Digibron.nl

Falend beleid

Bron: Reformatorisch Dagblad
Datum: woensdag 30 oktober 1991
Auteur: Auteur niet bekend
Pagina: 1 (Voorpagina)

Vanuit de Tweede Kamer is minister Van den Broek gisteren te verstaan gegeven dat hij zijn neutraliteit in de kwestie-Joegoslavië op moet geven. De Serven zijn immers heel duidelijk de boosdoeners. Zij voeren aanvallen uit op andere republieken en trekken zich niets aan van wapenstilstandsovereenkomsten die door bemiddeling van de EG gesloten zijn. Daarom moeten zij worden aangepakt.

Doordat Nederland gedurende het tweede halfjaar van 1991 het EG-voorzitterschap bekleedt, kreeg minister Van den Broek een vrij centrale rol toebedeeld bij de Europese aanpak van de Joegoslavische kwestie. In tegenstelling tot Duitsland stelde Van den Broek zich daarbij op het standpunt dat de eenheid van Joegoslavië gehandhaafd moest blijven.

Dat vonden de Serven ook. Maar daarbij ging het hen heel duidelijk om een Joegoslavië dat ook in de toekomst door hen gedomineerd zou worden. Met een dergelijk Joegoslavië hadden de Slowenen en Kroaten echter genoeg slechte ervaringen op gedaan.

Vandaar de Joegoslavische burgeroorlog, die inmiddels het (droevige saldo van vele tienduizenden vluchtelingen en vele duizenden doden heeft opgeleverd. En de Serviërs weten van geen ophouden. Hun militaire operaties (officieel die van de Joegoslavische strijdkrachten) beperken zich niet tot de gebieden in Kroatië die vanouds door de Servische minderheid bewoond worden, maar strekken zich ook uit tot typisch Kroatische steden en dorpen.

Tegenover die stug doorzettende Serven bleken de diplomaten van de EG niet opgewassen. Enkele maanden geleden al werd Van den Broek vanuit Duitsland verweten dat hij te weinig vertrouwd was met de situaties op de Balkan. Dat zowel ten aanzien van de gecompliceerdheid van de etnische en geografische verhoudingen als voor wat betreft het fanatisme waarmee de verschillende Joegoslavische volken hun zelfstandigheid bevechten.

Inmiddels overweegt men in EG-verband om te komen tot sancties tegen Servië. Daarover wilde Van den Broek met de Kamer nog niet spreken. Eerst moest het pakket sanctiemaatregelen bekend zijn. Voordien krijgt de regering van Servië nog één kans om mee te werken aan een politieke oplossing.

De vraag kan gesteld worden of zo'n pakket van Europese sancties (al dan niet ondersteund door de Veiligheidsraad van de VN) veel effect zal hebben. Nog tamelijk vers in ons geheugen liggen de omvangrijke sanctiemaatregelen die een jaar geleden werden uitgevaardigd tegen Irak. Die brachten Saddam Hoessein niet op de knieën. Er was een grootscheepse militaire actie nodig om hem uit Koeweit te verdrijven.

En ook in andere gevallen dat er internationale sancties werden uitgevaardigd tegen een bepaald land, bij voorbeeld Zuid-Afrika, bleken die wel hinderlijk te zijn en hadden die zeker op lange termijn wel een nadelig effect, maar dat was dan ook alles. Sancties zijn daarom niet voldoende om op korte termijn een eind te maken aan de Joegoslavische burgeroorlog.

Want het gaat natuurlijk niet om een beëindiging van de burgeroorlog in de vorm van een Servische overwinning. Niet alleen loopt West-Europa dan de kans dat het opgescheept wordt met een menigte asielzoekers uit het verslagen Kroatië, maar de verbittering tussen de Kroaten en hun Servische onderdrukkers zal na zo'n overwinning alleen nog maar groter worden.

Een spoedige erkenning van de onafhankelijkheid van Slowenië en Kroatië (en het verschaffen van beperkte militaire hulp aan deze landen) is daarom geboden. De eenheid van Joegoslavië is al lang niet meer te redden. Daarvoor zijn de nationalistische gevoelens van de verschillende volken veel te sterk.

We moeten dan ook concluderen dat onze minister Van den Broek de nationalistische krachten in dit Balkanland duidelijk onderschat heeft. En dan zijn we ook nog niet vergeten dat zijn sterk supranationaal denken vorige maand leidde tot het fiasco van het Nederlandse ontwerp met betrekking tot de Europese Politieke Unie.