Digibron.nl

Over vechters en vissers: islam en christendom in Europa

Bron: Zicht
Datum: vrijdag 1 september 2006
Auteur: Dr. D. Onnekink
Pagina: 30, 31, 32, 33, 34

In een historisch overzicht schetst dr. D. Onnekink de expansie van de islam in Zuid-Europa en haar terugtocht. Is een analyse van de geschiedenis relevant voor actuele problemen? Het verleden heeft invloed op het heden, maar op welke manier is niet altijd scherp te krijgen. De werkelijkheid blijkt niet te vangen in schema's, zoals de multiculturele samenleving of de clash of civilizations.

Vanaf het moment dat de islamitische expansie zich uitstrekte tot in Spanje in 711 is de verhouding tussen moslims en christenen in Europa gespannen, zo niet slecht geweest. Kunnen we die verhouding karakteriseren als een dash of civilizations, een continue strijd tussen twee wereldgodsdiensten, of ligt de zaak gecompliceerder? In hoeverre is een analyse van de geschiedenis relevant voor actuele problemen? Een overzicht in vogelvlucht van de geschiedenis van islam en christendom in Europa.

Historisch overzicht

In het I2e eeuwse Spaanse epische gedicht El Poema del Cid over de legendarische kruisvaarder staat een verhaal over een Griekse pelgrim, op weg naar Santiago de Compostella, die in Spanje arriveert ten tijde van een oorlog tegen de Moren. Als hem wordt verteld dat Sint Jacobus soms verschijnt temidden van de strijd als een ridder die de christelijke troepen bijstaat, toont hij zich ongelovig en aflteurend. Jacobus, zo meent hij, was toch immers geen vechter maar een vreedzame visser? Nog diezelfde nacht, echter, zo gaat het verhaal, verschijnt Jacobus aan hem in een droom. Hij is gekleed als ridder op een wit paard, omschrijft zichzelf als een kruisvaarder tegen de Moren en belooft de Spaanse vorst een overwinning.

Dit verhaal refereert aan de bekende Middeleeuwse mythe van Santiago Matamoros (lett. Santiago de Morendoder), symbool van de eeuwenlange strijd van christenen tegen de Moren op het Iberisch schiereiland. Die strijd was onderdeel van een veel grotere krachtmeting tussen christenen en moslims die meer dan een milennium zou duren. De enorme frontlinie bestond concreet uit vier delen: het Iberisch schiereiland, de Middellandse Zee en haar kusten, de Balkan en het Heilige Land. De confrontatie langs deze lange frontlinie vond plaats in drie fasen.

De eerste fase was die van islamitisch imperialisme. Na de dood van Mohammed in 632 zette de expansie door die hij in gang had gezet, en bereikte een climax in 732 toen de moslims doordrongen in Frankrijk. Daar werden ze echter verslagen bij Poitiers. Op dat moment vormde de rivier de Indus de oostgrens van het gigantische islamitisch imperium. Tot het midden van de 1 Ie eeuw bleef de macht van de moslims ongeëvenaard, en het is nog steeds onverklaarbaar dat de Iberische moslims na de nederlaag in 732 geen verdere expansiedrift vertoonden. De tweede fase begon met het gro-

Dr. D. Onnekink HISTORICUS EN REDACTEUR VAN Transparant (VER­ ENIGING CHRISTEN-HISTORICI)

te christelijke tegenoffensief, op het Iberisch schiereiland, bekend als de Reconquista, vanaf de 11e eeuw. Christelijke koningen in het noorden van Spanje hadden in de loop der eeuwen met succes de moslims teruggedreven naar het zuiden, maar vanaf de 11e eeuw kwam die opmars in een stroomversnelling. In 1031 viel het machtige kalifaat van Cordoba en verbrokkelde de islamitische macht verder. De Reconquista werd voltooid in 1492 met de val van Granada. In 1092 werden op Sicilië de moslims verdreven, maar in het oosten van het Middellandse Zee-bekken verliep de strijd echter juist helemaal niet gunstig. De Seldsjoeken bedreigden het Byzantijnse Rijk en veroverden grote delen van de Balkan. Om de Byzantijnse keizers te steunen werden vanuit Europa vanaf 1095 de kruistochten georganiseerd, die uiteindelijk niet succesvol waren. Constantinopel viel in 1453.

Hahshurgers versus Ottomanen

Na de eerste fase van islamitische expansie, en de tweede fase waarin een zeker machtsevenwicht werd bewerkstelligd, begon de derde fase tegen het einde van de I5e eeuw. Aanvankelijk leek de islamitische macht onaantastbaar. De dynastie van de Ottomanen beheerste het gehele Midden-Oosten en de Maghreb en was machtig op de Middellandse Zee. Een verbeten strijd werd uitgevochten tussen het Habsburgse Rijk en het Ottomaanse Rijk in de 16e eeuw.

