ver is het nooit gekomen, maar het is nu ook weer niet bij één shuttle gebleven.

De drama's zijn bekend, maar ze moeten hier nog een keer aan de orde komen, nu de NASA zich opnieuw in het ruimteavontuur stort: de explosie van het ruimteveer Challenger in januari 1986 en de teloorgang van de Columbia in februari 2003.

Om kort te gaan: de eerste spaceshuttle vliegt op 12 april 1981. In termen van de NASA bewijst de Columbia het concept van een herbruikbaar ruimteschip. In plaats van bijvoorbeeld een traditionele Apollo-raket, die totaal verloren gaat bij een missie, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie nu een toestel dat opstijgt als een raket, om de aarde zweeft als een ruimteschip en landt als een vliegtuig.

Nog geen vijf jaar later, bij uitgerekend een feestelijke jubileumvlucht omdat een spaceshuttle voor de 25e keer opstijgt, verliest de NASA het eerste ruimteveer, inclusief de zevenkoppige bemanning: de Challenger explodeert 73 seconden na de start. Nog geen honderd veilige vluchten later, tijdens de 113e missie, sneuvelt opnieuw een ruimteveer. In het zicht van de haven, slechts zestien minuten voor de geplande landing, verongelukt de oudste shuttle, de Columbia.

De Amerikanen zijn, zoals dat zo helder heet in hun taal, flabbergasted: totaal verbijsterd. Dat een spaceshuttle bij de lancering kan exploderen, dat weten ze al. Geen fase in de vlucht zo kritisch als de eerste twee minuten en vier seconden. Gedurende die tijd branden de twee bijna 40 meter lange opduwraketten, de zogenaamde vastebrandstofraketten.

Vuurpijlen

Die witte opduwraketten, aan weerszijden van de grote bruine vloeibarebrandstoftank, zijn net vuurpijlen: ze doven niet eerder dan dat alle vaste brandstof op is. Er valt, wat er ook gebeurt, geen kerosinekraantje of iets dergelijks dicht te zetten. Dat kost de bemanning van de Challenger het leven. Uit de rechtse vastebrandstofraket lekkende vlammen zorgen uiteindelijk voor explosie van de grote bruine vloeibarebra ndstoftank. Dan is een catastrofe onafwendbaar.

Maar dat, na een succesvolle missie van zestien dagen, een shuttle als een stuk ruimtepuin in de dampkring verbrandt, compleet met bemanning, dat hebben de Amerikanen op 1 februari 2003 niet eerder meegemaakt. Afgezien van een paar NASA-ingenieurs houdt daar ook niemand rekening mee.

Enkele NASA-mensen mailen elkaar op 30, 31 januari over de isolatie van de shuttle. Die zou hier en daar beschadigd zijn, omdat er bij de lancering zware brokken ijs op zijn gevallen. "Waarom lezen we dat nu pas, als dat bij de lancering al is gebeurd", staat er in NASA-mailtjes die enkele dagen na de Columbia-ramp voor iedereen leesbaar op internet staan.

Door de beschadigde isolatie doorstaat noch het ruimteschip noch zijn bemanning de hitte van 1300 graden Celsius die bij de terugkeer in de dampkring, door de wrijving met de lucht, ontstaat.

Onveilig

Wat veel Amerikanen al jaren denken, is dan een bewezen feit: de spaceshut tle is een nogal onveilig vehikel voor ruimtereizen. Als in de burgerluchtvaart van een bepaald type toestel vier, vijf exemplaren vliegen en er in de eerste 113 vluchten twee van die machines twee verloren gaan, dan zal zo'n vliegtuig naar alle waarschijnlijkheid voorgoed aan de ketting gaan. De shuttle niet.

De drie overgebleven ruimteveren staan sinds 1 februari 2003 inmiddels ruim twee jaar in de hangaars en na veel onderzoek en aanpassingen is volgens de NASA de tijd rijp voor de volgende vlucht. Ging na de Challenger-explosie de Amerikaanse ruimtevloot voor twee jaar en acht maanden uit de vaart, dit keer sleutelde de NASA goed twee jaar aan allerlei verbeteringen. En evenals in 1988 is het ook nu weer de spaceshuttle Discovery die voor het eerst na een crash vliegt.

Op de website van de NASA heet het dat de shuttlevloot "sterker en veiliger dan ooit terugkeert voor de vlucht." Dat soort woorden zal Don W. Church, oudgediende bij de producent van de vastebrandstofraketten, ATK Th iokol, nooit in de mond nemen.

