Digibron.nl

Onverwerkt verleden

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: woensdag 28 oktober 2009
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 1   (Voorpagina)

Eerlijk omgaan met de geschiedenis. Dat valt niemand mee. Zeker niet als het om heftige gebeurtenissen gaat. Ooggetuigen daarvan hebben er vaak een uitgesproken mening over. En de keus is zwart of wit. Terwijl het oordeel van de geschiedenis, dat vaak pas generaties later is uitgekristalliseerd, vooral veel grijstinten kent.

Sprekend voorbeeld is nog altijd de meest ingrijpende gebeurtenis van de twintigste eeuw, de Tweede Wereldoorlog. Tientallen jaren waren er maar twee smaken mogelijk: ¾f iemand was fout geweest, ¾f hij was een goede vaderlander. Critici vinden dat bijvoorbeeld het magistrale werk van dr. L. de Jong over de bezettingsjaren mank gaat aan het gebrek aan nuance.

Inmiddels is duidelijk dat er tussen dat zwart en wit inderdaad veel grijstinten zitten, variërend van licht tot donker. Bekend is ook dat de meeste Nederlanders die de Duitse bezetting meemaakten geen helden of uitgesproken landverraders waren, maar vooral druk waren om hun eigen leven zo goed en zo kwaad als het ging op orde te houden. Langzamerhand groeit ook het begrip daarvoor. Het is gemakkelijk in een vrije samenleving achteraf een hard oordeel te vellen over een tijd waarin het juk van een bezetter drukte.

Dat deed zich ook voor bij het oordeel over christenen achter het IJzeren Gordijn. Zolang dat bestond, was het gemakkelijk: de ondergrondse kerk was getrouw en de geregistreerde kerken deugden niet. Inmiddels weten we dat de scheidslijnen anders liepen.

Binnen de gereformeerde gezindte is het debat over de houding in de oorlog van voorgangers en kerkleden nog lang niet uitgewoed. Dat blijkt onder meer uit publicaties die van tijd tot tijd verschijnen.

Aan de ene zijde is er een groep die elke kritiek op de leidslieden en hun volgelingen direct afdoet als vijandschap. Met feiten en gehoorde verhalen proberen ze deze kritiek te weerleggen. Zij lopen het risico dat ze zondige mensen uit die tijd verheffen tot helden en heiligen die geen verkeerde keuzes konden maken.

Aan de andere zijde is er een groep die vooral de smetten op het blazoen van mensen onder de aandacht wil brengen. Degenen die tot deze groep horen, baseren zich ook op feiten en gehoorde verhalen. Omdat zij de heldenbeelden willen afbreken, lopen zij het risico schandpalen op te richten. Daarbij is de kans groot dat fouten van een kleine groep stereotiep worden voor de houding van alle bevindelijk gereformeerden.

Niemand is gediend met een taboe op de fouten die tijdens de oorlog door mensen uit de gereformeerde gezindte zijn gemaakt. Evenmin is iemand gebaat met ferme uitspraken waaruit moet blijken hoe fout mensen toen wel waren. Een eerlijke benadering van de geschiedenis van de gereformeerde gezindte in oorlogstijd is: de feiten onder ogen zien, de motieven wegen, oog hebben voor de nuance en dan een oordeel vellen.

Ooit zei de Utrechtse hoogleraar kerkgeschiedenis Quispel: "Het oordeel van de geschiedenis moet rechtvaardig zijn, maar dient ook menselijk mededogen te kennen." Pas als dat gebeurt, kan de gereformeerde gezindte een punt zetten achter het debat over de oorlogsjaren.