Digibron.nl

De Bruidegom en Zijn vriend (2)

Bron: De Waarheidsvriend
Datum: donderdag 18 januari 1979
Auteur: M. G.
Pagina: 1, 2

Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. Hij moet wassen, maar ik minder worden. Johannes 3 : j29b, 30

Mijn blijdschap vervuld, vol. Dat horen we nog niet zo vaak zeggen. In de wereld tenminste niet, zo hoor ik iemand zeggen. Maar in de kerk ook niet, zo haast een ander zich eraan toe te voegen. Kom er maar eens om: vervulde, volle blijdschap.

Maar Johannes heeft er wel over. En hij meent wat hij zegt. Hij doorleeft wat hij zegt. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld. Wat is dat voor bhjdschap? Waar vindt ze haar oorsprong? Wel, in het feit dat mensen tot de Heere Jezus komen. Dat de bruid geworven wordt voor de grote Bruidegom Christus.

Dat vervult Johannes met grote blijdschap. Kan de echte vriend van de bruidegom treuren als de bruid tot de bruidegom wordt gebracht? Als hij de stem hoort van de bruidegom, die spreekt tot zijn bruid. Johannes ziet ze komen, de mensen. Ze gaan tot Jezus. Ze worden hartelijk het verwelkomd. De bruid wordt voorgesteld aan Hem, voor Wie ze is. En de voorloper, de wegbereider verblijdt zich. Zijn blijdschap wordt vol. Hij treedt zelf terug. We zeggen dat zo gemakkelijk: de Doper treedt terug. Maar wat een genade!

Blijdschap om de Bruidegom. Is dat bij Johannes al niet iets van de hemelse blijdschap? Immers, wat blijft daar anders over dan de blijdschap om de Bruidegom? Om Zijn eer. Zijn verheerlijking? Dat daar Zijn bruid altijd bij Hem zal zijn en nooit meer bij Hem vandaan zal dwalen. U zou graag in de hemel willen komen? Maar houden we het daar eeuwig uit als er niet anders is dan de lofprijzing en de verheerlijking van Hem? Daarvoor is nodig dat u en ik hier Zijn eer en Zijn verschijning Hefkrijgen.

Wat een ontberingen heeft deze vriend van de Bruidegom niet gedragen? Welücht net 30 jaar oud is hij wanneer hij ter dood wordt gebracht. Maar toch is hij een man met blijdschap. Een blijdschap, een vreugde die de wereld niet kent. Hij verheugt zich over de bruid die wordt geworven, maar meer nog over de Bruidegom en Zijn heerlijkheid. Kijk, dat is de wortel van echte blijdschap.

Zeker, vrienden van de Bruidegom - al dan niet met een ambt in de Kerk - kennen droefheid. Over wie ze iijn voor God. Wie ze blijven in zichzelf. Droefheid die alleen maar dieper wordt. Maar ook kennen ze de echte blijdschap. Als de Bruidegom wordt grootgemaakt. Als Hij Zijn bruid werft. Blijdschap die eenmaal, bij de grote bruiloft van het Lam, ten hoogste toppunt zal stijgen.

Daar loop ik nu juist mee te worstelen, zegt iemand. Of ik daarbij zal zijn. Wat kan Hem bewegen mij te werven tot Zijn bruid? Vergeet u niet: Hij wordt erdoor verheerlijkt. Zijn Naam wordt erdoor grootgemaakt als u tot Zijn bruid behoort. 'Zijn Naam wordt er oneindig meer door verheerlijkt dan wanneer u Zijn bloed vertreedt' (R. Erskine). Hier reikt het Woord u in al uw verlorenheid een machtig gebedswapen aan.

En dan die bekende woorden uit het slot van onze tekst: Hij moet wassen, maar ik minder worden. Heel bekende woorden zijn dat, veel geciteerd, maar minder vaak doorleefd, zo valt te vrezen. Gelet althans op veel onheihge strijd om eigen eer. In ons persoonlijk leven. Ook in ons kerkelijk leven.

Johannes is zeer verblijd wanneer velen Hem verlaten en tot de Heere Jezus gaan. Johannes verlangt alleen maar zelf kleiner te worden, opdat Christus meer geëerd en groter zal worden. Maar dat is toch bovenmenselijk...? Jazeker, dat is wat genade vermag, lezer.