Hij buigt zich voorover bij de vraag of iedereen er nu van overtuigd is dat de volgende missie veilig volbracht kan worden, hij knijpt z'n ogen tot spleetjes en zegt dan zacht: "Een spaceshuttlevlucht is nooit zonder risico. Bij elke lancering loopt de druk op, maar dit keer zijn we allemaal extra gespannen. We kunnen het ons niet veroorloven opnieuw een shuttle en een bemanning te verliezen. Ik moet het omgekeerd zeggen: die bemanning gaat altijd voorop natuurlijk."

Bezorgd

"Met de vastebrandstofraketten leveren wij een stel motoren dat qua power nergens ter wereld is overtroffen", zegt Church. De witte tweeling levert bij de start op het maximum een stuwkracht van meer dan 3 miljoen kilo. Dat is genoeg om de 2000 ton zware combinatie van shuttle, tank en vastebrandstofraketten uiteindelijk een snelheid van ruim 8 kilometer per seconde te geven. Met minder kan de NASA geen genoegen nemen. Er is nu eenmaal een snelheid van 8,3 kilometer per seconde nodig om aan het zwaartekrachtveld van de aarde te ontsnappen.

Church zit twintig jaar in het vak en heeft in die tijd geen enkele lancering gemist, maar hij heeft er ook nog nooit eentje op Kennedy Space Center in het veld meegemaakt. "Ik zit altijd binnen achter beeldschermen. Samen met collega's controleer ik of onze vastebrandstofraketten doen waarvoor we ze geleverd hebben."

Ook dit keer zal Church in de controlekamer zitten. Nu al weet hij hoe het sfeertje daar zal zijn. Hij kijkt er niet ontspannen bij. "Er staat veel op het spel. We moeten, hoe dan ook, terug naar de ruimte, maar we zijn bezorgd, erg bezorgd."

Voor de NASA herhaalt zich de geschiedenis: weer een lancering van de Discovery.

KADER

Een vloot

van shuttles

Op het hoogtepunt, midden jaren tachtig, heeft de NASA niet minder dan vier shuttles in gebruik.

Columbia

De Columbia is aanvankelijk een succesvol toestel. In de jaren tachtig en negentig maakt het meer dan eens drie vluchten per jaar. Tijdens de twintigste missie verliest NASA deze shuttle, op 1 februari 2003, slechts zestien minuten voor de geplande landing.

Challenger

Al in januari 1982 breidt de vloot uit met de Challenger. Op 4 april 1983 maakt het toestel zijn "maiden flight". Vanuit de Challenger vindt op die vlucht de eerste ruimtewandeling vanuit een spaceshuttle plaats. Later, in juni 1983, vertrekt Sally Ride in de Challenger; zij is de eerste Amerikaanse vrouw in de ruimte. Ook de eerste Nederlandse astronaut, Wubbo Ockels, vertrekt in oktober 1985 met de Challenger richting ruimte. Op de volgende vlucht verongelukt het ruimteveer 73 seconden na de start, tijdens de tiende missie.

Discovery

Nog voordat de Challenger verongelukt, heeft de NASA al een derde ruimteveer laten bouwen: de Discovery. Dat toestel komt in november 1983 op Kennedy Space Center aan en maakt 30 augustus 1984 zijn eerste vlucht. De Discovery is in ruimtevaartkringen vooral bekend van het afzetten in de ruimte van de Hubble Space Telescope, in april 1990. Daarnaast brengt deze shuttle ook Ulysses in september 1991 in een baan om de aarde. Die satelliet verricht tegenwoordig waarnemingen aan de zon. Nog meer bekendheid zal het ruimteschip krijgen als de eerstvolgende missie na de ramp met de Columbia vlekkeloos verloopt.

Atlantis

De Atlantis is in april 1985 het vierde ruimteschip dat de NASA binnenhaalt. Met 26 vluchten tot nu toe is de Atlantis het meest succesvolle ruimteveer.

Endeavour

In de plaats van de Challenger rolt vijf jaar na de ramp op Kennedy Space Center de Endeavour binnen. Dat veer vliegt sinds 1992 en staat inmiddels met negentien veilige vluchten in de boeken. Voor de naamgeving van deze shuttle schreef de Amerikaanse regering, voor het eerst, een wedstrijd uit onder scholieren. In mei 1989 maakt president Bush de naam bekend. Endeavour is het schip waarmee de Britse ontdekkingsreiziger James Cook op zijn eerste reis, in 1768, van de Britse regering de taak krijgt om in de zuidelijke Stille Oceaan de passage van de planeet Venus tussen de aarde en de zon waar te nemen.

Ook de andere shuttles zijn genoemd naar min of meer beroemde schepen uit de geschiedenis van onderzoek en ontdekkingreizen.