In 1527 belegerden de Ottomanen Wenen, in 1683 opnieuw. Maar vanaf toen werden de Ottomanen steeds verder teruggedrongen. Militaire, technologische en organisatorische vernieuwingen, gestuwd door een snelgroeiende economie in de 16e eeuw, maakten het Westen superieur. Hoewel het Ottomaanse Rijk tot na de Eerste Wereldoorlog zou standhouden desintegreerde het vanaf de 19e eeuw zichtbaar met de onafhankelijkheid van Griekenland (1821), Bulgarije (1878) en Bosnië-Herzegovina (1878). Na de Eerste Wereldoorlog was het Midden-Oosten grotendeels de facto onder Westers mandaatbestuur.

‘Om de Byzantijnse keizers te steunen werden vanuit Europa vanaf 1095 de kruistochten georganiseerd, die uiteindelijk niet succesvol waren. Constantinopel viel in 1453.’

Inmiddels zijn we beland in een volgende fase. In het postkoloniale tijdperk lijken de verhoudingen tussen de Westerse wereld en het Midden-Oosten nog deels gedicteerd door vooroorlogse structuren waarin de islamitische landen evident zwakker zijn. Anderzijds heeft olie het Midden-Oosten een belangrijke nieuwe machtspositie gegeven, en is de Verenigde Staten, die voordien nauwelijks in aanraking was ge­ komen met het Midden-Oosten, een veel belangrijker speler geworden dan Europa.

Minstens even belangrijk in de huidige fase is echter de emigratie van moslims naar Europese landen, waardoor ook een geheel nieuwsoortige relatie is ontstaan. Met uitzondering van Spanje en delen van de Balkan is het niet eerder voorgekomen in de geschiedenis dat grote groepen moslims in Europa woonden onder 'christelijk' bestuur. Bovendien voelen veel moslims in Europa zich nu van hun wortels afgesneden. De Franse socioloog Olivier Roy spreekt hier van Eurolslam. Dit is een gemeenschap die zich vervreemd voelt van haar wortels in het Midden-Oosten, maar tegelijkertijd niet kan aarden in het seculiere Europa. De Euro-islamieten, verstrikt in hun identiteitsdilemma, vinden een uitweg in de Umma, de universele gemeenschap van moslims waar zij deel van uitmaken, een universele Umma die niet als zodanig vanuit het Midden-Oosten gevoed wordt. Eurolslam is dus uniek in de geschiedenis, omdat in vroeger eeu-

wen moslims zich eerst als overwinnaars gevestigd hadden in Europese gebieden en lang de banden met het Midden-Oosten onderhielden.

Kan de geschiedenis dan enig inzicht geven in de huidige positie en perceptie van moslims in Europa? Er lijkt immers geen oorzakelijk verband met de historische confrontatie tussen islam en chris­ tendom in Europa. Toch zijn er wellicht twee methoden om toch inzicht te krijgen in de huidige situatie met behulp van historische reflecties. De eerste is een korte analyse van een historisch precedent van confrontatie en samenleving van christenen en moslims in Spanje.

‘De Eurolslam is een gemeenschap die zich vervreemd voeJt van haar wortels in het Midden-Oosten, maar tegelijkertijd niet kan aarden in het seculiere Europa.’

Convivencia en Reconquista

Het Iberisch schiereiland, Al-Andalus (een naam die meer politiekcultureel dan geografisch bepaald was) maakte een periode van grote bloei door tijdens het kalifaat van Cordoba (923-1031) en vormde een smeltkroes van verschillende culturen en godsdiensten. Onder Al-Hakam II (961-976) werd Cordoba zelfs de belangrijkste stad in Europa, met een uni­ versiteit en een enorme bibliotheek. Met zo'n 100.000 inwoners was Cordoba tevens de grootste stad in Europa, een centrum voor handel waar de kunsten en de wetenschap floreerden als nergens anders. Zo was Cordoba zowel een frontlinie tussen christelijk Europa en islamitisch Afrika als een cultureel doorgeefluik naar Europa.