Johannes verliest enkele discipelen aan Christus. Hij verliest de mensen aan Christus. Tenslotte geeft hij zelfs zijn leven in de dienst van Hem Wiens voorloper hij is. En Johannes is erdoor... verblijd. Hoe kan dat? Omdat hij waarachtig een vriend van de Bruidegom is. Omdat er waarachtige liefde tot Christus in zijn hart is.

Hij moet wassen. Dan staat er hetzelfde 'moeten' dat Jezus Zelf later ook gebruikt: weet gij niet dat de Zoon des mensen moet heengaan en veel lijden? Dat is een moeten van Godswege. Zo wil God het.. Zo gaat u het verlangen en willen, als de Heihge Geest u levende kennis van Hem gaat bijbrengen. Als u oög krijgt voor Zijn heerlijkheid en Zijn genade. Dan is dit de keus van uw hart: Hij moet wassen.

Hij moet groot en al groter worden. Er staat een woord dat gebruikt wordt voor het uitgroeien van een kiem. Tot groei, tot wasdom komen. Kan dat dan? Christus is toch al onuitsprekelijk groot. God uit God? Kan Hij groter worden? Nee, in Zichzelf kan Hij niet groter worden. Maar Johannes bedoelt: Hij wordt groter, meer geëerd als Zijn arme-zondaarsbruid Hem te voet valt met de roep om genade. In het werven van de bruid wordt de Bruidegom groot.

Dan is dat andere er onlosmakelijk mee ver­ bonden: ik moet minder worden. Dat kan dan niet anders meer. Minder worden, kleiner, armer in mezelf. Waar Zijn heerlijkheid mij - goddeloze - bestraalt. Zijn genade mij opricht, daar wordt Hij verheerlijkt om Zijn trouw, ontferming en gerechtigheid. Daar word ik al minder.

Hij wassen, ik minder worden, dat is de levensles van Johannes de Doper. Ook uw levensles? Dan hebt u een strijd tot uw laatste snik toe. Immers, het is een les die mij m'n Ik kost. Wie wil dat nu van huis uit? U en ik niet. Van nature is ons levensHed: Laat Hem maar minder worden als ik dan maar groter word. Dat lied leerden we al in het Paradijs. Weet u dat? Ging u dat ontdekken bij uzelf? Deze levensles wordt geleerd op de oefenschool van de Heilige Geest. Wanneer Hij me, als een goddeloze, vastsnoert aan de grote Bruidegom. Zalig die alles verliest, die ook zichzelf kwijtraakt, maar dan aan Christus. Gelooft u dat? U zet daar een vraagteken achter? U zegt: daartoe is in mij toch geen mogelijkheid? Daar hebt u volkomen gelijk in. Maar deze Bruidegom werft Zelf door Zijn Woord en Geest Zijn bruid. Hij onderwijst Zelf in oneindig geduld dat levensHed: Hij moet wassen, ik minder worden. Dat leren we niet onszelf. Maar ziet u hier: wat een Bruidegom! Wat een volheid van genade in Hem!

Lezer, is dat niet ontzaglijk rijk als je daar smaak in krijgt, in die levensles: Hij wassen, ik minder worden. Dat te doorleven voor het aangezicht van deze Bruidegom. In mij is alleen de goddeloosheid, maar uw schoonheid, hoog te loven, gaat al het schoon der mensen ver te boven. U moet Wassen. U bent het waard.

Wie is dan de grootste christen? Lang niet altijd de grootste prater. Niet hij die zich boven ieder kan verheffen. Maar hij die plat op de grond ligt voor God en Zijn Christus (Calvijn). En die de grootste gedachten heeft van Hem.

Niet mijn naam, Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen. Dat is een bekering, een radikale omkeer, als dat ondanks alle vallen en struikelen uw levenslied wordt. Is dat waar bij u? Ik hoor iemand zingen: mijn ziel buigt zich neder in mij; ze is onrustig in mij. Laat het Woord u vertroosten: Die de bruid heeft, is de Bruidegom. En Hem zal worden toegebracht de eer en de lofprijzing tot in eeuwigheid.