Digibron.nl

Rabo opent via Duitse dochter kantoor in DDR

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: woensdag 12 september 1990
Auteur: drs. A. A. C. de Rooij
Pagina: 13 (Financiën en Economie)

UTRECHT - Als eerste Nederlandse bank opent de Rabo binnenkort, via haar Duitse dochter Adca,' een kantoor in de DDR. Wij volgen onze cliënten, zo geldt voor de financiële ondernemingen met betrekking tot hun aanwezigheid in Oost-Europa. Nu het bedrijfsleven massaal in de rij staat om daar initiatieven te ontplooien, beraden ook de banken zich op mogelijkheden tot expansie in dat gebied.

„Sinds de omwenteling constateren wij onder bedrijven een gigantische toename van de belangstelling voor dit deel van de wereld. In het verleden ging het om een selecte groep ondernemers, maar nu worden we van alle kanten overstelpt met vragen ter nadere oriëntatie op eventuele nieuwe afzetkanalen. Ik voeg hier meteen aan toe dat die pogingen om daarginds iets van de grond te krijgen, lang niet altijd uitmonden in exportcontracten of andere overeenkomsten. Zaken doen met die regio is nog steeds lastig. We zien veel animo, maar het loopt nogal eens uit op teleurstelling en frustratie. Je signaleert wat dit betreft een contrast tussen de praktijk en de alom heersende euforie".

Dit zegt M. Faber, hoofd van wat heet de Landendeski Midden- en Oost-Europa, een onderdeel van het directoraat buitenland van Rabobank Nederland. Cliënten die plannen koesteren om de Oosteuropese markt te betreden, worden desgevraagd met raad en daad geholpen. „Niet altijd gemakkelijk in deze fase", aldus Faber. „De ontwikkelingen gaan namelijk erg snel. Wat vorige week nieuw was, is nu alweer oud. Onze experts op dit terrein staan voortdurend voor verrassingen. Bovendien verstrekken de betrokken landen zelf weinig informatie over de feitelijke economische situatie".

Goede kansen

De handel met het Comecon-blok, of wat daarvan over is, groeit weliswaar, maar in absolute cijfers gemeten stellen de in- en uitvoerstromen nog niet zoveel voor. De hervormingen in de richting van een markteconomie zijn, zo beluisteren we in de woorden van Faber, daarvoor niet ver genoeg gevorderd. Bedrijven stoten op tal van problemen. Het ontbreekt bij voorbeeld aan wetgeving die de belangen en de eigendommen van de westerse ondernemingen afdoende beschermt. Op valutair en bancair terrein liggen eveneens struikelblokken. Voorts treden vaak misverstanden op; dezelfde begrippen hebben ginds soms een heel andere betekenis.

Dit alles laat onverlet dat ook naar het oordeel van de Rabobank, OostEuropa op termijn goede kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven. Onlangs publiceerde de bank een studie over de perspectieven voor de agrarische sector. In dat rapport wordt gesignaleerd dat er met name in de DDR gunstige afzetmogelijkheden zijn. De herstructurering van de landbouw en veeteelt, ter vergroting van de produktiviteit, vergt omvangrijke investeringen in kennis en apparatuur. Producenten van onder meer kassen, stalinrichtingen, zaaizaad en machines' kunnen daarop inspelen. De economen van de bank voorzien verder een stijgende vraag naar kwalitatief hoogwaardige voedingsmiddelen als groenten, fruit, toetjes en kaas. Het Nederlandse agro-bedrijfsleven zou nu in zijn aanwezigheid in Oost-Europa moeten investeren om daar later een aantrekkelijke omzet te realiseren, zo luidt de conclusie.

Exportfinanciering

Rabo zelf onderhield al lang voor de perestrojka op gang kwam interbancaire contacten met de SowjetUnie en andere communistische staten. Die hadden in hoofdzaak betrekking op exportfinanciering. Hoe gaat die vorm van commerciële dienstverlening in zijn werk? Nederlandse bedrijven voeren hun produkten uit naar genoemde regio. De tegenpartij kan veelal niet contant afrekenen. In zo'n geval wordt een bank ingeschakeld. Die betaalt de exporteur uit eigen portemonnee en neemt de vordering op de importeur over. Dit laatste geldt ook, als er tenminste geen herverzekering plaatsvindt, voor het daaraan verbonden risico dat die buitenlandse debiteur in gebreke blijft ten aanzien van zijn rente- en aflossingsverplichtingen. De importeur krijgt dus krediet en draait uiteraard op voor de kosten die de bank daarbij bedingt.

Faber hierover: „Tot voor kort waren het allemaal volledig centraal geleide economieën. De handel werd aan de top van de piramide geregeld. Meestal verliep de financiële afwikkeling van alle export via de staatsbank. Die bezat en bezit meestal een monopoliepositie op het vlak van de financiële betrekkingen met het buitenland en vormde als zodanig onze tegenpartij. De laatste tijd ligt het allemaal wat gecompliceerder. Voorheen had je, vanwege die centrale aanpalc, een klein groepje importeurs. Die wisten welk bedrag aan harde valuta's er beschikbaar was om in het Westen goederen te kopen. Nu mogen allerlei individuele bedrijven ook zaken doen. Die decentralisatie maakt het voor ons minder overzichtelijk en vergroot de betalingsproblematiek. De SowjetUnie is sinds pakweg een jaar een minder goede debiteur geworden. Voor de banken zijn de risico's toegenomen en dus verlangen wij een hogere premie op kredieten".

Protocol

Twee jaar geleden sloot de Rabo een overeenkomst met de bank voor de externe betrekkingen in de Sowjet-Unie. Faber: „Hoewel we dus al veel langer een intensieve relatie hadden met die bank, hebben we toen in