Het relatieve vreedzame samenleven van moslims, christenen en joden in Middeleeuws Spanje staat bekend als Convivencia, een begrip dat tegenwoordig een aura heeft van verdraagzaamheid en culturele verscheidenheid. Maar dit is een grove vertekening van de werkelijkheid. Christenen werden ook in het kalifaat van Cordoba vervolgd, in de 10e eeuw zijn er zelfs enkele tientallen ter dood veroordeeld wegens blasfemie. De islamitische dynastieën van de Almohaden (vanaf 1086) en de Almoraviden (vanaf 1146) waren zelfs uitzonderlijk repressief. Niet alleen christenen maar ook liberale moslims werden vervolgd en verbannen, zoals zelfs bijvoorbeeld de grote moslimfilosoof Averroès. De mate van repressie hing dus af van de aard van het regime en de mate van pragmatisme, maar ook van politieke omstandigheden en historische ontwikkelingen. Wat opvalt is dat Convivencia vooral succesvol was door een strikte politiek van segregatie (men zou haast zeggen: verzuiling avant la lettre). Middeleeuws Spanje was niet de ideale multiculturele samenleving, maar een land waarin moslims en christenen probeerden elkaar niet te provoceren en zich terugtrokken in hun eigen stadswijken en gemeenschappen.

In deze periode vond natuurlijk ook regelmatig militaire confrontatie plaats, met name in Castilié (lett. het land van de kastelen). Waren religieuze en godsdienstige verschillen hiervan de belangrijkste oorzaak? Inderdaad waren de moslims verscheidene malen opgerukt in de context van het uitroepen van een jihad, maar ook zeker niet altijd. Voor de christelijke koningen lag dit nog gecompliceerder. De Reconquista werd ingegeven door een kruisvaardersideaal om de Moren uit Iberiè te verdrijven, geïnspireerd door vermeende verschijningen van Santiago Matamoros. Een tweede inspiratie was het zogenaamde neogothicisme, de idee als zouden de Spanjaarden de erfopvolgers van de christelijke Visigothen zijn. Beide visies impliceerden dat Spanje Europees en christelijk behoorde te zijn, en dat de islamitische Moren er niet thuishoorden. Maar historici vragen zich af in hoeverre Reconquista en neogothicisme werkelijk invloedrijk zijn

geweest, of slechts latere ideologische constructies waren om strijd te legitimeren. Het is sterk de vraag of in de eerste eeuwen de motivatie van oorlog niet slechts gewoon landhonger was. El Cid (1040-1099) wordt nog steeds gezien als de grootste held uit de Spaanse geschiedenis vanwege zijn strijd tegen de Almoraviden, maar streed als huurling soms zij aan zij met moslims tegen christenen.

Convivencia en Reconqmsta lijken dus vooral stereotypische labels te zijn die tevens een ideologisch karakter hebben. Moderne beschouwers prijzen soms Middeleeuws Spanje als lichtend voorbeeld van een multiculturele samenleving, of wijzen afkeurend op de religieuze strijd. Maar de werkelijkheid was veel gecompliceerder, en dergelijke analyses hebben doorgaans een ahistorisch karakter. Christelijke en islamitische regimes in Spanje zijn in het verleden soms repressief geweest, soms niet. Veel, zo niet alles, hing af van de omstandigheden. Het precedent van de Convivencia, hoe aantrekkelijk ook als comparatief perspectief, brengt niet werkelijk veel inzicht. Wel legt het bepaalde patronen bloot, mechanismen die in werking treden wanneer twee religies met elkaar in aanraking komen.

Beeldvorming en historisch bewustzijn

Een tweede methode zou kunnen zijn om wederzijdse beeldvorming in historische context te bestuderen, waarin confrontatie het meest dominante thema lijkt. Het beeld tekent zich dan af van een epische strijd tussen islam en christendom. Deze clash of civilizations duurt al 1300 jaar en speelt zich af in het zuiden van Europa, het Nabije Oosten en de Maghreb. Dit is een aantrekkelijk paradigma, en een die ik ook niet per se zou willen bestrijden. Maar dit neemt niet weg dat confrontatie vaak plaatsvond in het kader van veel minder verheven ambities zoals territoriaal gewin, niettegenstaande de religieuze retoriek, zoals bijvoorbeeld ten tijde van de Reconquista. Verklaart de clash of civilizations-these werkelijk de historische confrontatie{s) of is het een misleidend ideologisch paradigma?

Hoe dan ook vormt dit paradigma een invloedrijke inspiratiebron voor wederzijdse beeldvorming. Dit is onder meer de stelling van Andrew Wheatcroft, de auteur van Ongelovigen: het conflict tussen het christendom en de islam, een prachtig literair panorama van de geschiedenis van het conflict. Geïnspireerd door het werk van Edward Said (evenals Wheatcroft overigens helaas zeer bevooroor­ deeld) toont Wheatcroft op meeslepende wijze aan hoe beelden van de islam en van moslims als fanatiek, bloeddorstig en ontaard een blijvende rol hebben gespeeld in de Westerse perceptie van de 'ander'. Een dergelijke beeldvorming kan weer een rol spelen in de manier hoe mensen met elkaar omgaan.

