Digibron.nl

70. August Hermann Francke

Bron: Terdege
Datum: woensdag 19 december 2018
Auteur: Gisette van Dalen-Heemskerk
Pagina: 44, 45

Een groepje mensen laat de klopper vallen op de deur van de pastorie in het Duitse dorpje Glaucha. Ze zien er haveloos uit. De predikant doet de deur open. “Hebt u nog wat voor ons?” Verwachtingsvol houden de volwassenen en kinderen hun hand op. De man kijkt hen aan. Hij heeft medelijden met deze mensen. Wat moet er toch van hen terechtkomen? „Komen jullie maar even binnen”, zegt hij dan ineens.

August Hermann Francke wordt op 22 maart 1663 te Lübeck in Duitsland geboren. Hij komt uit een deftige familie. Zijn vader overlijdt als August Hermann nog maar 7 jaar oud is. Een oudere zus ontfermt zich over haar jongere broer. Zij geeft hem vier delen te lezen van een boek met de titel “Van het ware christendom”. Met grote interesse leest August Hermann de boeken.

„Het was alsof God Zijn hand op mijn schouder legde en zei: „Ik heb je bij je naam geroepen, jij bent van Mij””, zal hij er later over zeggen.

Acht jaar lang studeert August Hermann theologie. Dan wordt hij predikant in het dorp Lüneburg. Drie dagen voordat hij voor het eerst moet preken, weet hij zich geen raad. Hij heeft een hoofd vol geleerdheid, maar ook een hart vol vragen. Bestaat God wel? Biddend en worstelend met God brengt de jonge predikant de zondag door. Dan is het alsof hij de stem van de Heere hoort: „Ik ben je Heiland. Je bent Mijn kind.” Alle twijfels verdwijnen.

De jonge predikant blijft maar een aantal maanden in Lüneburg. Dan vertrekt hij naar de stad Leipzig. Daar ontmoet hij Philipp Jakob Spener, een predikant die er steeds op wijst dat gemeenteleden hun christenzijn ook in de praktijk moeten laten zien. Hij wil bijvoorbeeld dat de mensen goed voor de armen zorgen. Verder vindt Spener het heel belangrijk dat zijn gemeenteleden ook doordeweeks in groepjes Gods Woord bestuderen. August Hermann is erg onder de indruk van de lessen van Spener. „Hij is mijn vader in Christus.”

In Leipzig gaat August Hermann colleges geven. De andere theologen volgen de colleges van de jonge Francke heel kritisch. Ze zien dat veel mensen naar hem luisteren en worden jaloers. Ze verzinnen zelfs een scheldnaam voor Francke, Spener en hun aanhangers: piëtisten. Dat betekent vromen.

In 1692 gaat August Hermann lesgeven aan de universiteit van Halle. Ook krijgt hij een beroep van de gemeente van Glaucha, een dorpje vlak bij de Duitse stad Halle.

IJverig gaat August Hermann in Glaucha aan het werk. Elke donderdag is het er bedeldag. Dan mogen de armen langs de deuren gaan en om geld vragen. Op een keer vraagt hij de bedelaars binnen. Hij stelt hun wat vragen. August Hermann schrikt van hun antwoorden: ze weten niets van de Bijbel, maar ook verder hebben ze geen kennis. Hij besluit hen te helpen.

Francke geeft wat geld aan bedelaars die jonge kinderen hebben. „Dit is voor jullie! Dan kunnen jullie kinderen naar school.” Het geld nemen de armen aan, maar ze sturen hun kinderen niet naar de lessen. Daarom besluit August Hermann het anders te doen. Hij hangt een collectebus in zijn huis. Daarboven hangt hij een bord. „Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?”

Drie maanden later krijgt August Hermann een grote gift. „Wat een prachtig kapitaal”, roept hij uit. „Daar moet iets goeds van gedaan worden. Ik begin er een armenschool mee.” Het is het begin van de Franckestichtingen.

In 1695 start August Hermann verschillende scholen. Een jaar later begint hij zelfs een weeshuis waarin twaalf kinderen komen wonen. Maar al snel is het te klein. In 1698 legt hij de eerste steen voor een groot weeshuis. Geld heeft hij niet, hij vertrouwt steeds op God. En iedere keer weer krijgt Francke een gift –van een paar penningen van een arme tot 100.000 stenen van de koning van Pruisen– waarmee hij verder kan bouwen. In 1701 is het grote gebouw klaar. In de jaren daarna komen er steeds nieuwe gebouwen bij: scholen, een Bijbeldrukkerij, een bibliotheek, een ziekenhuis.

In 1727 overlijdt August Hermann. Hij is dan 64 jaar. Op dat moment wonen er 134 wezen in het weeshuis, gaan er 2207 leerlingen naar school en kunnen er 155 arme studenten studeren. Een van zijn helpers zet het levenswerk van Francke voort.


1663

August Hermann Francke geboren.

1677

August Hermann Francke verlaat gymnasium.

1679

August Hermann Francke naar universiteit.

1685

August Hermann Francke studeert in Leipzig theologie.

1687

August Hermann Francke predikant te Lüneburg

1690

August Hermann Francke hulpprediker te Erfurt.

1692

August Hermann Francke predikant te Glaucha.

1694

Huwelijk met Anna Magdalena von Wurm.

1694

August Hermann Francke start met Francke-stichting.

1701

Start bouw van weeshuis.

1727

August Hermann Francke overlijdt.