‘Vijandsbeelden die over de eeuwen zijn opgebouwd, worden niet zomaar afgebroken, en verleden en heden lopen door elkaar.’

De historische ontwikkeling van deze beeldvorming kan helpen te begrijpen waarom Europeanen nog steeds op een bepaalde manier aankijken tegen geïmmigreerde moslims. Hun beeld wordt, bewust of onbewust, bepaald door eeuwenoude vooronderstellingen en vooroordelen. Het onderscheid tussen 'objectieve' verhoudingen en perceptie daarvan heeft ook te maken met historisch bewustzijn. Vijandsbeelden die over de eeuwen zijn opgebouwd worden niet zomaar afgebroken, en verleden en heden lopen door elkaar, ja het verleden is een integraal onderdeel van het heden door historische herinnering. Slachtoffers van de recente oorlog in Bosniè-Herzegovina, bijvoorbeeld, die spraken over gruwelijkheden konden die soms niet specifiek plaatsen in

1992, 1941 of eeuwen ervoor. Onderzoeker Michael Ignatieff sprak hier van een 'eeuwig heden'. De verhoudingen tussen moslims en christenen op de Balkan zijn blijvend beïnvloed door het verleden, en wie dat verleden niet doorgrondt begrijpt het heden ook niet.

Conclusie

Zijn er dan lessen te leren uit het verleden over de positie van Eurolslam? Op basis van de eerste gehanteerde methode lijkt het me dat we terughoudend moeten zijn met te stellen dat de confrontatie tussen Eurolslam en Europa onderdeel uitmaakt van een eeuwendurende clash of civilizations. Verklaart dit paradigma de huidige situatie of is het een ideologisch construct?

Eurolslam is een uniek en nieuw verschijnsel, en in het verleden zijn geen betrouwbare precedenten te vinden die meer inzicht zouden kunnen geven. Willen we een dergelijk precedent vinden in Middeleeuws Spanje, dan kunnen we voorzichtig concluderen dat de aard van confrontatie meer bepaald zal worden door de specifieke historische omstandigheden dan door een onoverkomelijke tegenstelling tussen twee culturen of religies. De Spaanse Convivencia was bij uitstek een zeer pragmatische manier om door segregatie verschillende bevolkingsgroepen in harmonie te laten samenleven, niettegenstaande de onoverkomelijke religieuze tegenstellingen. Het lijkt overigens juist om die reden ook onwaarschijnlijk dat de twee culturen zich in volkomen harmonie samen zullen schikken of succesvol zul­len integreren. Pragmatisme bleek dus de gulden middenweg te zijn tussen een harde ideologische confrontatie en een idealistisch multiculturalisme.

‘De historische confrontatie tussen christenen en moslims blijft onderdeel uitmaken van hun beider identiteit en onderlinge relatie.’

Op basis van de tweede methode moet benadrukt worden hoe invloedrijk beeldvorming kan zijn die gevoed wordt door de geschiedenis. Het lijkt me van belang te onderkennen dat eventuele confrontatie in belangrijke mate gedeëscaleerd kan worden door het doorbreken van anti-islamitische rhetoriek (en evenzeer antiwesterse sentimenten anderzijds) waar die beïnvloed wordt door eeuwenoude vijandsbeelden.

In mei 2004 ontstond in de pelgrimsstad Santiago de Compostella een controverse over een beeld in de kathedraal van Santiago de Matamoros als vechter te paard die een aantal Moren verslaat. Het kerkbestuur vond een dergelijk beeld in de kathedraal ongepast, temeer omdat na de toen recente aanslagen in Madrid de spanningen tussen christenen en moslims juist weer opliepen. Het beeld werd verplaatst naar een museum, omdat het immers wel onderdeel uitmaakte van het cultureel erfgoed. Dit alles viel niet bij iedereen in goede aarde.

De historische confrontatie tussen christenen en moslims blijft onderdeel uitmaken van hun beider identiteit en onderlinge relatie. Heden en verleden lijken zo vloeiend in elkaar over te lopen, en er is veel inzicht voor nodig om die goed te onderscheiden. Het is te hopen dat beleidsmakers zich grondig zullen verdiepen in de patronen van de geschiedenis van islam en christendom om inzicht te krijgen in mechanismen die hebben geleid tot confrontatie en maatregelen die hebben geresulteerd in vreedzame coëxistentie. Omdat elke historische situatie uniek is, verschaft dit inzicht geen antwoorden, maar wel inspiratie voor het op creatieve manier nadenken over de verhouding tussen christendom en islam in het huidige Europa. Mythes zijn tijdloos en multi-applicabel, en wijzelf zullen telkens opnieuw moeten kiezen tussen het beeld van de vechter en de visser.